Klaverjassen, hartenjagen, toepen, pesten, jokeren, welk kaartspel je ook speelt, je moet er el iets voor kunnen tellen. Het jongetje op deze Prent van 16 december 1966 moet nog goed z’n best doen om een kaartspel mee te kunnen spelen, of alvorens hij mee zou kunnen doen aan een hoogjas- of klaverjastoernooi. Zulke typisch Brabantse toernooien, met bijvoorbeeld een half varken of een vers geschoten haas als prijs, werden georganiseerd ‘voor de missie’. Het werk van een zuster of een pater in den vreemde werd met de opbrengst ondersteund.

Door Paul Spapens

Er wordt zeker nog gekaart, maar wel een heel stuk minder dan pakweg vijftig jaar geleden. Wordt je tegenwoordig overspoeld met spul uit China, waar het kaartspel overigens is bedacht, vroeger kwamen de speelkaarten veelal uit Turnhout. De buurstad van Tilburg zet zich zelfs toeristisch op de kaart als speelkaartenstad. Ze hebben daar reuzen die samen een kaartspel voorstellen. Sinds 1826 – de Turnhouters hebben dit jaar een jubileum te vieren – worden in de ‘hoofdstad van de Kempen’ speelkaarten gedrukt. Nog steeds is in Turnhout een grote speelkaartenindustrie gevestigd en weet de ‘ Stad van de Speelkaarten’ zich rijk met het Speelkaartenmuseum.

Accijns

Nou wil het geval dat in Nederland accijns op speelkaarten werd geheven. Onder Lodewijk Napoleon, die Tilburg stadsrechten schonk, was daar al sprake van. In 1919 maakten de Nederlanders opnieuw kennis met deze heffing. Die waren ongelooflijk hoog. Een spel met 32 kaarten of minder werd met een kwartje belast, een spel met 32 kaarten of meer met twee kwartjes. Tel daarbij de invoerrechten op. Een spel kaarten kostte in 1925 86 cent. De prijs bestond voor 87,2 procent uit accijnzen en belastingen… Alle rangen en standen speelden kaart, maar vooral toch de gewone man die geen cent had te makken. Dus wie was vooral de pineut?

De Belgen kenden de speelkaartenbelasting niet als gevolg waarvan de speelkaarten van de ene op de andere dag aan gene kant van de meet vele malen goedkoper werden. De Tilburgers wisten daar wel raad mee. Veel Tilburgers smokkelden. Deze manier van wat bijverdienen nam nog sterk toe na de beurscrash van 1929, het begin van de beruchte Crisis. Smokkelen was als water, smokkelwaar gingen zo dicht mogelijk bij de bron de grens over. Voor speelkaarten uit Turnhout betekende dat het grensgebied tussen – pakweg – Alphen, Goirle en Hilvarenbeek. Met Poppel en het gehucht Aarle (bij Nieuwkerk net over de grens) als middelpunt.

In beslag genomen

Om een indruk te geven van de omvang: in de periode van 20 januari tot en met 13 februari 1925 werden in de omgeving van Goirle 3.451 spellen in beslag genomen. Daarnaast had een vrachtwagenchauffeur 1.152 spellen bij zich, een pakjesdrager 288 spellen en een fietser verborg 66 spellen in het frame. Vanuit Tilburg werd veel per fiets gesmokkeld. Tilburgers waren specialist in een smokkelmethode in vloeikes, sigarettenpapier. In Bèls haalde ze de buitenbanden van de fiets en stopten door inkepingen net zoveel pakjes vloeitjes in de binnenband tot die geheel waren gevuld. De banden werden dichtgeplakt, opgepompt en fluitend ging het Tilburgwaarts.

Net als op speelkaarten werd op vloeitjes in Nederland accijns geheven. De smokkel van deze producten was zo groot dat de accijns moest worden opgeheven. Een verschil in accijns gaven vrijwel alle producten te zien. In de tijd van de speelkaarten- en vloeitjessmokkel werd onder andere ook veel margarine gesmokkeld. Tilburgers deden dat bij voorkeur met behulp van kinderwagens waardoor ze meer mee konen nemen. Margarinesmokkelaars hadden allemaal hun eigen afzetkanalen onder grote gezinnen en bakkers.

Zout en vodden

En zo werd er nog veel meer gesmokkeld, steeds als gevolg van dat accijnsverschil. België werd in 1830 onafhankelijk. Een eigen belastingregime werd ingevoerd met als opvallend verschil met Nederland lagere accijnzen op heel veel producten. Meteen stak een giga-smokkel de kop op van in onze ogen bizarre producten als zout en vodden Het accijnsverschil is groot tot op de dag van vandaag en zie de gevolgen: files ‘Ollanders’ die de tank vol gaan gooien in Poppel. Maar dat mag geen smokkel meer heten...