Foto: Jasper Schoonhoven

Jacky Ervaart

Ieder jaar zeg ik weer dat ik niet ga carnavallen. Ik houd gewoon niet van die bierlucht, van in een panty in de kou staan (want je wil er ook een beetje leuk uitzien natuurlijk) en hoempapa-muziek. 

Nee ik houd meer van mensen die gedoucht zijn, van zonder panty in de zon staan en van latin-reggeaton. Er is niemand die zó ver van carnaval af staat dan ik. Ik ben absoluut niet de belichaming van dit feest voor het gezellige zuiden, van deze vijf dagen begaaien. Ik zie mensen vanaf ochtend tot avond in een pekske, met pruik op en hun hele gezicht geschminkt bier drinken. En dan denk ik wel eens: ik wil óók die passie voor carnaval hebben.

De eerste 18 jaar van mijn leven heb ik carnaval in Limburg gevierd. Daar gingen we op vrijdagochtend van huis naar school lopen, zo'n 9,8 kilometer. En ondertussen kregen we als 13- en 14-jarigen jagermeister en gluhwein om op te warmen. Zodat je in het eerste uur op school al kotsend de klas verliet. Maar een paar uur later gewoon weer zuipend in het kleine kroegje stond met de hele school. Dát waren leuke tijden. Daarna is het ergens afgezwakt. Misschien is de drang om me te verkleden verdwenen. Of misschien ben ik te hautain geworden en voel ik me te goed voor muziek die niet zwoel of sexy is. Waar je niet leuk op kunt dansen, maar waar je op moet springen, stompen en - uiteindelijk na veel bier - vallen.

En toch sta ik ieder jaar weer ergens op de bar. Misschien juist wel omdat ik het niet leuk vind. Dan gaat de alcohol er nóg sneller en nog liever in. De 'day after' weet ik ook eigenlijk ook nooit wat voor muziek er gedraaid is, wat voor mensen er waren, hoe ik thuis ben gekomen en waarom ik toch weer met m'n kleren - en zelfs jas - aan in bed ben gaan liggen. De komende 11,5 maand gedij ik weer goed. Dan zijn mensen weer fris, is de muziek weer mooi. En ziet iedereen er weer uit als zichzelf. Dan is iedereens passie voor het leven tenminste weer gelijk.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden