Foto: Jasper Schoonhoven

Jacky Ervaart

Soms voelt het alsof ik een Brabander ben. Terwijl ik feitelijk gezien natuurlijk Limburgs ben. Maar mijn roots boeien me eigenlijk niet zo veel. Ik ging vroeger al stiekem op zaterdagavond naar Roosendaal, toen ik 16 was. Zei ik dat ik een avondje ging stappen in de stad en bij een vriendin bleef slapen, maar ondertussen zaten we in de trein "slaaj meejuin meejei meejerpel" te roepen. Want dat was toen nog de enige Brabantse songtekst die ik kende. Inmiddels zing ik de liedjes van Zanger Kafke beter mee dan de lyrics van Rowwen Hèze. En als ik iemand niet versta zeg ik "weh" in plaats van "watblief". Ik ben dus zeker wel geïntegreerd hier.

Ik heb altijd al geweten dat ik nooit in Limburg zou blijven hangen, maar dacht eigenlijk dat ik ergens rondom Amsterdam zou blijven plakken. Of ergens in Australië of Spanje. Ik ben altijd wel een avonturier geweest, Dora the Explorer maar dan blond. Laatst vroeg een vriendin me: zou je Tilburg nog uit gaan? En dat vond ik een heel goede vraag.

Als je erover nadenkt is het natuurlijk ook wel iets vreemds; je groeit op in een dorp, waar ál je contacten zijn, waar je bijbaantje is, waar je familie woont. Achttien jaar lang bouw je iets op, dat je eigenlijk in één keer weggooit. Maar het feit dat hier op zondag om 20.00 uur nog een winkel open is en dat ik niet íedereen uit de stad met voor- en achternaam én beroep én schoenmaat ken, is ook wel prettig. Ik kan mijn haar paars verven en mijn Tilburgse vriendinnen zeggen: ey weh leutig. En houden het daarbij. In Limburg zou ik in de krant staan.

Nu mijn vriend en ik aan het kijken zijn voor huizen voelt het helemaal officieel en definitief. We gaan ons hier neerplanten. Mijn wortels liggen misschien wel in Limburg, maar de boom zelf groeit in Tilburg. Of het struikje, of het cactusje (als die überhaupt al wortels hebben)

Nee, ik zou Tilburg niet meer uit gaan. Ik ben een Tilburgse nu. En dat zou ik de Jacky Ervaart-lezers ook niet aandoen natuurlijk.

Jacky Eickes
Meer berichten