Door Paul Spapens

Ge kunt maar ergens blij om zijn…

Bij ons thuis – onze ouders waren heel erg katholiek, ons moeder voorop, zegt oudste zus Corrie – werd in de jeugd van schrijver dezes elke dag het Rozenhoedje gebeden. Gelukkig maar ‘slechts’ het Rozenhoedje want voor hetzelfde geld zou de hele Rozenkrans zijn gebeden. Het Rozenhoedje is een deel van de Rozenkrans en bestaat uit het bidden van vijf Onzevaders en vijftig Weesgegroetjes. Op sommige beelden of schilderijen draagt Maria een krans van rozen. Naar deze ‘hoed’ is het Rozenhoedje genoemd.

In die tijd dat er bij ons thuis elke dag het Rozenhoedje werd gebeden, droeg schrijver dezes een korte broek vanaf het moment dat de kachel vanaf de prille lente en de hele zomer niet meer brandde. Al was het nog zo koud, de korte broek hield je aan en de kachel bleef uit.

Kokoksmatten

En dan hadden ze bij ons thuis ook nog eens kokosmatten liggen, dé vloerbedekking voor de gewone mens – dus bijna voor iedereen. Overal lagen kokosmatten. Tijdens het bidden van het Rozenhoedje zat je met de blote knieën op de kokosmatten, gemaakt van stugge, keiharde kokosvezels. Al na het eerste Weesgegroetje stonden de afdrukken als wafelijzers in je knieën en dan nog 49 te gaan…O wee als je wiebelde om de druk te verlichten.

Ge kunt maar ergens blij om zijn – als die kokosmatten tijdens de grote schoonmaak naar buiten gingen en je dus niet die ellende van het bidden op die harde ondergrond mee hoefde te maken. Ze werden over een stang of een balk gehangen. Met de meest krachtige slagen van de (kokos)mattenklopper werd er het vuil, veelal zand en stof, uit gerammeld. Eenmaal van de vloer verwijderd lag daar altijd veel zand onder. Overigens, de kokosmatten gingen niet alleen tijdens de grote schoonmaak naar buiten, dat gebeurde wekelijks.

Gegrieseld

Maar op de andere dagen dan tijdens de wekelijkse schoonmaakbeurt lagen ze er altijd. Dat was op zaterdag als het zand aan de straatkant van de huizen werd ‘gegrieseld’, aangeharkt. Als het zand in een bepaald zigzagpatroon was gegrieseld was de wekelijkse schoonmaak zo goed als klaar en kon heel de buurt zien dat er hard was geboend. Zowel de wekelijkse- als de grote schoonmaak was vooral het werk van de vrouwen in huis, moeder en haar dochters. ’t Manvolk moest opdraven bij zwaardere karweitjes als het over een balk gooien van de kokosmatten of het naar buiten brengen van de meubels en de matrassen. De meubels werden geboend met meubelwas, de matrassen werden ook uitgeklopt en gelucht.

Allemaal typisch grote schoonmaak-werkzaamheden. Het voorjaar hoefde maar net een klein beetje te ontluiken of daar werd dit grote en zware karwei al ter hand genomen. Het gaat hier om een gebruik dat zo oud is als mensenheugenis, de behoefte om na een winter binnenleven het nest eens flink op te schonen. In de loop van de negentiende eeuw ging dit tot het ideaalbeeld van een goede huisvrouw behoren. Op de huishoudscholen leerden de meisjes hoe ze de grote schoonmaak zo goed mogelijk moesten doen. Voorlichtingsboekjes gaven de fijne kneepjes van alles wat te maken had met de grondige schoonmaak van het hele huis, van boven tot onder. Dat de grote schoonmaak uitgroeide tot een karwei dat wel twee weken kon duren kwam onder meer ook door een groeiend besef van hygiëne en dat het luchten van het huis en de spullen goed was voor een gezond leefklimaat.

Kachelpoets

De kachel, die in de winter voor de meeste stof en roet zorgde, ging niet alleen uit, maar werd ook behandeld met kachelpoets. De kasten werden leeggehaald, schoongemaakt en opnieuw ingericht waarna de randen van planken in de keuken werden voorzien van een schone versierranden. Alles werd van zijn plaats gehaald, geschrobd en geboend. En, gewit! O ja, groene zeep niet te vergeten. De mattenklopper, de ‘raobesbol’ en de zwabber zoals op deze Prent van 14 mei 1978 maakten overuren. De warmer wordende lentezon maakte deze oerkracht los, maar er speelde nóg iets mee: het huis moest tegen Pasen op z’n paasbest zijn.

De grote schoonmaak, hulde aan de moeders en de vrouwen die dit enorme karwei klaarden.