Ik denk dat 99,9999 procent van de vrouwen ooit weleens ’Say yes to the dress’ heeft gekeken, waarin andere vrouwen zich in een trouwjurk hijsen en er een hysterische verkoopster vraagt of dit dé jurk is waar ze in willen trouwen. Ik heb dit programma uiteraard ook ooit gekeken en me altijd afgevraagd hoe het voelt om een trouwjurk te dragen. Voornamelijk omdat mijn favoriete kleur zwart is en ik nooit wit draag. Wit is absoluut niet mijn kleur en lange jurken zijn ook echt niet mijn ding. Dus dat werd nog interessant.

Om de grote, commerciële ketens te mijden en mijn geld op een hardwerkende kleine ondernemer te storten, ben ik naar een boetiek geweest. Het schattigste boetiekje ooit. Met houten balken, een boerderij-uitstraling en alle tijd en aandacht voor de bruid. Ik hou van aandacht. Dus dat komt helemaal goed.

Bruidsjurken passen is iets dat iedere vrouw eigenlijk ooit een keer gedaan moet hebben. Voor het gevoel dat je ervan krijgt. Ook al ga je niet trouwen, of houd je niet van jurken of de kleur wit. Het is een ervaring. De uitdrukking ’je een prinses voelen’ gaat namelijk helemaal op. Zelfs voor iemand die zich altijd een clown of hofnar voelt, zoals ik. De ’oh’s’ en ’ah’s’ van je entourage helpen daar natuurlijk ook wel aan mee.

Ik ben niet iemand die altijd heel erg lekker in haar vel zit, maar de stoffen waarmee trouwjurken worden gemaakt, maskeren werkelijk alles. Je voelt je meteen Jessica Rabbit met een goddelijk lijf. Dat maakt het des te jammer dat je zo’n jurk alleen maar op je trouwdag draagt. En vanwege de prijs natuurlijk. Het kost gemiddeld zo’n zeven ribben uit je goddelijke lijf.

Trouwen doe je maar één keer. Trouwjurken passen zou je iedere maand moeten doen.