Deze Prent van Cees Robben, gepubliceerd op 13 april 1962, dateert uit de tijd waarin hij zijn geestige karakterschetsen van de Tilburgse mens vaak vergezeld liet gaan van verhalende gedichten, vertèlselkes. De tekening op de Prent van deze week moet het verhaal duidelijk ondersteunen en niet andersom. We zien hier een tafereel dat tientallen jaren de normaalste zaak van de wereld was op de weekmarkt op het Besterdplein. Deze wordt nog steeds gehouden op woensdagmorgen. De Besterde markt was gespecialiseerd in voor de groothandel afgekeurde stoffen.

Door Paul Spapens

De Besterde stoffenmarkt werd Lèpkesmèrt genoemd, naar de lappen stof die moeder hier kon scoren. Een Tilburgse moeder kon ontzettend trots zijn als ze een leuk lèpke op de kop had kunnen tikken en dat ook nog eens tegen een scherpe prijs. Dat laatste was net zo belangrijk als het eerste want ze had weinig te besteden, moest elk dubbeltje omdraaien. Tegelijkertijd wilde ze haar kinderen mooi aankleden, een mooi kleeke aantrekken in van die lèpkes zelfgemaakte kleding. Kunstenaressen op de naaimachine waren de Tilburgse moeders.

Wat op deze Prent vooral ook speelt is de kennis van de stoffen die de Tilburgse vrouwen hadden. Deze hadden ze opgedaan tijdens hun werk in de textielfabrieken. Een stoffenhandelaar maakte ze niks wijs. Met een strijdbaar gezicht stelt ze op de Prent zuinig vast dat het katoenen lèpke meer voorstelde dan het was door de pap waarmee de stof werd bewerkt. Na een keer wassen was er van de vermeende kwaliteit niet veel over en daar trapte deze kranige Tilburgse niet in.

Op deze Prent komen verschillende Tilburgse eigenheden samen: Tilburg Textielstad met een groot aanbod aan textiel. Weinig geld te besteden. Kennis van zaken. De kunst van het zelf maken van kleding. Dat laatste is een vroeg voorbeeld van wat tegenwoordig met een populaire term Tilburg Makersstad wordt genoemd. Er is de laatste tijd steeds meer aandacht voor het immateriële erfgoed van Tilburg. Er zou iets voor te zeggen zijn om al deze kwaliteiten te erkennen als belangrijk Tilburgs immaterieel erfgoed en dat dan koppelen aan de Lèpkesmèrt op d’n Besterd.

Sinterklaas

In Tilburg zijn bovendien steeds meer circulaire initiatieven. Het valt echt op dat er die in Tilburg veel zijn. Het zou heel goed kunnen dat het verleden van (genoodzaakte) zuinigheid en zelf maken daar een rol in speelt. Het zelf maken van kleren past heel goed in deze trend. De geschiedenis van Tilburg laat daar prachtvoorbeelden zien. In 1901 maakte Sinterklaas voor de eerste keer in het openbaar zijn intocht in Tilburg. Het doel was geld en goederen in te zamelen voor de minderbedeelden. De eerste Sinterklaasintocht was in en om ’t Goirle, waar veel textielfabrieken waren geconcentreerd. Fabrikanten gaven tijdens het rondtrekken van de Sint rollen stof mee waar tientallen vrijwillige naaldkunstenaressen ondergoed voor kinderen en warme winterjassen van maakten.

In 1901, het jaar van de eerste Sinterklaasintocht, bestond het Besterdplein precies een jaar. Het plein maakte onderdeel uit van de nieuwe wijk Besterd. De naam is afgeleid van het oude woord ‘bijster’. Dat betekent verwilderd. In de tijd dat bijvoorbeeld de Hasseltse Kapel in 1536 werd gebouwd, dit om die tijd een beetje te kunnen plaatsen, was het gebied waar de wijk Besterd verrees onherbergzaam, een ruigte. In de nieuwe wijk woonden veel jonge en grote gezinnen. In z’n opzet en sociaalmaatschappelijke achtergrond leek de Besterd veel op de wijken Het Zand en de Reit die zestig jaar later werden gebouwd. Konden de bewoners van die nieuwe wijken voor hun dagelijkse behoeften terecht in winkelcentrum Westermarkt, geopend op 15 november 1961 en dit jaar dus 65 jaar oud, in de Besterd gingen steeds meer stemmen op voor een weekmarkt. Deze kwam er in 1910.

Specialisatie

Op 28 november van dat jaar gaf de gemeenteraad toestemming voor het houden van een week-groenten markt. Dat aanbod was te beperkt om deze nieuwe markt tot een succes te maken. Daarom werd twee jaar later besloten dat er voortaan alle producten mochten worden verkocht. Al heel snel gingen stoffen de boventoon voeren. De Besterde Mèrt ontwikkelde zich niet alleen tot de belangrijkste van Tilburg, maar ook tot de grootste stoffenmarkt van Nederland. De specialisatie in lèpkes trok ook veel kopers uit de regio en het Belgisch grensgebied rond Turnhout. Dat was in de tijd dat je ook in de Heuvelstraat veel Vlaams kon horen ‘klappen’…