<p>1917: het hoge pand rechts van het midden is de voormalige bierbrouwerij. Vooraan de spoorlijn. (Bron: RAT, fotograaf onbekend)</p>

1917: het hoge pand rechts van het midden is de voormalige bierbrouwerij. Vooraan de spoorlijn. (Bron: RAT, fotograaf onbekend)

(Foto: )

Bierbrouwerij met dank aan tante Norberta

TILBURG - Tegenwoordig telt Tilburg weer een stuk of tien bierbrouwerijen. Dat was de afgelopen honderd jaar wel anders met slechts nul op de teller. We moeten terug naar 1900 om weer tot datzelfde aantal te komen.

Door Theo van Etten

Een van die brouwers was Martinus van Tulder. In 1886 besluit zijn steenrijke, vrijgezelle tante Norberta van Tulder om haar zevenentwintigjarige neefje Martin een bierbrouwerij cadeau te doen. Of bierbrouwen nou werkelijk zijn passie was, is maar zeer de vraag. Martin was opgeleid als leerlooier, net als zijn vader. In 1880 was hij naar Leiden vertrokken, zes jaar later vinden we hem terug in Aarle-Rixtel. Vanwege zijn nieuwe stiel, namelijk die van bierbrouwer, keert hij terug naar zijn geboortestad.

De bierbrouwerij stond op een perceel dat anno 2021 wordt begrensd door de Lovensestraat, Ambonstraat, Bataviastraat-Bataviaplein en de Zuid-Oosterstraat. In Martinus’ tijd heette het gehuchtje ter plaatse nog ‘Eindhoven’. De spoorweg lag nog gelijkvloers en een overweg verbond de Lovensestraat met de huidige Enthovenseweg.

Waar veel brouwerijen in die tijd waren ondergebracht in een klein schuurtje, kreeg onze Martinus de beschikking over een professioneel ingericht bedrijf. Er was een apart brouwgedeelte, een zogenaamde eest (een inrichting voor het drogen van mout) en een mouterij. Ook stond er een woonhuis, een koetshuis en een remise. Als architect had tante Norberta de bekende Edouard Fremau ingeschakeld. En dat was niet zómaar iemand. Fremau had namelijk een decennium eerder een prachtig sociëteitsgebouw in de Willem II-straat ontworpen. Tegenwoordig is dat bioscoop Cinecitta.

Van Tulder was een welgesteld man: hij reed rond in een Tilbury (een klein rijtuig) en bezat als een van de eerste Tilburgers een fiets. Zo eentje met een gigantisch voorwiel en een piepklein achterwiel.

Toch blijken al deze ingrediënten onvoldoende om Martinus’ carrière als bierbrouwer te laten slagen. In 1890 gaat hij een vennootschap aan met de uit Kaatsheuvel afkomstige bierbrouwer Mathieu van Dortmond. De heren runnen een bierbrouwerij, mouterij en een bierbottelarij, maar een jaar later wordt deze samenwerking alweer ontbonden. In 1893 wordt Martinus van Tulder failliet verklaard. Ironisch genoeg overlijdt in datzelfde jaar zijn tante Norberta. Zij laat een vermogen na van maar liefst zesenveertig miljoen gulden.

Van Tulder vertrekt vervolgens met zijn vrouw en twee kinderen naar België. In de verlaten brouwerij vestigen zich achtereenvolgens de stoomketelfabrikant Hagoort en steenkolenhandelaar Van Ierland. In 1971 worden de opstallen gesloopt.

De vraag blijft of we hier te maken met een bierbrouwer in hart en nieren, of een rijkeluiskind dat toevallig een brouwerij in de schoot geworpen heeft gekregen. En die vervolgens geen idee had wat het brouwersvak inhield. Tot het tegendeel bewezen is houd ik het op het laatste.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden