‘Elke hippe hond heeft een spijkerbroek van De Gunst aan zijn kont.’

Door Paul Spapens

Geheel in stijl met de toen wild geachte stijl van de jaren ’60 en ’70, bedacht Peter van den Elsen, alias Peter de Gunst, deze uitdagende slogan om zijn spijkerbroeken aan de man/vrouw te brengen. Tegen vijf maal het normale tarief plaatste hij deze tekst die hippe (modieuze) jongeren aan moest spreken als een kleine advertentie op de voorpagina van het Nieuwsblad van het Zuiden.

Als er een afbeelding bij een advertentie moest worden geplaatst bracht Peter van den Elsen zelf een cliché mee, een fotografisch negatief, wat nodig was om op de persen van de krant een afdruk te kunnen maken. Clichés werden doorgaans van zink gemaakt in de clichéfabriek van Tuerlings, die eerst was gevestigd aan de Heuvelstraat en nadien aan de Dijksterhuisstraat.

Deze wat lange introductie op het al lang en breed verdwenen fenomeen van het cliché hebben we nodig om de bijzondere Prent van Cees Robben van deze week nader toe te lichten. Dit is een cliché van een Prent van Cees Robben. Dit cliché hangt ingelijst (door de tijd een beetje scheef gezakt) bij Peter van den Elsen (1946) in huis. Hij maakte er een foto van en stuurde die naar Stadsnieuws. Daarmee reageerde hij op de oproep van deze Prent-rubriek om particuliere Prenten van Cees Robben. Deze oproep heeft al meerdere interessante Prenten opgeleverd en is nog steeds van kracht.

Dialect-taalspelletje

Onder het ingelijst cliché heeft Cees Robben zelf nog een keer de tekst van de Prent geschreven: ‘Doe’w – nissels-vaast Dorus, drek-trap-t’rop….’. Dit is een typisch Cees Robben dialect-taalspelletje, een van de redenen waarom zijn Prenten zo geliefd waren. Probeer het maar eens na te spreken, klinkt gewoon hartstikke leuk. Door de tijd is de tekst onder invloed van het licht een beetje vervaagd. Op de Prent zelf zien we een vrouw die een raam aan het lappen is en ze waarschuwt de man die met losse nissels in de straat passeert. Nissel voor veter wordt niet meer gebruikt. Vanaf de jaren ’60 raakte het in onbruik. Het is niet echt een dialectwoord, al wordt het wel als zodanig herinnerd. Tilburgse kinderen leerden schoenen strikken met behulp van een ‘Nisselplèngske’.

De Gunst aan het Besterdplein was van oorsprong een manufacturenzaak van een joodse eigenaar, Stibbe genaamd. In 1934 namen de moeder (Carla) van Peter de Gunst en tante Annie Hamilton de zaak over. Twee jaar later traden zijn ouders in het huwelijk en gingen boven de zaak wonen. De vader van Peter de Gunst droeg een sik. Nou, dat krijg je in bijnamenstad Tilburg te horen. Iedereen kende deze bekende Besterdse mens als ‘Sik de Gunst’, die net als zijn zoon ook kon dichten zonder zijn hemdslip op te lichten. Hij won een keer een scheerapparaat tijdens een door kapper Van den Broek uit de Nicolaas Pieckstraat, zijstraat van het Besterdplein, uitgeschreven wedstrijd: 'Met een Remington geboren, voel je je als herboren.’

Dat speelde in de tijd dat mensen voldoende geld begonnen te krijgen om een scheerapparaat te kopen. Dat was in ongeveer dezelfde tijd als de opkomst van de spijkerbroek en toen de Tilburgse werkmens zijn fiets inruilde voor een brommer. Samen met Canadian Stocks was De Gunst trendsetter in spijkerbroeken, die stijf als een plank door de winkeliers zelf werden gebleekt. Schrijver dezes verzucht vol melancholie: wat een tijden…

Duivenmelkersjassen

Na de oorlog schakelde De Gunst over op werkkleding. Denk aan de duivenmelkersjassen. Spijkerbroeken waren min of meer een logisch vervolg. Werkmanskleding bij uitstek waren ‘Mesjèsterse pakken’, gemaakt van het oersterke Manchester. Toch, na een jaar wroeten in de grond was de bedrijfskleding van de mannen die voor de Tilburgse Waterleidingmaatschappij waterleidingen aanlegden en storingen verhielpen tot op de draad versleten. Peter van den Elsen en zijn pa brachten jaarlijks nieuwe ‘Mesjèsterse pakken’ naar de TWM – te voet want dat kostte minder.

Zo ontmoette hij Cees Robben, die jarenlang bij de Tilburgsche Waterleidingmaatschappij heeft gewerkt. In diezelfde jaren zag hij in Roomsch Leven de Prent staan die nu als origineel cliché bij hem in huis hangt. De Prent is hem altijd bijgebleven. Jaren later, Peter van den Elsen weet niet meer waar en bij welke gelegenheid, werden ingelijste clichés van Cees Robben te koop aangeboden. Ze waren op het passe-partouts ook nog eens gesigneerd door de meester zelf.

En toen dacht Peter van den Elsen: ‘Dat is de mijne…’