Als je er op let dan lijken kerkdeuren voor de eeuwigheid gemaakt. Zo ook de twee deuren van de Petrus Donderskerk aan de Enschotsestraat. De naam staat in strakke, metalen letters op de gevel. Links ervan een metalen kruis. Het verkeer druist voorbij in deze drukke Tilburgse stadsstraat die de Ringbaan-Oost en het NS-Plein met elkaar verbindt, die je als het ware van buiten de stad naar het hart van de stad leidt. Die je welkom heet in Tilburg.

Door Paul Spapens

Dat welkom geldt zeker ook een groepje vrouwen, mannen en kinderen – die in de minderheid zijn. Op een dinsdagmiddag in december tegen 16.00 uur drommen er steeds meer samen tot het groepje wel twintig personen groot is. Er volgen er nog meer en een voor een gaan ze de kerk binnen, door de deuren van gebeitst loeizwaar eikenhout met een ijzeren beslag dat door de beste smid van Tilburg moet zijn gemaakt. Van een oerdegelijke schoonheid, de liefde voor het vak straalt er van af.

Deze deuren maakten deel uit van de Sint-Willibrorduskerk, gebouwd in 1921 en gesloopt in 2001. Alleen de toren staat er nog. De eenvoudige, in het straatbeeld bijna onzichtbare Petrus Donderskerk kwam er voor in de plaats. We volgen de vrouwen, de mannen en de kinderen naar binnen. Het is een kerk. Dat weet je. Dat lees je op de gevel. Dus, wat verwacht je? Wierook! Die kenmerkende exotische geur, symbool van een opstijgend gebed.

Maar in plaats daarvan dringt de geur van…., ja van wat eigenlijk…? de neus binnen. “Vandaag macaroni”, zegt vrijwilliger John Hulst (1959), die de bezoekers opvangt en verder de kerk in leidt naar het aan het eenvoudige kerkinterieur palend parochiecentrum. Daar kringelt de geur op.

Broodpater Gerrit Poels

In grote bakken staan gekookte macaroni-elleboogjes en macaronisaus te pruttelen. In een paar enorme pannen stoomt tomatensoep. We zijn in de keuken van de geïmproviseerde eetgelegenheid van de Stichting Broodpater Gerrit Poels. Toen de in 1929 geboren ‘Pater’ Poels in 2023 overleed, gingen er in Tilburg meteen stemmen op om een monument voor hem op te richten. Hij was en is een onsterfelijk begrip in Tilburg en omstreken. Vanaf 1990 stapte hij zeven dagen per week op de fiets om brood te brengen naar behoeftige mensen. Maar hij deed véél meer, zoals de oprichting van het befaamde Huize Poels, het eerste opvanghuis in Tilburg voor dak- en thuislozen.

Gerrit Poels was een begrip omdat hij de medemenselijkheid zonder poeha in de praktijk bracht, elke dag opnieuw en steeds samen met zijn vrouw Angelique van den Heuvel (nu 87 jaar). Zowel zij als Gerrit Poels waren eerst kloosterlingen en die na verloop van tijd uittraden. “Maar zijn echtgenote Angelique wilde geen monument in de vorm van een standbeeld of zoiets”, aldus Jos Bolscher, voorzitter van de Stichting Broodpater Gerrit Poels. “Zij vond dat zijn werk moest worden voortgezet en dat zou het monument zijn. “

Het begon met tien mensen

En zijn werk werd voortgezet door de stichting die Gerrit Poels zelf had opgezet en die in 2021 aan de slag ging. In een oude legerbarak, die lange tijd een tweede leven kende voor activiteiten van de parochie Hasselt, werd in 2021 aan de Lambert de Wijsstraat een gaarkeuken ingericht. Met naar hedendaagse begrippen primitieve middelen, zoals een vierpits gastoestel, gingen vrijwilligers van de Stichting Broodpater Gerrit Poels eten koken voor mensen aan de rand van de samenleving. Ze begonnen met tien gasten.

Tegenwoordig ontvangen ze in de Petrus Donderskerk elke dinsdag- en donderdagmiddag zo’n tachtig mensen per keer, een aantal dat de laatste tijd met de maand toeneemt. Telkens krijgen ze een extra maaltijd mee voor de dag erop. Met dat doel schept de uit India afkomstige zuster Céline in de geïmproviseerde keuken in de Petrus Donderskerk tientallen hergebruikte conservenpotjes vol soep. Zij is lid van de Missiezusters Dienaresse van de Heilige Geest en zij is een van de circa 35 vrijwilligers die steeds in touw zijn voor ’het volkje’, zoals Gerrit Poels de mensen voor wie hij zich sterk maakte noemde.

Moderne problemen

Met de activiteiten van de Stichting Broodpater Gerrit Poels in de barak aan de Lambert de Wijsstraat ging het ondertussen zo voortvarend dat een andere ruimte noodzakelijk werd. De barak was in zo’n slecht staat dat afbraak en vervolgens nieuwbouw de enige optie was. In januari van dit jaar werd met de sloop begonnen. Vanaf dat moment zat alles tegen, allerlei hedendaagse problemen dienden zich aan, van asbest in de barak tot de zogeheten ‘netcongestie’. Als gevolg daarvan kon de nieuwbouw voorlopig niet op het stroomnet worden aangesloten.

Met een half afgebroken barak en een nieuwbouw die vanwege al die moderne plagen niet wilde vlotten kun je niet zomaar tientallen mensen die op jouw hulp rekenen aan hun lot overlaten, beseften de vrijwilligers van de Stichting Broodpater Gerrit Poels. Ze vonden een tijdelijk onderkomen in de Petrus Donderskerk. Dat is in januari een jaar geleden. Het is dus aan de vooravond van dit bijzondere jubileum dat we voor de kerstkrant van Stadsnieuws een bezoek brengen aan de kerk die nu eens niet naar wierook ruikt, maar naar macaronisaus.

Gasten van meer dan tien nationaliteiten laten zich de maaltijd goed smaken. Vrijwilliger Gerard van der Schuit (1946) spreekt van dak- en thuislozen, arme- en eenzame mensen. De maaltijden die ze krijgen voorgeschoteld zijn gemaakt met ingrediënten die óf tegen lage, gesponsorde prijzen vers worden gekocht óf ze worden letterlijk bij elkaar geraapt. De vrijwilligers hebben toestemming om bij boeren tijdens de oogst aardappelen en uien te rapen.

Soep in een bolderkar

De warme maaltijden hebben gesmaakt. De ene na de andere gast verdwijnt met stille trom, precies zoals ze hun leven leiden, door de robuuste kerkdeuren en gaat op in de stad. Onder hen een zwerver, met heel zijn hebben en houden in een bolderkar geladen. Met dit keer, voor zeker, een paar potjes tomatensoep aan boord. “Eten”, zegt Nienke Crusio, de oudste van de zes pleegkinderen van Gerrit Poels en Angelique van den Heuvel, “helpt ons om dichter bij de mens, om dichter bij elkaar te komen.”