In de documentaire ‘De laatste getuigen’ over de bevrijding van Tilburg vertelt Jes Mommers hoe haar vader moest tolken om met de Engels sprekende bevrijders een woordje te kunnen wisselen. Ze werd in 1932 geboren aan het Wilhelminapark, door de Duitsers Noorderpark genoemd. Nog op de dag van de bevrijding ging het park weer Wilhelminapark heten. Koningin Wilhelmina, ‘dé Willemien’, had tijdens de oorlog vanuit Londen veel respect opgebouwd; ze symboliseerde de strijd tegen de Moffen.
Door Paul Spapens
De vader van Jes Mommers, Harry, was tandarts aan het Wilhelminapark. Op bevrijdingsdag 27 oktober 1944 woonde het gezin de kerkdienst bij in de Goirkesekerk. Tijdens de mis werd Harry uit de kerk gehaald. “Ze hadden mijn vader nodig”, vertelt ze in de door het Peerke Donders Museum gemaakte documentaire. “Hij sprak vloeiend Engels.”
In die tijd spraken veel meer Tilburgers Frans dan Engels. De kentering kwam door de bevrijding die een enorme invloed van het Engels bracht. Voeg daarbij Amerikaanse televisieseries die kinderen ‘hènsup’ en ‘haawdoejoedoe’ leerden zeggen. Ee nu, eigenlijk niet eens zo heel veel later, is het de gewoonste zaak van de wereld om vakkenvullende jongeren in de supermarkt Engels te horen spreken. Op de terrasjes is het al van hetzelfde laken een pak. Schrijver dezes hoorde kortgeleden twee behoorlijk op leeftijd zijnde ouderen onbekommerd en haarfijn iemand in het Engels de weg wijzen.
Op zijn Prent spot Cees Robben met de 'Engelsvaardigheid' der Tilburgers. Maar ja, dat was op 11 augustus 1967, toen de verengelsing van Tilburg nog behoorlijk op dreef moest komen. De Prent werd gepubliceerd in augustus, de vakantieperiode. Het is duidelijk dat Cees Robben zich daardoor heeft laten inspireren. Als je op vakantie gaat in den vreemde, moet je gewoon een stukske over de grens praten. Dat heeft de gerichtheid op andere talen, Engels in het bijzonder, ook sterk gestimuleerd.
50 uur per week
Je moet dan wel op vakantie kunnen, qua inkomen en niet in de laatste plaats ook qua vrije dagen. In de tijd dat deze Prent werd gepubliceerd, bleven veel Tilburgers nog thuis tijdens de vakantie en bestond het belangrijkste vakantievertier uit de kermis. Bedenk hierbij dat de Tilburgse werkmensen pas in de jaren ’60 een vrije zaterdag kregen. Dat was een enorme vooruitgang. In het begin van de vorige eeuw, toen er gesproken werd over kortere werkdagen, mocht je God op de blote knieën danken als op zaterdag een uurtje eerder met werken kon worden gestopt. De Tilburger heeft nog heel lang vijftig uur per week moeten werken. In 1932 werd bepaald dat de vrije kermisdagen alleen zouden worden doorbetaald aan kostwinners en gezinshoofden.
In de tijd dat vakantiedagen iets totaal onbekends waren en een werkweek zes dagen telde, moest de hard werkende Tilburgers het wat vrije dagen betreft hebben van heiligendagen. Met uitzondering van de kermisdagen. Daar heb je trouwens een van de redenen waarom de Tilburgse kermis zo groot is geworden. Maar dat als een terzijde. Begin vorige eeuw telde het bisdom Den Bosch dertien ‘verplichte zondagen’, naast de dag extra met Kerstmis, Pasen en Pinksteren. Het gaat er wel eens over een van deze Christelijke feestdagen af te schaffen. Deze specifieke vrije dagen zijn al heel lang een vaste waarde.
Hèllegedaoge
De verplicht vrije heiligendagen werden in Tilburg 'Hèllegedaoge' genoemd. Dat was een bekend begrip. Hèllegedaoge waren de dagen,die, als ze op een doordeweekse dag vielen, als een zondag gevierd moesten worden. Dat waren niet alleen een ook nu nog vrije dag als Tweede Pinksterdag, maar ook Allerheiligen (1 november) en Maria Hemelvaart (15 augustus). Zelfs Derde Kerstdag, 27 december, was een vast gegeven. Begin vorige eeuw waren de Tilburgers ook vrij op Sacramentsdag (tien dagen na Pinksteren) en Driekoningen. Toen deze vrije dag op 6 januari werd afgeschaft, zag je het aantal Driekoningenzangertjes teruglopen.
In het katholieke Tilburg was 1 mei, de Dag van de Arbeid, een probleem omdat dit iets van de socialisten was. Sint Jozef op 19 maart was een goed alternatief. Op 19 maart staat Sint-Jozef op de heiligenkalender. Hij is de patroon van d’n arbeider. Met zijn goudkleurige beeld, flikkerend in de zon, tussen de twee torens van de Heuvelse kerk waakt hij over Tilburg. Hij heeft alle tijd van de wereld, hij gaat nooit op vakantie.
