Deze heerlijke Prent van Cees Robben, gepubliceerd op 31 mei 1985, inspireert om eens stil te staan bij een vroegtijds handelsgeschil tussen Tilburg en Diest. Het draaide om de belangrijkste inkomstenbronnen van beide Brabantse plaatsen, respectievelijk wollen stoffen en bier. Dit geschil is nooit opgelost. Het prachtige stadje Diest viert in 2029 acht eeuwen stadsrechten. Wellicht zou dan een Tilburgse delegatie dit historisch akkefietje bij kunnen leggen als Brabanders onder elkaar.
Door Paul Spapens
De kwestie speelde in de achttiende eeuw. De kern van de kwestie was de opmerkelijke lust – toen al - der Tilburgers om buitenlandse bieren te drinken. Dat gegeven is al even opmerkelijk want zowel Tilburg als Diest zijn Brabantse plaatsen. Hoezo buitenland? Maar ja, de Tachtigjarige Oorlog heeft het Zuiden en het Noorden van Brabant van elkaar gescheiden – Diest was dus buitenland in 1733 toen het biergeschil echt een kwestie op hoog niveau was geworden.
In Diest maakten ze het lekkerste bier ter wereld. Dat mogen we althans vaststellen op grond van het feit dat in Tilburg zoveel Diester bier werd gedronken dat de Tilburgse brouwers er het loodje door dreigden te leggen. Eerst maar eens dat Diester bier. Het wordt nog steeds gebrouwen, onder andere door Brouwerij Haacht onder de naam ‘Gildenbier’. Dit omdat het volgens de traditie van het schuttersgilde van Diest wordt gebrouwen. Oorspronkelijk werd dit donkere bier van 7 procent in 1271 onder supervisie van de abdij van Averbode voor de eerste keer gebrouwen.
Nabootsing
Een specifieke traditie met dit bier vraagt om een Tilburgse nabootsing als ze toch in Diest zijn om het geschil uit de weg te ruimen. Kandidaat-gildeleden moesten bij wijze van proef staande op één been een liter van dit Diester-gildebier drinken. Wie dan nog rechtop kon staan werd aangenomen als nieuw lid van het gilde. Opvallend aan de populariteit van dit bier in Tilburg is dat het over een grote afstand moest worden gehaald, schuddend en schommelend werden de fusten over klapzandwegen naar de smachtende Tilburgers gebracht.
Het kan niet anders of dit Diester bier moet een stuk duurder zijn geweest dan het Tilburgse product. Dertien brouwers en drie molenaars drongen in 1733 aan op protectionistische maatregelen. Voortaan moet een Tilburgse kastelein 100 gulden boete betalen als hij een importbier tapte, ongeacht welk. Uit een toelichting op de boete kan worden opgemaakt het scala aan buitenlandse bieren dat toen al in Tilburg werd gedronken. Aan ‘buitenlantsche’ bieren werden specifiek genoemd: ‘Diestersche, Luijkse, Leuvense, Honggaertse, Hamburger, Bremer…’
Unieke blik
De verdediging van de Tilburgers leverde een unieke blik op de Tilburgse ziel van toen, een combinatie van commercie en de geneugten des levens: ‘Den mens wil immers sijn smaeck hebben en die gaat ter markt daer hij den drank het aangenaamste vind.’ Met andere woorden: beste mensen in Diest, maak je niet druk. Maar dat deden ze in Diest wel. De Tilburgse tappers wilden de boete van 100 gulden voor het schenken van buitenlandse bieren niet betalen. De import van Diester bier stortte in.
‘Die Borgemeester ende Schepenen’ van Diest zagen zich genoodzaakt om voor hun brouwers op te komen. Gewezen werd op het feit dat Diest ook geen heffingen oplegde aan Tilburgse producten: ‘De laekens die UEd. onderdanen alhier ende geheel Brabant door syn vercoopende niet meer belast zijn.’ Het gemeentebestuur van Diest dreigde het handelsgeschil met Tilburg aanhangig te maken bij de ‘Heeren Staeten van Brabant’. In hun antwoord schreven de Tilburgers dat dit geen kwestie was voor provinciale staten, maar dat zulke heffingen door gemeentebesturen mochten worden opgelegd.
Skol
De protectionistische biermaatregel van de Tilburgers is dan ook nooit ongedaan gemaakt. Vandaar de suggestie om er alsnog werk van te maken ter gelegenheid van acht eeuwen stadsrechten voor Diest in 2029. Het Nederlands koninklijk paar is daar trouwens ook voor uitgenodigd. ‘Skol’, zeggen onze Brabantse vrienden aan gene zijde van de meet als ze het glas heffen.
