Ik zat met mijn dochter van negen in de auto. ‘Papa? vroeg ze.
‘Ja?’
‘Als je in een autowinkel werkt, heb je dan een rijbewijs nodig?’
‘Nee, ik denk het niet. Misschien is het wel handig, mocht je een keer een auto op een andere plek in de winkel moeten neerzetten, maar ik denk dat je dan geen rijbewijs nodig hebt.’
‘O.’
‘Maar misschien kunnen ze je daar leren rijden. Als je op eigen terrein rijdt, heb je volgens mij geen rijbewijs nodig.’
‘Hmmm.’
‘Wil je later dan autoverkoper worden?’
‘Nee.’
‘O. Oké. Wil je wel je rijbewijs gaan halen?’
‘Ja!’
‘Dat lijkt me een goed idee. Je rijbewijs, dat is het mooiste papiertje dat je kunt verdienen. Een rijbewijs geeft je vrijheid. Dan kun je op elk moment in een auto stappen en wegrijden. Dat is mooi, toch?’
‘Ja.’
Er viel even een stilte.
‘Mama houdt niet van autorijden, hè?’ vroeg mijn dochter.
‘Nee,’ antwoordde ik.
‘Daarom wil ik mijn rijbewijs. Als jij er niet bent, dan kan ik haar overal naartoe rijden.’
‘Dat is lief.’
‘En dan vraag ik tien euro.’
