Boswachter Lex Querelle is in Loon op Zand en omgeving een bekende medewerker van Natuurmonumenten. Hij heeft als gids vele rondleidingen gegeven door de bossen en de duinen. Na 44 jaar werken in de natuur in de Loonse en Drunense Duinen en Huis ter Heide is hij op 1 juli met pensioen gegaan.
Door Jack IJpelaar
Een aantal keren heb ik een rondleiding door de natuur bijgewoond waarbij Lex uitlag gaf. Die wandelingen waren zonder uitzondering boeiend en leerzaam, waarbij de deelnemers hem aan de lippen hingen. Wie denkt dat de boswachter nu een plaats achter de geraniums heeft opgezocht heeft het mis. Voor ons gesprek tref ik hem aan in het gebouw van Natuurmonumenten aan de Vossenbergseweg, gewoon in zijn boswachterstenue. “Ja, weet je, het is een baan waarin je gewoon kunt doorgaan. Natuurmonumenten kan een hoop vrijwilligers gebruiken en ik ben sinds 1 juli dus vrijwilliger.” Het is duidelijk dat Lex van zijn hobby zijn werk heeft kunnen maken. Eerder deed hij al zijn verhaal over de Loonse en Drunense Duinen. Vandaag wil hij zijn verhaal houden over het natuurgebied Huis ter Heide. Als hij zijn verhaal doet, spreekt daaruit zijn passie voor de natuur.
Natuurbrug is een succes
“Huis ter Heide is een bijzonder gebied waar ik in 1992 in terecht kwam. Het was toen een gebied van zo’n 650 hectaren en nu meer dan 1000 hectaren groot. Het is eigenlijk altijd een uitloper van de Loonse en Drunense Duinen geweest. Tot aan de jaren tachtig was het één geheel. De N261 heeft toen het gebied in tweeën gesplitst. Met de aanleg van de N261 had er meteen een natuurbrug moeten komen maar dat heeft 30 jaar geduurd. Het leuke is dat een stageverslag van een student, dat bij de provincie landde, de aanleiding was om de natuurbrug te bouwen. En hoewel hij jammer genoeg beklad wordt, functioneert hij geweldig goed. Dat bewijzen camera-opnamen, stempelkussens en vallen die alles vastlegden wat erover heenging: rugstreeppadden, hagedissen, reeën, dassen.” En lachend: “Zelfs B&W van Loon op Zand. De natuurbrug is belangrijk voor de uitwisseling van soorten. Tot de jaren tachtig leefde hier de boomkikker, maar die raakte zo geïsoleerd dat hij door inteelt verdween. Eén soort van buitenaf is vaak genoeg om de genetische variatie terug te brengen.”
Bezorgd over de diversiteit
“Op dit moment wordt er een onderdoorgang gemaakt ter hoogte van de vloeivelden om onder andere de boomkikker vanuit natuurgebied De Brand hier naartoe te laten komen. De Midden-Brabantweg is daarvoor een obstakel. Dertig jaar geleden is die al op de kaart gezet. Dus je moet wel een lange adem hebben, maar uiteindelijk lukt het. Die verbindingen zijn essentieel waar de verstedelijking zo hard toeslaat. De boomkikker, de das en de boommarter bewijzen dat het goed gaat. Ik ben wel bezorgd over de diversiteit. We moeten ervoor waken dat die afneemt. Het is voor mijn opvolgers om daar wat aan te doen. In de natuur is dat heel veranderlijk. Voorbeeld is de blauw-vleugel sprinkhaan die we jaren niet hebben gezien en dan opeens zie je hem overal.”
Belangrijk voor de historie
Het gebied van de duinen rondom Loon op Zand noemt Lex erg belangrijk voor de historie. “Niet alleen De MASt, waar sporen van WOII duidelijk aanwezig zijn. Maar wat ik intrigerend vind is dat je in het bosgebied rondom het oude dorp Venloon, dat volledig verdwenen is, nog een compleet middeleeuws landschap aantreft. Als je er op let, dan zie je het. Er zijn nog oude wegen en oude bolle akkers en je herkent het aan de oude boomsoorten die er staan, rabatten en oude houtwallen. De Algemene Hoogtekaart Nederland (AHN) is een enorme hulp daarbij. Daarop zie je de hoogteverschillen in het landschap. De geschiedenis ontvouwt zich. Zelfs een kampement van Willem van Oranje bij Breda werd er op teruggevonden. Heel Nederland is op de schop gegaan, maar juist in de natuurgebieden vind je die historische elementen nog terug. Bij Huis ter Heide is nog een onderdeel van een historische weg tussen Breda en Den Bosch op de AHN-kaarten gevonden. Het was een zandweg die door het natte gebied van west naar oost liep. Wat het spannend maakt is dat het ene verklaarbaar is en het ander niet. Als je de historie weet van je gebied, dan kun je de dingen ook beter plaatsen. Dat is ook de aanleiding geweest van plan Lobelia waarbij we een aantal laagtes in het gebied hebben laten terugkomen in de vorm van 25 vennen.”
Plan Lobelia
Daarmee haalt Lex plan Lobelia aan wat volgens hem een wisselend succes heeft gekend. De waterlobelia kwam terug maar verdween ook weer als gevolg van de negatieve effecten van de milieu-omstandigheden. “De lage waterstand in Brabant heeft effect op de natuur. Dat heeft het afgelopen natte jaar niet kunnen veranderen. Vooral het wegvallen van de kwelstromen, een ondergrondse waterstroom die van het zuid-oosten naar het noordwesten stroomt, was desastreus. Die is door de lage waterstand verdwenen. Daarmee verdwenen ook soorten, zoals de waterlobelia, die na de herstelwerkzaamheden weer waren teruggekomen. De natuur kan je enorm verrassen. Het afgelopen jaar leken de bossen en duinen wel op een moerasgebied. Zo nat. Dan gaat de natuur ineens ook rare dingen doen. Midden in de duinen hoorde je, tussen het geluid van nachtzwaluwen, opeens de boomkikker roepen. Die hoort in het moeras thuis en niet in zandgebieden. Hij had waarschijnlijk water geroken en kon door de gehele duinen zwemmen. Dat is heel bijzonder om mee te maken.”
Toenemende recreatie
Vooral sinds de coronatijd is het heel erg druk geworden in de natuurgebieden en dat is voor Natuurmonumenten ook een punt van aandacht. “We hebben het geluk dat er in de duinen een reservaat is dat is afgesloten voor publiek. Maar in de jaren vijftig werd door toenmalige collega’s al gewaarschuwd voor toenemende recreatie. Juist een aantal soorten in het open landschap zijn daarvoor kwetsbaar. Sommige soorten bewegen ook mee met de verandering van het klimaat. Tot de negentiger jaren zat de Korhoen in de duinen, maar die is uit heel Nederland verdwenen. Dat kwam door het ontbreken van insecten op het juiste moment. Hij doet het nu goed in Scandinavië. Wat we weer wel zien de laatste jaren zijn raven, die zijn weer terug.”
Waar zijn ze mee bezig!?
De afgelopen periode is er met het verwijderen van de Amerikaanse eik kaalslag gepleegd in het bos. Daar is veel commentaar op gekomen. “Natuurmonumenten krijgt regelmatig commentaar, maar vergeet niet dat wij al meer dan 100 jaar natuurgebieden beheren. Veel bossen zijn aangelegd voor houtproductie in een tijd dat het economisch rendement het belangrijkste was. Nu kijken we veel meer naar natuurwaarden dus moeten we corrigeren wat de mensen toen veroorzaakt hebben. In begin jaren 2000 hebben we heel veel heideveldjes opengemaakt. Daar sprak men schande van. En nu vindt iedereen het prachtig. Bij het stuifzand herstelplan is 175 ha bos gekapt. ‘Waar zijn ze mee bezig!?’, werd gezegd. Nu de heide overal in bloei staat, vindt iedereen het schitterend. Mensen zegden zelfs hun lidmaatschap op bij het begin van de aanleg van Begraafplaats Huis ter Heide. Nu het af is worden ze opnieuw lid. Tijdens een verbouwing is het thuis ook een rotzooi, dus in de natuur ook. Maar als Natuurmonumenten iets doet, zit er altijd een goede gedachte achter. Zoals dode bomen langs paden die een gevaar vormen voor wandelaars. Die worden op vier meter hoogte afgezaagd. Zo vormen ze een onderkomen voor verschillende insectensoorten op allerlei verschillende hoogten van de stam, omdat hij beneden vochtig is en meer naar boven steeds droger. Daarmee creëer je variatie in het voedsel voor de vogels die er op af komen. Elke dag boerenkool is ook niet lekker!”
Aanleg hoogspanningslijnen
Waar Natuurmonumenten zich op dit moment zorgen om maakt is de aanleg van de hoogspanningslijnen dwars door Huis ter Heide. “We zitten natuurlijk in een energietransitie en ergens moet het landen. Linksom of rechtsom. Maar het is niet altijd makkelijk.”
Ritje door het gebied
Tot slot maken we een ritje door het gebied naar het uitkijkpunt over het Leikeven. Graspiepers vliegen op voor de auto. Een buizerd zit op een dode tak. We worden aangestaard door een groep Schotse Hooglanders die hier vrij rondlopen. Lex geeft overal uitleg bij. Een groepje dode kerstboompjes heeft niet kunnen overleven door toedoen van de letterzetter, een insect. We rijden door nog steeds natte plekken van het natte afgelopen jaar. We passeren hoge elektriciteitsmasten die het zicht ontsieren. Een eik die permanent bloeit trekt diverse insecten aan. Vanaf het uitkijkpunt kun je het hele Leikeven overzien. Het water staat laag. Zilverreigers scharrelen hun kostje. Een ganzencrèche houdt zich op aan de rand. Op de terugweg passeren we akkers. Bij het maaien laten de boeren het graan rondom aan de randen van de akker staan voor de dieren.
Onderzoek belangrijk voor beheer
Nu hij met pensioen is houdt Lex zich vooral bezig met onderzoek. “Er is een monitoringsroute van 15 km die we elk jaar nalopen en alles noteren wat we tegenkomen. Waar groeit de heide en waar houdt hij op. Gaat hij over in bundgras of in bos. Door dat elke keer minutieus te doen kun je de verschillen ontdekken als die er zijn. Op die manier creëer je een dataset over jaren waar je de verschillen aan kunt zien. Dat is belangrijk voor het beheer. Uit de gegevens blijkt of je op een gegeven moment moet bijsturen. Ook hoe de heide zich gaat ontplooien die het afgelopen jaar onder water heeft gestaan. Dat weten we nu niet. Dat moet uit onderzoek blijken. Met dat soort werk hou ik me nu mee bezig, samen met een andere collega die met pensioen is.”
Al is Lex met pensioen, hij blijft voor de natuur beschikbaar en heel waardevol.
