Stel je een twistgesprek voor dat iemand probeert te beslechten door met nadruk te zeggen: ‘Het is een feit!’ Dan werd bovenstaande 'wanlijner' wel eens in stelling gebracht om die feitelijke stelligheid lichtelijk af te zwakken. Dit was in de tijd toen er nog geen fact checkers de feiten controleerden.

Door Paul Spapens

Maar het is ondertussen wél een onweerlegbaar feit dat het einde van de winter in zicht komt. Halleluja. Het is al bijna half februari. Over een paar maanden is het voorjaar. Met dat heuglijke feit in het achterhoofd is het onderwerp van deze Prent-aflevering misschien iets buiten de orde. We hebben het namelijk over twee blaadjes van een eikenboom die in de herfst neerdwarrelden. Meer precies over twee eikenblaadjes die in de herfst van 1520 v Chr. terechtkwamen in een waterput op een boerenerf waar later het huidige Berkel-Enschot zou ontstaan.

Deze eikenblaadjes kwamen onder in een put terecht. Ze verdwenen onder water zodat er vanaf dat moment nooit meer zuurstof bij is geweest waardoor ze bewaard zijn gebleven. Dat is zeer bijzonder met organisch materiaal. De liefst 3520 jaar oude eikenblaadjes werden na al die jaren ontdekt tijdens de opgraving in 2018 van een paar prehistorische putten in de Rauwbraken in Berkel-Enschot. Als je over de Burgemeester Bechtweg rijdt in de richting van Tilburg-Noord zie je rechts de bedrijfsgebouwen liggen van NedTrain, zeg maar de voortzetting van de Werkplaats van de Spoorwegen, nu de Spoorzone.

Sensatie

Ongeveer achter dat gebouw woonden eens mensen die de waterputten aanlegden met behulp van een vlechtwerk van takken van de hazelaar en van de els. Onder in de put lagen nog wat aardenwerk scherven. Vergeleken met wat daar in de buurt allemaal nog meer aan moois is gevonden stelde dat maar weinig voor. De ware sensatie waren die twee eikenblaadjes. Deze vondst was zo zeldzaam dat ze tot 17 maart zijn te zien op een tentoonstelling over de Bronstijd in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

Die blaadjes zijn geëxposeerd te midden van tientallen prachtige voorwerpen – ook uit Berkel-Enschot -, maar juist die eenvoudige, kwetsbare eikenblaadjes ontroeren. Ze laten voelen, ze bevestigen dat de natuur inderdaad eeuwig is. Niets brengt je dichter bij de mensen die hier toen leefden dan die blaadjes die met zorg zijn geconserveerd. Het is niet voor niets dat ze op deze expositie van ruim vierhonderd voorwerpen de show stelen – en dat voor een paar eikenblaadjes uit Berkel-Enschot.

Universeel

Dat gevoel is universeel. In een vergelijkbare tentoonstelling, de ‘World of Stonehenge’, in het British Museum was een blaadje van een lindeboom voor veel bezoekers de topvondst van de expositie. De eikenblaadjes zijn een soort ultieme persoonlijke vondst, iets dat iedereen herkend, zó dichtbij en tegelijk zó ver terug in de tijd. In dit geval de Bronstijd (3000 tot 800 v Chr.), want daarover gaat de expositie in Leiden en uit die tijd dateren de twee eikenbaadjes, gevonden onder in een put. De Prent van Cees Robben laat zien dat er in Tilburg zeker ook historische putten zijn opgegraven. De Prent van 27 maart 1963 refereert aan een put die werd ontdekt op de Heuvel.

Interessant is dat hier in de buurt in dezelfde Bronstijd ook mensen woonden. Net als de putten in Berkel-Enschot werden in 1841 tijdens grondwerkzaamheden voor de bouw van de Lancierskazerne (nu Regionaal Archief) een begraafplaats met urnen teruggevonden. De nederzetting lag op een hoger gelegen gedeelte bij een ven dat tot in de negentiende eeuw nog ter plekke van het Piusplein lag, voorheen Het Ven genoemd. De Hoogvensestraat herinnert aan deze situatie.

Bronstijd

Uit de Bronstijd zijn in Tilburg en omgeving nog veel meer vondsten gedaan, zoals in de Stokhasselt en ook de grafheuvel op de Regte Heide dateren van die tijd. De mensen die ze bouwden kwamen vermoedelijk uit Engeland. Ze dreven handel met de gebieden rond de Donau waar voor het eerst bronzen voorwerpen werden gegoten. De put waarin de eikenblaadjes voor de eeuwigheid waren bewaard is na de opgraving weer met zand toegedekt. Er staan nu woningen. De straat heet Bronstijd.