Eind 1960 werd voor de zoveelste keer in de Tilburgse gemeenteraad gepalaverd over de duur van de kermis: drie dagen, zes dagen, negen dagen, een week, minder dan een week… Ter discussie stond toen een verlenging tot acht dagen. De befaamde politica Miet van Puijenbroek was in 1960 voorstander van verlenging. Ze beriep zich op de uitspraak van een psycholoog. Die zou hebben gezegd dat, hoe meer mensen gek doen, hoe minder in een gekkenhuis terechtkomen. Een leuk fisje als de kermis heeft dus veel voordelen. Noteer als een terzijde dat het openbaar carnaval in Tilburg toen nog verboden was. Tijdens een bespreking in de raad over de duur van de kermis werd zelfs ooit gesteld dat Tilburg het wat vermaak betreft alleen moest hebben van de kermis, daar de stad geen carnaval kende…

Door Paul Spapens

Een ander punt dat jarenlang de gemoederen van de raadsleden beroerde was de tijd van het jaar waarin de Tilburgers hun kermislusten konden botvieren: september, augustus en juli zijn in Tilburg allemaal kermismaanden geweest. September heeft in historisch opzocht de oudste rechten als kermismaand.

Zeer uiteenlopende belangenpartijen deden gedurende opeenvolgende jaren, met name vanaf het begin van de vorige eeuw tot in de jaren tachtig, met eigen argumenten van zich spreken. Wat tevens heel goed laat ziet hoe belangrijk de Tilburgse kermis was: economisch, sociaal, maatschappelijk en cultureel. De huidige kermis wortelt, zo mag je wel stellen, zeer stevig en diep in de Tilburgse samenleving.

Verenigde Vermaaks Exploitanten

In 1960 waren het de kermisondernemers, verenigd in de Verenigde Vermaaks Exploitanten, die om een verlening tot acht dagen vroegen. Een jaar eerder hadden ze zich daar ook al sterk voor gemaakt. Een van de argumenten was dat Tilburg, samen met Eindhoven en Enschede, een gemeente was met meer dan 100.000 inwoners waar de kermis het kortst duurde. Ander argument: steeds meer Tilburgers gingen tijdens de kermis op vakantie. Weer terug thuis moesten ze tot hun leedwezen ervaren dat de kermis voorbij was.

Voor het eerst zie je hier de afweging die de Tilburgers gingen maken tussen op vakantie gaan en kermis vieren. Tilburgers in de bonus hadden die keuze al veel eerder gemaakt; Tilburgers met geld gingen tijdens de kermis op vakantie, onder andere naar Knokke. Het fenomeen van ‘op vakantie gaan’ is in Tilburg onlosmakelijk verbonden met de kermis. Vanaf de jaren ’60 ging dat voor steeds meer Tilburgers gelden. Nog steeds zijn er veel Tilburgers die bij het plannen van de vakantie rekening houden met de kermis. Met deze Prent van 12 augustus 1977 gaf Cees Robben het vakantiegevoel weer in de tijd dat vakantie gemeengoed aan het worden was.

Rond 1910 ging de vakbeweging vechten voor vrije dagen. In de jaren ’20 gaven sommige werkgevers hun werknemers vrije dagen, zij het eest nog onbetaald. In Tilburgs was het bijna een natuurwet die bepaalde dat de vrije dagen die de Tilburgse harde werkers kregen tijdens de kermis vielen. Toen het aantal vrije dagen toenam en ook nog eens werden betaald, was het een typisch voorbeeld van – economisch - eigenbelang om voor het verplaatsen in tijd van de Tilburgse kermis te pleiten. Omdat dat betaald verlof en de kermis niet meer goed op elkaar waren afgestemd, dreef kermislust de Tilburgers steeds vaker naar de kermissen van Oisterwijk en Goirle.

Boos

Toen Tilburg in 1965 besloot om de kermis voortaan samen te laten vallen met het begin van de school- en bedrijfsvakantie, waren ze in Oisterwijk dan ook boos: ‘Wij hadden gedacht dat het college van een buurgemeente een dergelijk voorstel van uw raad niet zou hebben gedaan.’ De Oisterwijkers speelden hier in op het feit dat de kermis in de gemeenteraad van Tilburger altijd tot discussie en bloemrijke verhandelingen leidde. Maar aan een ging heeft de gemeenteraad zich nooit gewaagd, namelijk het verbieden van de kermis. Als dat al ooit gebeurde, was dat in noodsituaties, zoals tijdens de Eerste Wereldoorlog. In 1915 werd de kermis door het militaire gezag verboden en dat leidde meteen tot opstootjes en tot ontruiming van de Heuvel en het Piusplein.

Het eerste jaar van de Tweede Wereldoorlog had voor de arbeidende bevolking een grote verrassing inpetto. Voor het eerst kregen werknemers een week vakantie en nog eens betaald ook. In de Tilburgse fabrieken werd dat door middel van een ronkende proclamatie bekendgemaakt: ‘Gij allen hebt een jaar van hard werken achter U! Na arbeid: Rust! Na harden arbeid een flinke rust! Zooals gij Uw werkgever blij Uw arbeid geeft, zoo geeft Uw werkgever U blij Uw welverdiende rust. Een volle week zal de fabriek gesloten zijn! Een volle week (48 uur) zal U ook worden uitgekeerd!’

Mooi, maar de Tilburgers moesten voor hun vakantievermaak wel iets anders bedenken dan de kermis want die ging in 1940, uitgerekend in dat jaar, op last van de Duitsers niet door.