'Yet in Tilburg he found a place where he felt free and more at ease. (…) He could truly be himself.'
Door Paul Spapens
Is het in het Tilburg van vandaag nog nodig deze zin te vertalen? De een meer, de ander wat minder, maar de indruk bestaat toch dat zowat elke Tilburger op zijn minst een mondje Engels spreekt en zich bij een ontmoeting met Engelssprekenden allerminst uit het veld laat slaan – maar wat wil je met deze formidabele taalbegaafdheid, want nergens ter wereld kan men zo welluidend ‘kaajbaande’ uitspreken.
In supermarkten hoor je dat veel vakkenvullers Engels met elkaar spreken. Jammer dat het terrasjesweer ten einde loopt, want anders zou je nog eens een keer kunnen ervaren dat de bediening ook nogal eens Engelsgetaald is. De Katholieke Universiteit Tilburg herdoopte zich in Tilburg University, waar het Engels overigens de voertaal is. Lang geleden liep schrijver dezes op deze Engelsetaalontwikkeling vooruit met ‘hènsup. Dat moest je kennen om ‘kojboj’ te kunnen spelen.’ Nou, die spreekt ook een heel eindje over de grens zeg’, werd dan bewonderend gezegd.
Koningsmantel
Deze Engelsetaalvaardigheid kwam onlangs goed van pas tijdens de Brabantse Dag in Heeze, een hoogtepunt van de Brabantse cultuur. Op enorme wagens worden aspecten van de Brabantse geschiedenis en identiteit uitgebeeld. Regelmatig komen Tilburgse onderwerpen aan bod, zoals vorige jaar het fameuze 100-jarige carnavalsverbod in Tilburg. Dit jaar werden de muziekinstrumentenfabriek van Kessels uitgebeeld en ‘de koning die zichzelf kon zijn’. Aldus het programmaboekje over een theaterwagen die de koningsmantel van Willem II voorstelde. Zo’n mantel, een symbool van macht en aanzien, werd vaak afgerand met hermelijn, in Heeze met de Regenboogvlag.
De koninklijke pracht en praal werd op de praalwagen aan de ene kant van die koningsmantel verbeeld. Maar als je aan de andere kant van de wagen de mantel als het ware opensloeg, dan maakte het publiek kennis met het privéleven van koning Willem II. Die zien de Tilburgers als ‘onze koning’. Zijn naam klinkt door in onder meer het Koning Willem II College, de Willem II-straat (sinds 1881 zo officieel genoemd, daarvóór Comediestraat) en de voetbalclub die Cees Robben met een zekere regelmaat inspireerde. Deze Prent publiceerde hij op 13 februari 1976. Het stadion op de achtergrond dateerde van 1947. Het huidige stadion was in 1995 klaar om ups and downs te beleven. In 2009 werd er ‘koning’ aan de naam toegevoegd: Koning Willem II Stadion.
Koningshoeven
De Engelse zin bovenaan dit stukske verwijst naar ‘hier adem ik vrij en voel ik mij gelukkig.’ Dat heeft koning Willem II gezegd van een buitenverblijf(je) dat hij in 1833 kocht op de Koningshoeven. Een jaar later kocht hij een eindje verderop drie boerderijen, de Koningshoeven. Zijn uitspraak is spreekwoordelijk geworden voor de manier waarop hij zijn verblijf in Tilburg waardeerde. De koning was biseksueel en hij verwekte menig bastaardkind waardoor wel eens is opgemerkt dat door de aderen van menig Tilburger blauw bloed stroomt. Tegenwoordig druk je met de uitspraak van Willem II het tolerante karakter van Tilburg uit en zeg je dat het in Tilburg gewoon tof wonen is, een stad waarin iedereen zichzelf kan zijn. Daar kan geen gefabriekte slogan als onderwijsstad tegenop.
Het is toch mooi dat op zo’n groot cultureel feest als de Brabantse Dag in Heeze dit aspect uit het leven van koning Willem II als onderwerp is gekozen en dat dat werd gelinkt aan Tilburg. Het verhaal over ’s konings ‘hidden desires’ werd beknopt verteld in het programmaboekje. Heeze maakt deel uit van de regio-Eindhoven. Dat het daar wemelt van de expats zag en hoorde je langs de route. Om hen te plezieren waren de toelichtingen vertaald in het Engels. De Engelse zin boven dit stukske is daar aan ontleent en we lazen ook:
‘In Tilburg voelde hij zich vrijer en kon hij meer zichzelf zijn. Hij werd bijvoorbeeld verliefd op mannen én vrouwen. (…) Iedereen heeft een plek nodig waar hij zichzelf kan zijn.’
