Boven een van deze drie Prenten staat ‘Tilbörgse kost, oftwel ’t menuuke van slachter Ooms.’ Dat menuuke bestaat uit louter varkensvlees. Het lijkt dat werkelijk alle onderdelen met smaak worden verorberd. Wat natuurlijk ontbreekt is de pisblaas. Die werd in Tilburg niet opgegeten, het idee alleen al, maar die werd wel intensief gebruikt als trommelvel op een rommelpot tijdens het Driekoningenzingen. De meeste oudere Tilburgers die nog weet hebben van dat fameuze instrument haalden de pisblaas bij het Gemeentelijk Slachthuis, sinds 1924 gevestigd aan de Enschotsestraat, vlakbij ’t kanaal.
Door Paul Spapens
En er ontbreekt nóg een onderdeel in het menuuke dat Cees Robben met smaak opdist, maakt Bart Ooms duidelijk. Namelijk de hersens. Een varken heeft kleine hersens en tegelijk was daar veel vraag naar; de Tilburgers smulden er van. “Elke week was er een tekort aan varkenshersens”, vertelt Bart Ooms (1954). Hij stelde de drie Prenten van Slagerij Ooms ter beschikking plus de prachtige historische foto van meerdere generaties Ooms. Bart Ooms is slagerszoon en zelf voormalig slager en ook nog eens geïnteresseerd in geschiedenis, in het bijzonder die van Tilburg.
De familie Ooms komt van oorsprong uit Tongeren, de oudste stad van Vlaanderen. In 1808 woonde Ooms in Leende bij Valkenswaard. Als een anekdotisch terzijde en omdat we het toch over pisblazen hebben: de kenmerkende bolling bovenin de toren van Leende wordt spottend ‘de blaos van Lènt’ genoemd. Petrus Ooms uit Leende huwde in 1837 met Johanna Paijmans uit Oisterwijk. De twee hebben elkaar waarschijnlijk leren kennen omdat hij veehandelaar en slager was. Veehandelaren kwamen nog eens ergens.
In Tilburg opende hij aan het Piusplein een slagerij die we toch wel een van de bekendste van Tilburg mogen noemen. Het vervolg wordt op de historische foto in beeld gebracht. Links staat Alphons Ooms (1856-1922). Hij was de jongste van elf kinderen van het echtpaar Ooms-Paijmans. Naast hem Lambertus (1892-1974), de grootvader van Bart, de verteller van dit verhaal. Vervolgens Sjef. Deze broer van Lambertus begon later een slagerij aan de Nieuwlandstraat. In dit mooie pand is altijd nog een slagerij gevestigd. De naam Ooms staat er nog steeds op. Volgens Bart werd met deze slagerij ingespeeld op de vele passanten vanaf het station naar het centrum. Een aloude middenstandswijsheid in de praktijk: er is nering waar mensen zijn.
Korte kielen
Dan de twee helemaal rechts op de foto. Eerst Piet Ooms en dan Jo Ooms. Als een interessant detail wijst Bast Ooms op de korte kielen die ze dragen. Dat had een praktische reden. Zij bezorgden de slagersbestellingen bij de klanten thuis. Zo’n kort kieltje fietste makkelijk op de transportfietsen met voorop een rieten mand. Op de foto kun je het niet goed zien, maar het huisnummer van slagerij Ooms aan het Piusplein was toen 95. Tegenwoordig is het Piusplein 74. Je kunt het nog steeds gaan bekijken, herkenbaar aan een karakteristiek, maar wel on-Tilburgs trapgeveltje. Dat werd toegevoegd tijdens een verbouwing. De mooi gerestaureerde gevelbelettering ‘Varkensslagrij A. Ooms’ laat aan duidelijkheid niets te wensen over.
‘Varkensslagerij’ staat er niet voor niets. Bij Ooms werd uiteraard ook rundsvlees en paardenvlees verkocht, maar varkensvlees was de specialiteit. Bart Ooms vertelt hoe tot in de jaren ’70 en ’80 wel vijftig tot zestig varkens per week werden geslacht. De dieren werden gekocht van een boer in Udenhout. Ooms slachtte zelf, niet in de slagerij zelf, maar op het slachthuis. Bart Ooms typeert het varken als ‘het succes van een slager’, omdat alles van een varken werd gebruikt. De beenderen werden opgehaald om er lijm van te maken. De haren werden verwerkt tot borstels. En zo komt de voorliefde der Tilburgers voor varkenshersens ter sprake.
En de worsten van Ooms, een gekende specialiteit. Los van de in generaties opgebouwde traditie in worstenmakerij, had Bart Ooms daar nog mee de hand in. Als slager in opleiding liep hij driekwartjaar stage bij een worstenmaker in Duitsland, hét worstenland, niet voor niets toch vaak geassocieerd met Bratwursten. Bart Ooms werd geboren in een bovenwoning aan de Jan van Beverwijkstraat. Zo’n woonsituatie was in die tijd van ongekende woningnood heel gewoon. In 1955 verhuisde het gezin naar de Juliana van Stolbergstraat waar ook een woning werd gedeeld. In dit pand is nu Van Arendonk Schoenen gevestigd. Een eindje verder aan het Piusplein had opa Ooms zijn slagerij.
Oudste zoon Bart van Frans Ooms (1924-2010) was voorbestemd om de zoveelste slagersgeneratie te worden, maar in 1978 gooide hij het roer om. Hij stopte als slager, studeerde economie aan de KUB (Katholieke Universiteit Brabant) en maakte een mooie carrière, onder meer als directeur van Zeelandia bakkersgrondstoffen. Hij maakte het mee hoe de slagerij verhuisde naar de Juliana van Stolbergstraat. Met achttien man personeel was het succesvolle bedrijf uit zijn jasje gegroeid. Ter gelegenheid van de opening in oktober 1970 van de hypermoderne slagerij bedacht slager Ooms een opmerkelijke actie.
Het Nieuwsblad van het Zuiden
Lag de scherpe aanbieding van een kilo biefstuk voor een tientje (guldens) voor de hand, dat gold zeker niet de liefst drie verschillende Prenten die Cees Robben voor de gelegenheid tekende. Als saillante bijkomstigheid: vanaf 1 januari van dat jaar waren de Prenten van Cees Robben te zien in Het Nieuwsblad van het Zuiden. Bart Ooms veronderstelt dat zijn vader Cees Robben heeft gekend. De drie zeldzame gelegenheidsprenten kan hij wel dromen. “Alle klanten kregen een doos met speculaas. Mijn zus Ted en ik hebben alle Prenten gevouwen en bij de speculaas gestopt.”
In 1978 hield slagerij Ooms op te bestaan.
Bart Ooms reageerde met deze drie Prenten van slagerij Ooms op een oproep van Stadsnieuws: heeft u een bijzondere Prent van Cees Robben, laat het ons weten via stadsnieuws-tilburg@emdejong.nl
