Hup over de schutting naar school toe


<p>De onderwijzers van de jongensschool van de parochie Trouwlaan in die jaren. Links dhr Vermeer, derde Hoofd der School dhr Van Ham (met sigaret), op de sokkel dhr Reese, helemaal rechts dhr Kokke.</p>

De onderwijzers van de jongensschool van de parochie Trouwlaan in die jaren. Links dhr Vermeer, derde Hoofd der School dhr Van Ham (met sigaret), op de sokkel dhr Reese, helemaal rechts dhr Kokke.

(Foto: onbekend)

Hup over de schutting naar school toe

Frans Cools weet het nog goed en vertelt het met glinsterende oogjes: “Wij woonden in de Pastoor Vromansstraat en onze plaats grensde achter aan de speelplaats van de jongensschool. Daar had mijn vader een duivenhok gebouwd met een trapje ernaartoe. Dus ik ging ‘s morgens hup dat trapje op, sprong over de schutting - en ik was op school. Altijd op tijd!”

TILBURG - Duivenhouden bleek een hardnekkige hobby van pa: “Ja, dat is ie altijd blijven doen, ook toen we verhuisden. En niet te flauw he? Als zo’n duif iets mankeerde dan pakte pa ‘m beet en draaide hup de kop eraf. Klaar! Aten wij ‘s avonds gebraden duif.” Opmerkelijk detail was dat zo’n duif, net als een kip, zonder kop nog weleens wegvloog en op de speelplaats landde. Dan moest Frans het lijkje gaan halen, want je kon zo’n dode duif toch niet op de speelplaats laten liggen.

Gratis schaatsen

Dat klimmen over de schutting naar de speelplaats was ook handig als het Hoofd der School dhr Van Ham in de winter de speelplaats onder spoot en er werd geschaatst. Cools: “Dat kostte dan een dubbeltje of zo, geloof ik, maar ja, ik ging natuurlijk voor niks over de schutting.”

Kaal van schrik

Wat veel indruk maakte indertijd was een verkeersongeluk dat iemand uit de familie Van der Wou trof. Aangereden door een auto. Maar het was niet zozeer het ongeluk zelf dat de tongen losmaakte, maar dat een broer van het slachtoffer het zag gebeuren en van schrik vielen al zijn haren uit. Helemaal kaal!

Friettent Van de Pas

Twee deuren verder in de straat was de eerste friettent van de buurt. Cools: “Jaahh! Toontje van de Pas. Nou, daar ben ik veel gekomen hoor. Mooie dochters had die ook. En Toontje heeft me nog eens naar het ziekenhuis gebracht. Gewoon, achterop de fiets. Ik had een ongelukje gehad bij ons thuis. Ik sliep op zolder en was tegen een balk aan geknald. In paniek rende ik naar hem toe met een bebloed hoofd. Nou, hij schrok hoor. Hup, op de fiets naar het ziekenhuis, ik op blote voeten zelfs, midden in de winter.”

Zondags koffie bij ons oma

De Pastoor Vromansstraat liep uit op de Gerardus Majellakerk, de kerk van de Trouwlaan. Ja, de kerk, dat was ook wat in die tijd. Het gezin waarin Cools opgroeide was best wel katholiek, vond hij. Moeder hield streng de hand aan op de zondagse kerkgang en dat deden ze dan ook braaf. Tenminste, dat leek zo. Moeder keek hen na vanuit de deuropening en ze gingen de kerk binnen door de hoofdingang. Dat kon ze goed zien. Wat ze niet zag: “Wij gingen de kerk vóór binnen en gingen dan links door de zijdeur weer naar buiten. Gingen we lekker koffiedrinken bij ons oma. En dan wel na de mis bij andere kerkgangers navragen waar de preek over ging, want dat vroeg ons moeder dan.”

Jeugdsoos Yellow Submarine

De rol van de kerk was dus groot, in de jaren vijftig en zestig. Naast de kerk stond de meisjesschool en daar tegenover de jongensschool, maar tussen die schoolgebouwen in verrees het patronaatsgebouw. Daar waren de verkenners en de welpen thuis en later de bibliotheek en in de kleine zaal organiseerde de parochie een heuse jongerensoos. Cools: “Yellow Submarine, naar dat liedje van de Beatles. Nou, daar kwam de pastoor ook hoor, toezicht houden. Er was alleen maar fris, herinner ik me. Geen alcohol. En paars licht! Sensatie! Later gingen we naar Saint Nazaire op het Korvelplein.”

Hechte buurt

Cools had overal in de buurt vrienden: “Ja, allemaal kameraden toen. De buurt was echt heel hecht. Toen de huizen werden opgeknapt moesten wij tijdelijk naar de Wassenaerlaan. Vlakbij. Dat was tijdelijk bedoeld, maar die huizen waren veel beter dus daar zijn we gewoon blijven wonen. Ook weer volop vrienden daar.”

Gezinsleven in de jaren ‘50

Negen kinderen hadden ze bij Cools en veel geld was er niet. Maar Sinterklaas werd wel gevierd: “Dan kwam je ‘s morgens beneden en dan had Sint gereden, zoals dat heette. De hele tafel vol speelgoed en snoep. Als je goed keek zag je dat het eigenlijk niet zo veel was, maar het léék veel!”

Als je niet werkte, telde je niet mee, ondervond Cools: “Mijn oudere broers werkten al en die brachten dus geld in het laatje. Ik niet. Bij het warme eten kregen zij een flink stuk vlees. Ik was al blij als er voor mij iets over schoot!”

Gerard Sanberg

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden