Het was een kostelijk avondje in New York, waar de legendarische lijken Mick, Keith en Ronnie hun 25e studioalbum ‘Foreign Tongues’ presenteerden. Ik zeg ‘lijken’, maar dat is natuurlijk puur uit jaloezie. Mick Jagger is inmiddels 82 – drie jaar ouder dan Donald Trump – maar waar de één vecht tegen zijn verkeerde aanzien, vecht de ander tegen de zwaartekracht in een strakke broek. Mick heeft inmiddels meer rimpels dan een gemiddelde fietstas, maar die spierwitte tuinset in zijn mond glimt je tegemoet alsof hij gisteren nog uit de verpakking is gekomen.
Ik moet eerlijk bekennen: ik was nooit een echte fan. De Stones waren voor mij altijd dat matige bandje met beperkte muzikanten. Keith Richards stond in de jaren '60 al in de top drie van het lijstje ‘musicians most likely to die’, en kijk hem nu. De man is het levende bewijs dat we cocaïne eigenlijk zouden moeten opnemen in de schijf van vijf. Terwijl de rest van de wereld meut over havermelk en vlees, rookt Keith waarschijnlijk nog steeds zijn eigen geraniums op om vervolgens weer een riff uit zijn vingers te toveren die klinkt als een klok.
Mijn eigen relatie met de heren is gebaseerd op een soort chronische verlatingsangst. In 1982 stond ik in De Kuip, want ja, gezien de leeftijd van de heren was dat waarschijnlijk de ‘laatste kans’. In 1990 ging ik weer, want ‘het kon nu toch echt wel eens de laatste keer zijn’. Inmiddels zijn we 36 jaar verder en ben ik zeker vijftien keer naar een concert van deze bejaarde boyband geweest, puur uit angst dat ze de volgende ochtend levenloos zouden worden aangetroffen.
Het nieuwe album is precies wat je verwacht: ouderwetse rock and roll. Het is een verademing vergeleken met het monotone geneuzel van die omhooggevallen TikTok-kindjes van tegenwoordig. Waar Mick in de jaren ’70 nog riep dat hij zichzelf niet nog tien jaar zijn greatest hits hoorde zingen, zijn we nu vijftig jaar verder en trekt hij nog steeds sprintjes op het podium waar een gemiddelde rechtsbuiten van Ajax een puntje aan kan zuigen.
Je kunt het aandoenlijk vinden, of spreken van een 'Lee Towers-vibe' waarbij het randje van zielig bereikt wordt, maar laten we wel wezen: uitgeleefd leven is ook een vak. Terwijl de jeugd schijndood naar hun mobieltje staart, knallen deze magere mannetjes gewoon door. Respect voor de mannen die volledig in Sodom en Gomorra hebben geleefd en er nog steeds staan. Een rollende steen verzamelt geen mos, en bij de Stones is er inmiddels zoveel snelheid dat het mos geen schijn van kans maakt.
Ik voorspel deze band dan ook een gouden toekomst. Ze hebben de tand des tijds niet alleen overleefd, ze hebben hem gewoon weggepoetst met een flinke dosis rock-’n-roll-arrogantie. Ze mogen dan 45 jaar te lang zijn doorgegaan volgens de critici, maar zolang ze daar nog staan, fier overeind als overwinnaars, neem ik mijn petje voor ze af.
