Om deze Prent-aflevering te kunnen maken ging schrijver dezes op expeditie door te stad, op zoek naar een ouderwetse snackbar, een friettent in oorspronkelijker Tilburgs. Ouderwets is beslist geen negatief waardeoordeel. We waren op zoek naar een friettent die vanouds van naam en faam is en waar we nog een traditioneel slaatje konden scoren. En zeker, die friettent vonden we, gerund door een vriendelijke en bedrijvige Chinese familie. Een interessant voorbeeld van de wereldkeuken in Tilburg, een crossover zogezegd.

Door Paul Spapens

Want eens streelden de Chinezen de smaakpapillen der Tilburgers met lekkers van ‘de Chinees’, nu staan ze vaak friet en frikandellen te bakken – én, slaatjes te maken. Want het slaatje was het doel van de culinaire tour door Tilburg, aan de vooravond van carnaval als de snacks voor velen een paar dagen het hoofdgerecht zijn. Eens waren dat de oliebollen en pannenkoeken met spek. Lekker vet eten aan de vooravond van de Veertigdaagse Vasten; Vastenavond is de oorsprong van carnaval. In een van de meest oorspronkelijke Tilburgse vastenavondliekes werden deze heerlijkheden als volgt bezongen – en waarbij men zich begeleidde met de rommelpot:

Vrouwke, ’t is vastenaovond

Ik kom nie thuis vur t’aovend

’t Aovend in de maneschijn

Als vader en moeder naar bed toe zijn

Klinken op de bussen

Hier ‘ne stoel en daar ‘ne stoel

Op iedere stoel een kussen

Vrouwke houd oewe kinnebak toe

Of ik sla er ‘nen pannenkoek tussen

Tussen oew neus en tussen oew kin

Daar kan nog wel ‘ne spekkoek in.

Het slaatje was een van de eerste snacks in de friettenten, samen met onder meer het knakworstje en de kroket; de fameuze rol van de kroket in Tilburg komt een andere keer aan de orde in deze Prent-rubriek. Dat slaatje zouden we met een knipoog een Tilburgse bijdrage aan de wereldkeuken willen noemen. Uiteraard, de eens zeer populaire snack is op tal van plaatsen meer bedacht en als lekkernij geserveerd, maar het achterliggende verhaal van het ontstaan in Tilburg is culinair-historisch gezien interessant en het is ook nog eens gerelateerd aan het vasten (aan de vooravond van Vastenavond), in het bijzonder de vrijdag als vasten- en onthoudingsdag.

Onthouding

Tegenwoordig hoeft vasten volgens Rome alleen nog op Aswoensdag en Goede Vrijdag, op vrijdagen geldt de plicht tot onthouding; onthouding wil zeggen dat je bijvoorbeeld met jezelf afspreekt om die dag geen ouwe jenever te drinken of een eierkoek te eten. Maar enkele decennia geleden behoorde de vrijdagse vasten nog echt tot de Tilburgse cultuur. Uit die tijd stamt de Prent van 31 maart 1972 waarmee Cees Robben de aandacht vestigt op een van de beroemdste gerechten uit de Tilburgse volkskeuken: Slaoj-meej-aaj-meej-jèùn-meej-èèrpel. Als een terzijde, als je dat tien keer achter elkaar foutloos uit kunt spreken zonder er de tong over te breken, dan slaag je voor het diploma Welbespraakte Tilburger’.

Dit ‘Slaoj-meej-aaj-meej-jèùn-meej-èèrpel’ was de voorloper van ’t slaatje; het slaatje in de Chinese friettent smaakte heerlijk naar vroeger! Toen moeders ontzettend goed waren om met weinig vele monden voedzaam en lekker te vullen. Ze deden dat onder meer met behulp van kliekjes en dat maakt het oorspronkelijke slaatje tot iets dat helemaal van deze tijd is: niks weggooien want dat was ‘sund’. Op vrijdag stelde moeder van de door de week opgespaarde restjes een gerecht samen dat de oorsprong is geworden van ’t slaatje.

Half ei

Het gehalveerde ei op ’t slaatje is een verwijzing naar de vleesloze vastendag die vrijdag was. In plaats van vlees werd ei gegeten. In plaats van vleesjus werd gesmolten Margarine over de aardappels gegoten. Daar moet je wel liefhebber van zijn, maar dat is weer een ander verhaal…