<p>Het schuurtje van Roeland barst zowat uit zijn voegen. Zoon D-Jay helpt zijn vader al volop mee. Foto: Theo van Etten</p>

Het schuurtje van Roeland barst zowat uit zijn voegen. Zoon D-Jay helpt zijn vader al volop mee. Foto: Theo van Etten

(Foto: Theo van Etten)

Tilburger Roeland bouwt een Neerlands Krijgsmuseum

Wat begon met een pioniersschop uit het leger, groeide uit tot een enorme collectie. In de afgelopen vierenveertig jaar verzamelde Roeland van der Meer honderden Nederlandse legeruniformen van alle defensieonderdelen. De volgende stap moet een ‘Neerlands Krijgsmuseum’ worden.

Door Theo van Etten

Tilburg - “En dan wel in Tilburg”, begint Roeland strijdbaar. “We hebben het altijd over de textielindustrie, maar vergeet niet dat deze groot is geworden dankzij het leger.” Roeland kan uren praten over zijn uit de hand gelopen hobby. Zoon D-Jay (14) wijkt niet van zijn zijde, want ook hij is er enthousiast over. Het schuurtje achter de woning in de Reeshof puilt uit van de uniformen, insignes, helmen en ander defensiemateriaal. En dit is nog maar een fractie van de totale collectie.

‘Rare energieboost’

Toen Roelands kinderschepje het begaf bij het spelen op het strand, nam zijn vader hem mee naar de Legerdump in de Veemarktstraat. Met een heuse legerschop kwam hij weer naar buiten en het krijgsvirus kreeg hem te pakken. “Zoeken naar hulzen op oefenterreinen, dat soort dingen.” Later bezocht hij een open dag op de legerplaats in Oirschot. “Ik krijg een hele rare energieboost als ik over zo’n kazerneterrein loop. Noem het maar een zesde zintuig.”

Vrouwen met drank

De collectie omvat ruwweg de periode van de Bataafse tijd (circa 1800) tot heden. Dan gaat het om relikwieën uit de Napoleontische oorlogen, de Belgische Opstand en de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, maar ook de uitzendingen naar Bosnië en Afghanistan maken er deel van uit. Heel bijzonder is het houten ‘marketentstervaatje’ uit circa 1800. “Marketentsters waren vrouwen die militairen voorzagen van een slok sterke drank als ze in legerkampen verbleven”, legt Roeland uit.

‘”Het verhaal áchter het uniform, dat intrigeert mij” 

Bij een pak hoort een verhaal

Een ander bijzonder object is een originele Bataafse sabel met een handvat van vissenhuid. “Hij behoorde toe aan een Nederlandse militair en dateert al van vóór 1800. Dat kun je zien aan de bruine lederen schede, want later waren ze zwart.” Ook de Tilburgse krijgshistorie is vertegenwoordigd met herinneringen aan de Kromhout- en de Willem II kazerne. Bij elk pak hoort een verhaal en dat maakt de verzameling waardevol vindt Roeland. Zoals dat van de Poolse ritmeester Porankiewicz. “Dat begon met een helm. Na een lange zoektocht kreeg ik zijn complete Attila, DT, en AT.” En dan wijzend op een paar laarzen: “Daar zat de modder nog aan toen ik ze binnenkreeg. Van wie zijn die geweest? En hoe is het hem vergaan? Dat intrigeert mij.”

Voor veteranen en jongeren

Het liefst zou Roeland er nog een voertuig bij hebben. “Iets met veel techniek zoals een verbindingswagen.” Ook wil hij een museum oprichten over de Nederlandse krijgsgeschiedenis: “Veel legereenheden hebben ‘traditiekamers’ over hun eigen onderdeel. Ik wil het breder trekken. Oud-militairen vinden vaak herkenning in mijn verzameling. Maar ook jongeren vinden het interessant. Dat blijkt wel als ze tijdens de regionale veteranendagen zelf een helm op mogen zetten.” 

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden