‘Een werkman toch, die tien uur gewerkt heeft, is uitgeput.’
Door Paul Spapens
In 1886-1887 werd in Nederland een Parlementaire Enquête gehouden naar de toestand waaronder arbeiders in de fabrieken moesten werken. Tijdens deze Arbeidsenquête, befaamd in de sociale geschiedenis van Nederland, werd vooral ook gekeken naar kinderarbeid; in hoeverre het ‘Kinderwetje van Van Houten’ uit 1874 werd nageleefd. Tijdens die Parlementaire Enquête was in 1887 de Tilburgse nijverheid aan de beurt.
Dat dat vooral textiel betrof, is natuurlijk een open deur, maar Tilburg had ook een andere grote werkgever, namelijk de Werkplaats van de Spoorwegen. Deze was sinds 1868 in Tilburg gevestigd op de plaats van wat nu de Spoorzone is, een van de parels van hedendaags Tilburg, oftewel van de Wederopbouw van de stad ná de teloorgang van de textiel. De baas van D’n Atelier verklaarde tegenover de enquêtecommissie dat vroeger werkdagen van twaalf uren gewoon waren. Maar dat was naar tien uur teruggebracht omdat een ‘langeren arbeid’ nadelig was voor het bedrijf en zelfs tien uur was eigenlijk te veel.
Verplicht
Onlangs stonden we in deze Prent-rubriek onder meer stil bij het feit dat in 1940 werkmensen voor het eerst verplicht een week betaalde vakantie kregen. De vakantieperiode nodigt uit om over de vrije dagen die de Tilburgers genoten nog wat meer te vertellen en daar halen we deze Prent van 29 juni 1973 bij. Mogelijk aan de boorden van het Wilhelminakanaal of de Laaj klaagden deze vakantievierders over het weer. In 1973 was een zonvakantie in het zuiden van Europa nog lang geen gemeengoed. Een jaar eerder was in Tilburg de Grote Clubactie opgericht. De eerste jaren van de Grote Clubactie was een vliegvakantie naar het Spaanse Fuengirola een superhoofdprijs waarover heel Tilburg sprak.
Vakantie en vrije tijd en geld om dan van het leven te genieten – in 1968 werd vakantiegeld wettelijk geregeld – bestaan dus nog niet zo heel erg lang. In Tilburg maakte de werkmeens zeer lange dagen: in de zomer veertien uur, tien tot twaalf uur in de winter. Tijdens de Parlementaire Enquête van 1887 bleek dat de werknemers van Chrisje Mommers zestien tot zeventien uur moesten werken. Óók de kinderen! Bedenk daarbij dat Christje Mommers zich had opgewerkt van wever tot fabrikaant… Van de andere kant, in het enquêtejaar 1887 was hij een van 36 Tilburgse bedrijven die zijn arbeiders liet schaften van twaalf uur tot half twee.
Vakantiedagen hadden de Tilburgers vroeger niet, hooguit een paar dagen vrij tijdens de kermis. Dit laat mooi zien hoe belangrijk de Tilburgse kermis al vele jaren is, iets wat nog steeds meespeelt in de beleving en de betekenis daarvan. De enige dag waarop iedereen vrij was, was de zondag, die gepropageerd werd als rustdag, wat niet geheel klopte omdat de kerk beslag legde op een flink deel daarvan. De zondagse missen duurden langer en dan had je nog het Heilig Lof ’s middags en bijeenkomsten van organisaties als bijvoorbeeld de Heilige Familie. Dit was een godsdienstige vereniging voor mannen. Om de twee weken kwamen de leden na het lof bijeen voor samenzang en het luisteren naar stichtelijke presentaties.
Heiligendagen
De vrije dagen die men had waren katholieke feestdagen. De heiligendagen, hèllegendaog (meervoud) op z’n Tilburgs, waren dagen die, als ze op een doordeweekse dag vielen, als een zondag gevierd moesten worden. Het bisdom Den Bosch telde ruim een eeuw geleden naast de twee dagen met Kerstmis, Pasen en Pinksteren nog dertien andere ‘verplichte zondagen’: Nieuwjaarsdag, Driekoningen, Maria Lichtmis (2 februari), Maria Boodschap ( 25 maart), Hemelvaartsdag, Sacramentsdag (tweede donderdag na Pinksteren), Petrus en Paulus (29 juni), Maria ten Hemelopneming (15 augustus), O.L Vrouw geboorte (8 september), Allerheiligen (1 november), Maria Onbevlekte Ontvangenis ( 8 december) en Derde Kerstdag (27 december).
Omdat deze dagen zo indringend deel uitmaakten van het leven, ontstonden er allerlei fenomenen in de Tilburgse volkscultuur. Een paar voorbeelden. Op de feestdag van Petrus en Paulus werden erwtjes met worteltjes gegeten. Toen Driekoningen op 6 januari als verplichte feestdag werd afgeschaft, kelderde het aantal Driekoningenzangers.
De patroondag van de heilige waar de plaatselijke parochie naar was genoemd, werd ook gevierd door middel van een vrije dag. In Tilburg is dat de heilige Dionysius op 9 oktober, de patroon van de eerste parochie van Tilburg. De eerste kermisvieringen, lang geleden, in Tilburg hielden daar verband mee. In de vorige eeuw werd de heilige Jozef aan dit lange rijtje toegevoegd. Hij is de patroon van de arbeiders. Door van zijn feestdag (19 maart) een vrije dag te maken was dat een tegenhanger van 1 mei, de Dag van de Arbeid.
Noteer: op al die dagen waarop niet werd gewerkt, werd er ook niet verdiend!
