‘We hebben ook een viaduct. Ge stoot oewe kop as ge niet bukt.’
Door Paul Spapens
Tilburg heeft geen officieel volkslied en toch kunnen de Tilburgers kiezen uit twee volksliederen. Een ‘echt’ volkslied is nogal officieel en komt doorgaans tot stand vanuit de kringen der notabelen en nog hoger. De Tilburgse inborst is meer van onderop. Vandaar dat er meerdere volksliederen kunnen ontstaan, want de mensen maken het zelf wel uit. Het volkslied dat het meest bekend is en dat met afstand het meest doorgaat als hét Tilburgse volkslied werd in 1938 geschreven door Piet Heerkens. Ondanks het feit dat het in het Tilburgs dialect is geschreven, wordt het nog steeds uit volle borst gezongen. Een teken dat dit lied wordt ervaren als een deel van de identiteit van de Tilburgers. De fameuze beginregel luidt:
‘k Zie oe daor zô gère lige, Tilburg waor ‘k geboore ben.‘
Het andere volkslied verdient eigenlijk meer die benaming omdat het steeds kon worden aangevuld met gebeurtenissen in de stad. Zo was dit lied een vertolking van wat het volk bezongen wilde hebben, een situatie waar door middel van een lekkere meezinger de aandacht op werd gevestigd. Dat was altijd mild-kritisch, op zichzelf of op de stad. Iedereen kon ter plekke een nieuwe toevoeging bedenken en voorzingen. Zo telt de versie die Rolf Janssen in zijn in 1984 gepubliceerde boek ‘We hebben gezongen en niks gehad’ 63 ‘coupletten’ van 63 verschillende voorvallen die allemaal vermakelijk worden becommentarieerd. Een actuele versie zou verwijzingen kunnen hebben naar bijvoorbeeld het Spoorpark, de eerste vrouwelijke burgemeester of het Draaiend Huis:
'En we hebben ook een Draiaend Huis, en daar is nôôt niemes thuis…'
Elke bezongen situatie werd afgesloten met: ‘En lòt ze mar koome, we lusse ze gruun’. Deze bekende Tilburgse uitdrukking getuigt van strijdlust en trots, het was een zelfverzekerde kreet die doorklinkt in ‘Tilburg, de schônste stad van ’t laand.’
In het genoemde boek van Rolf Janssen over de Tilburgse volksmuziek staan drie ‘coupletten’ over de spoorweg die dwars door Tilburg loopt en ontzettend veel overlast bezorgde totdat het Hoogspoor daar een einde aan maakte. Naar aanleiding van het begin van de aanleg van deze belangrijke voorziening maakte Cees Robben deze Prent op 11 mei 1957. De persoon die de symbolische eerste schop in de grond stak en daarvan ’t ammezuur (buiten adem raakte) kreeg was burgmeester Eduard van Voorst tot Voorst. Hij werd twee maanden later opgevolgd door Cees Becht die op zijn manier (we drukken ons voorzichtig uit) een golf van veranderingen door de stad joeg.
Hoogspoor
Deze vernieuwingen sloten wel aan bij het Hoogspoor, een hoogst noodzakelijke ingreep waar iedereen nog dagelijks de geneugten van ondervindt. Op 1 oktober 1863 werd de spoorlijn Breda-Tilburg geopend en daarmee werd Tilburg aangesloten op het internationale spoorwegennet. Voor het eerst konden mensen en goederen gemakkelijk van en naar de stad komen. Het mooie aan de trein is, dat dit vervoermiddel reeds lang geleden is uitgevonden en na al die jaren met de dag belangrijker wordt. Datzelfde kun je zeggen van de fiets. Vanaf 1865 werd de lijn doorgetrokken naar Boxtel en daardoor werd Tilburg als het ware in tweeën gesplitst. Het begrip ‘boven en onder de lijn’ ontstond. Op dit fenomeen komen we nog wel eens terug.
De spoorlijn die dwars door Tilburg liep veroorzaakte steeds meer hinder. De spoorwegovergangen gingen steeds vaker dicht. In 1909 was de overweg tussen de Heuvel en de Koestraat (NS Plein) tussen 7 uur ‘s morgens en 9 uur ’s avonds liefst zes uur dicht. Vele honderden voetgangers en fietsers stonden steeds braaf te wachten. Om het leed iets te verlichten werden in 1893 bij de Koestraat en de Gasthuisstraat hoge voetgangersbruggen gebouwd. De aanleg van het Hoogspoor was een gigaklus die op 29 mei 1969 was geklaard. Het benodigde zand werd gewonnen op de Bikse Haaj, we hebben er de Beekse Bergen aan overgehouden.
Kanaal
Het viaduct waar je je kop aan stiet als je niet bukte uit de beginregel van dit stukske betrof de onderdoorgang van de Ringbaan-Oost. Deze werd in 1921 gerealiseerd. In die tijd naderde het kanaal zijn voltooiing. Tot de werkzaamheden behoorde de aanleg van twee spoorbruggen over het kanaal. De spoordijken naar deze bruggen werden iets doorgetrokken. Bij de Ringbaan-Oost is het nog steeds een voor fietsers smalle doorgang. Maar goed, dan zingt een Tilburger doodgemoedereerd ‘En lòt ze mar koome, we lusse ze gruun…’
