Op 8 juni 1766 vertoonde Jacobus Perrollet zich in zijn zondagse kleren op straat in Tilburg. Perrollet was vorster in het dorp. Een vorster was een functionaris wiens werkzaamheden zo’n beetje het midden hielden tussen die van een gemeentebode, een deurwaarder en een politieagent. Hij droeg een gele leren broek en rond zijn middel een witte sjerp. Zo’n sjerp als teken van waardigheid kennen we tegenwoordig van de Belgische burgemeesters. Perrollet beroerde drie keer zijn trom, een gangbare manier om mensen letterlijk op te trommelen.

Door Paul Spapens

Daarop ontvouwde hij een document en las de Tilburgers voor dat iedereen die een kar met paard bezat en iedereen die schop in zijn stal of schuurke had staan, de wegen binnen de gemeente mee moest helpen fatsoeneren. De meeste Tilburgse straten toen waren zandwegen, bemodderd in natte periodes en ‘stobberend’ in droge tijden. Met gefatsoeneerde wegen wilde Tilburg een goede indruk maken op prins Willem V die het dorp bezocht. Hij was de laatste stadhouder van de Republiek.

Het staat nergens beschreven hoe de Tilburgers op deze verplichting reageerden. Wél hoe ze zich gedroegen toen de vorst zich in Tilburg vertoonde. Toen ‘begonnen de aangezichten der omstanders te glanzen van genoegen’. De chroniqueur die dit liveverslag noteerde, voegde daar aan toe: ‘Een volksfeest, dat was iets om iedere Tilburger te doen watertanden. Het dateert dus niet van vandaag of gisteren dat de inwoners er slag van hebben een feestelijke in- of optocht te organiseeren.’

Aan deze vaststelling mag men toevoegen dat de Tilburgers met name tijdens koninklijke bezoeken hun allerbeste best deden om er een ‘fèèn fisje’ van te maken. De ‘Zon van Nederland’ werden de Oranjes in Tilburg genoemd. Aan de vooravond van Koningsdag op maandag 27 april staan we daar in deze rubriek bij stil met een Prent van feestende Tilburgers. De Prent is van 4 april 1971. We zien dansende mensen en een feestorkestje.

Opvallend genoeg heeft Cees Robben in zijn Prenten nauwelijks aandacht besteed aan Koninginnedag, terwijl de viering daarvan sinds jaar en dag tot de meest omvangrijke en zowat door iedereen gevierde feestelijkheden behoorde. Vanaf 1920 gebeurde dat onder leiding van het in dat jaar opgerichte Oranje Comité. Vorig jaar hield deze organisatie op te bestaan. Te weinig vrijwilligers en regeldruk waren belangrijke redenen. In het licht van de indrukwekkende Oranjefeesten die er ooit in Tilburg zijn geweest, was dit zonder meer een historisch besluit.

Oranjezon

De Oranjezon heeft inderdaad vaak en fel boven Tilburg geschenen. De meeste Tilburgers zullen zich nog herinneren hoe koning Willem-Alexander Tilburg verkoos om Abraham te zien. Liefst 150.000 mensen kwamen daar op af ‘Dit is Tilburg, dit is het hart van Brabant’, zei de vijftigjarige in zijn dankwoord. Heel wat langer geleden wees het lot Tilburg aan als de plaats waar koningin Juliana op 6 september 1973 haar zilveren jubileum als staatshoofd vierde. Voor Tilburg was het een onvergetelijk moment toen een dag eerder in de RAI in Amsterdam 320 ballonnen neerdaalden met daaraan de namen van alle Nederlandse gemeenten. Tijdens een live-tv-uitzending greep Juliana de Tilburg-ballon uit de lucht. Vanaf dat moment was het in Tilburg alle hands aan dek en werd in recordtijd een feest uit de grond gestampt.

Maar Tilburg had al vaak laten zien hoe het Oranjefeesten moest organiseren. Een daarvan was naar aanleiding van de geboorte van Juliana op 30 april (lange tijd Koninginnedag) 1909. Op de Heuvel werd een aubade, een muzikaal eerbetoon gebracht en er brandden lichtjes in de lindeboom. De Oranjegeschiedenis van Tilburg laat zien dat de stad ook op Oranjecadeautjes-gebied een naam hoog had te houden. Tilburg schonk een kinderwagen. De firma L. van Delft had er flink zijn best op gedaan. Het koninklijk kindervervoermiddel was gemaakt van wit chroomleder met echte kant en versierd met driedimensionale kroontjes.

Hofleverancier

Wil je deze luxe kinderwagen nog eens zien dan moet je in Nationaal Museum Paleis Het Loo zijn. Kinderwagenfabrikant Van Delft hield er het predicaat hofleverancier aan over. In 1975 hield het bedrijf op te bestaan. Maar de koninklijke kinderwagen is niet verloren gegaan. Deze staat in Nationaal Museum Paleis Het Loo. De kinderwagen is een van de ruim 160.000 objecten, maar wel een Tilburgs product.