Het smeuïge volksverhaal dat op deze Prent van Cees Robben van 10 augustus 1979 wordt verteld, speelt weliswaar in Riel, maar de geit was hoofdrolspeler in heel veel meer gebeurtenissen in Goirle en Tilburg. Eigenlijk overal in Brabant was de geit een belangrijk dier, maar we beperken ons tot deze twee buurplaatsen. In deze rubriek legden we eerder uit dat Cees Robben zijn inspiratie nogal eens opdeed in een café in Riel. Grote kans dat Jaon die geen geit kon melken en daarom zijn vrouw Nelleke er in het kraambed mee belastte in Riel is geheurd van heure zègge… (En zeg maar eens dat het niet waar is!)
Door Paul Spapens
Eerst maar eens de geit in zijn algemeenheid bij haar horens pakken. Inderdaad ‘haar’, het vrouwelijke dier. Mannelijke geiten stonken een uur in de wind. Daarom werden ze veelal ergens achteraf gehouden. Ze waren onmisbaar van nut omdat ze de vrouwkesgeiten moesten dekken.
De vrouwelijke geit was van onschatbare betekenis voor de Tilburgers van pakweg vóór de jaren ’30 van de vorige eeuw. Ze leverde de melk die een huishouden nodig had. Een geit was ijzersterk van conditie en was tevreden met gras dat in de wegbermen werd geplukt. Dat was gratis en dat was ook de bedoeling. Niet voor niets heette de geit de koe van de armen. In het geboortehuisje van Peerke Donders kun je een voorbeeld zien van een geitenstal.
Reus
Dan de relatie tussen Goirle en de geit. Goirle heeft een eigen reus, een grote pop die in optochten wordt meegedragen. Zo’n reus is de uitdrukking van de identiteit van een gemeenschap. Reuzin Johanna Abcovia draagt in zakken in haar schort een aantal attributen die die identiteit bevestigen. Onder meer een grenspaal want Goirlenaren worden ook wel ‘over de heg gegooide Bèlse’ genoemd.
Goirle is overigens de enige plaats in Brabant met drie spotnamen, naast de ‘Bèlse’ ook Ballefrutters en Gôolse Geiten. Uit een van de schortzakken piept dan ook een geit, de reuzin draagt een in Goirle gefrutte kaatsbal in de hand. Er werd gezegd: ‘Uit Gôol komt nog geen goej geit vandaon’. Deze verzuchting is ooit door een rechter geslaakt en moet derhalve serieus worden genomen. Dat doen de Goirlenaren zelf ook want langs de Abcovenseweg hebben ze een monument opgericht dat verwijst naar de Gôolse Geit.
Jan Pigge
Los van de armeluis koe in Tilburg – en trouwens overal in Brabant – kennen we de geit hier ter stede toch vooral in relatie tot Leo Jean (Jan) Pigmans, veel beter bekend als Jan Pigge, een bijnaam die was ontleend aan zijn Circus Pigge. Jan Pigmans leefde van 1845 tot 1925. In zijn tijd sloegen wereldberoemde circussen hun tenten op tijdens de kermis van Tilburg. Denk aan het fameuze Circus Renz.
Jan Pigmans begon zijn eigen circus met vooral paardendressuur. Hij contracteerde ook andere artiesten, waaronder de familie Busnac. Heel deze Joodse circus- en kermisfamilie is overigens door de Duitsers uitgemoord. In Moergestel worden ze herdacht met acht Struikelstenen. Jan Pigmans kon heel goed met dieren overweg. Geïnspireerd door de kunstjes die in circussen met dieren werden uitgevoerd, begon hij op jong leeftijd paarden te trainen. Zo leerde hij ook een geit allerhande toeren, alleen, die mislukten nogal eens. Jan Pigmans, die met zijn circus langs kermissen in Nederland en België toerde, verontschuldigde zich steevast met: ‘Ja heren, boeren en buitenlui, gisteren deed ze het nog, maar vandaag verdomt ze het.’ Hieruit ontstond in Tilburg een gezegde. Als iemand leuk wilde doen of een kunstje wilde vertonen en dat mislukte, dan werd gezegd: ‘Ge lèkt wèl de gèèt van Jan Pigge.’
De Lustige Springers
Rond 1900 trad in Circus Pigge onder andere een Tilburgse gymnastiekvereniging onder de artiestennaam ‘De Lustige Springers’ op. Hieruit ontstond de Spartanen, de oudste gymnastiekvereniging van Tilburg. En dan te bedenken dat de vader van Jan Pigmans voor zijn zoon een traditionele Tilburgse levensloop voor ogen stond, dat wil zeggen in de textiel….
