Jan van Abeelen groeide op in de Reit. Een paar afleveringen terug stonden we stil bij zijn vader Kupke die Cees Robben inspireerde tot een kerstverhaal in Tilburg Vrij Uit. Dat gratis huis-aan-huisblad kwam onder auspiciën van Het Nieuwsblad van het Zuiden in 1973 voor de eerste keer uit. Schrijver dezes heeft er nog een paar jaar de redactie van mogen voeren, met veel plezier overigens.

Door Paul Spapens

Kupke (uit 1885) had twaalf kinderen en Jan was in 1915 de eerstgeborene. Het boerderijtje van Kupke aan de – verdwenen – Weststraat was geen vetpot. Dit had grote consequenties voor Jan. Hij wilde namelijk graag dierenarts worden. Maar dat zat er niet in. Hij moest gaan werken. Het geld dat hij verdiende was hard nodig om het boerengezin in de Reit draaiende te houden. Talloos veel jongeren in Tilburg en in Brabant in die tijd overkwam hetzelfde; ze konden hun levensdroom niet waarmaken. Dat lot trof meisjes nog veel meer dan jongens. En je had maar te luisteren.

Hoendervangers

Het eerste baantje van Jan bestond uit het rondbrengen van hoeden van de firma Hoendervangers, pettenmaker sinds 1877. De pet was voor de Tilburgse man toen een dagelijks kledingstuk. De meer welgestelden droegen hoeden. Rond 1890 vestigde Hoendervangers zich aan het Piusplein. Deze zaak werd in 1916 opgesplitst in een sigarenzaak (Havana) en een petten- en hoedenwinkel. Voor die firma bracht Jan van Abeelen hoeden rond. Alras ging hij aan de arbeid bij wollenstoffenfabriek Janssens van Buren. In plaats van dierenarts werd hij kettingscheerder.

Maar zijn voorliefde voor het mooie beroep van dierenarts stak toch de kop op en wel op een typisch Tilburgse manier. Zijn broer Janus trouwde met Mia Verhoeven, dochter van de kastelein van Café Boulevard, vanaf 1960 gevestigd in een nieuw horecapand aan de Noordstraat. Het was een bekend adres voor feesten, partijen en uitvaarten en als inmandlokaal voor duivenhouders. Janus was een gekend duivenmelker. Duiven waarmee wedstrijden werden gevlogen waren veel waard en ook gevoelsmatig van waarde.

Het kwam geregeld voor dat deze duiven tijdens hun lange wedvluchten terug naar huis om in Tilburg weer op de klep te vallen, gewond raakten. Dochter Mieke van den Breekel-van Abeelen vertelt wat er dan gebeurde: “Een gewonde duif van Janus werd in een mandje bij ons afgeleverd. Een pootje was bijvoorbeeld gebroken. Dat spalkte mijn vader met luciferhoutjes. Hetzelfde deed hij met gebroken vleugels. Soms lag de borst van een duif open als deze tegen een draad was gevlogen. Mijn vader naaide de borst dicht met een kromme naald. Hij ontsmette met jodium “

En zie, zo werden gewonde duiven weer de lucht in geholpen door Jan van Abeelen, kettingscheerder die geen dierenarts had kunnen worden.

Klein-dierenruilbeurs

Een inspirerend voorbeeld van de doe-het-zelf-zelfredzaamheid van Tilburg Makersstad met inwoners die ook ware dierenliefhebbers waren. Er werden (en worden natuurlijk) in Tilburg heel veel dieren gehouden. De fraters organiseerden zelfs een klein-dierenruilbeurs zoals deze Prent van Cees Robben van 3 september 1976 laat zien. Cees Robben tekende wel vaker Prenten naar aanleiding van publieksactiviteiten. Dit Fraterhuis aan de Bosscheweg (Tivolistraat), gebouwd in 1909, is in 1987 gesloopt. Je kunt je niet goed voorstellen dat mensen hun klein dieren (de Prent laat zien wat daar zoal onder werd verstaan) zouden willen ruilen, maar blijkbaar sloeg dat een halve eeuw geleden wel aan. Dat was immers de tijd van de ruilbeurzen, van speldjes, sigarenbandjes, theelepeltjes en suikerzakskes…

Tilburg Makersstad in relatie tot de dierenliefde die Jan van Abeelen aan de dag legde door duiven te genezen, mag je ook uitleggen in de zin van: ergens iets van zien te maken, van het leven, vooruitkomen met het weinige dat je hebt. Het Tilburg van die dagen wemelt van de voorbeelden van de kracht van de Tilburgers. Ze moesten wel, okay, maar ze dèden het ook. Neem Kubke, de vader van Jan. Als boer beschikte hij over paard en kar. Menig Tilburgs boerenbedrijf heeft zich dankzij deze transportmiddelen ontwikkeld tot transportbedrijf.

Kupke had zijn boerderijke vlakbij het viaduct in de Ringbaan-West. Dit viaduct werd in 1936 aangelegd als onderdeel van het eerste deel van de Ringbaan-West, het stuk tussen de Berkdijksestraat en het viaduct. Het zand was afkomstig uit de aanleg van de grote vijver in het Wandelbos, waarvan de tweede fase in 1937 gereedkwam. Dit stadspark werd als project van de Werkverschaffing aangelegd in wat de ‘Zandse Bossen’ heette. Dat zand werd door Kupke als bijverdienste met zijn paard en kar naar het viaduct gebracht. Een deel van dat zand zal een nieuwe bestemming gaan krijgen. In 2027 wordt het zuidelijk deel vervangen door een brug op palen.