Foto: Jasper Schoonhoven

Jacky Ervaart

Afgelopen week werd er ingebroken in ons flatgebouw. Nou is dat niet iets waar ik van wakker lig of iets waar ik verbaasd over ben. Tilburg - in vergelijking met het dorpje met 6000 inwoners en 18400 koeien uit Limburg waar ik vandaan kom - is een stad waar criminaliteit op haar hoogtepunt is. In Limburg kan ik mijn fiets het hele jaar door buiten laten staan, zonder hem op slot te doen. In Tilburg heb ik een slot én een hangslot. En nog wordt mijn fiets gemiddeld twee keer per maand weggehaald. Zelfs de fietsen die maar twee tientjes gekost hebben. Geen idee wat iemand ermee denkt te bereiken, maar ik raak wel kilo’s kwijt van al dat lopen, dus eigenlijk moet ik die mensen met losse handjes bedanken, voor het verliezen van mijn losse vel.

In het complex waar mijn vriend en ik wonen werd afgelopen week dus ingebroken. Of het werd in ieder geval geprobeerd. Om 10.00 uur ‘s avonds. Op een dinsdagavond. Dan ben je een achterlijke inbreker of niet? Wie ligt er om 10.00 uur ‘s avonds al in bed? En wie durft dát risico te nemen? In een flatgebouw met maar één uitgang. Dan ben je dus of achterlijk, of iemand die enorm kickt op risico’s nemen. Overigens denk ik ook niet dat ze veel mee kunnen nemen hier, iedereen heeft z’n huis zo vol met huisdieren dat er nergens plek is voor dure apparatuur.

In Limburg had ik nog nooit gehoord van inbrekers, criminaliteit, drugs. Erg naïef ja, maar in mijn jeugd kwam dat gewoon écht niet voor. Ik kon vanaf groep 3 alleen naar school fietsen en alleen naar huis. Ik weet wel nog dat iemand uit groep 8 ooit het verhaal had bedacht van een kinderlokker, die bij de kerk stond en kinderen die daar langs fietsten mee nam in zijn busje. Mijn moeder moest daar vooral heel erg om lachen. En liet me expres langs de kerk fietsen, om me te laten zien dat er niets gebeurt in Limburg. Ik denk dat criminelen ook denken dat ze niets in Limburg te zoeken hebben. Want wat kunnen ze daar stelen? Tractors? Preivelden?

Meer berichten




Shopbox