En dan gaan we naar Sint Job,

Op enen ezel, op enen ezel,

En dan gaan we naar Sint Job,

Op enen ezel zonder kop!

Door Paul Spapens

Hoe lang zal het geleden zijn? Een jaar of vijftig misschien. Als je toen rond 10 mei op een zondag in de Enschotsestraat was, kon je het meemaken dat er groepen Tilburgers te voet voorbijtrokken terwijl ze dit lied zongen. Ze waren op weg naar Sint Job in Enschot. Ooit maakten duizenden Tilburgers deze bedevaart naar het buurdorp. Het is een open deur dat zulke aantallen echt niet meer naar Sint Job in Enschot trekken en al helemaal niet meer met de benenwagen, zoals te voet gaan toen ook wel gekscherend werd genoemd. Maar, de Sint Job-bedevaart bestaat nog wel degelijk. Op 13 mei werd de traditionele Job-lezing gehouden en op zondag 17 mei is er een dienst in de kerk – gewijd aan Sint Caecilia, de patrones van koorzangers. Aansluitend wordt door de gilden een vendelgroet gebracht.

Al is het kleinschalig, het is gewoon interessant om vast te stellen dat in Enschot heden ten dage in ieder geval iets van de Sint Job-bedevaart voortleeft. Het verleden van deze pelgrimage heeft laten zien dat op iets wat nog bestaat, hoe minimaal ook, altijd kan worden voortgebouwd. Voor veel Tilburgers en ook voor mensen uit de Langstraat was het een geliefd jaarlijks uitstapje. De betekenis daarvan voor de Tilburgers heeft Cees Robben mooi verbeeld en bij elkaar gedicht in deze Prent van 20 mei 1960. Het verhaal spreekt voor zich. Wat een toelichting behoeft zijn de drie figuurtjes die in de schaduw van de Enschotse kerk voortstappen, een stok over een schouder waaraan iets bungelt.

Scharren

Dat zijn scharren. Een schar is een soort schol. Scharren werden gezouten en gedroogd. Deze lekkernij werd per traditie gekocht door de pelgrims die naar Sint Job in Enschot kwamen. De bezoeker kocht een busseltje scharren en nam dat mee naar huis waar dan moeder blij mee werd verrast. Vergelijk deze traditie met een busseltje paling tijdens de kermis. De gezouten en gedroogde platvis is heerlijk bij een borreltje of een pilske. Onderweg naar Tilburg werd uit de houwallen tussen Tilburg en Enschot een mooie rechte stok gesneden uit een elzen- of een vlierstruik. Onder het lopen werden die stokken met het zakmes spiraalsgewijs afgeschild. Schrijver dezes heeft nog een mooi exemplaar thuis in de paraplubak staan. Gebonden aan die Jobstok gingen de scharren mee huiswaarts.

In de Enschotse kerk kun je letterlijk een beeld krijgen van Sint Job. Het gekleurde, bijna een meter hoge beeld uit 1870 laat een bebaarde man zien. Hij loopt op blote voeten. Rond zijn lijf heeft hij een doek geslagen. Zijn rechterhand strekt hij uit met een tegelijk hulpeloos en smekend gebaar van ‘dat is mij overkomen’. Het verhaal van Sint Job is tegelijk onwerelds in deze tijd, maar stemt juist nu ook tot nadenken. We kennen hem uit het Oude Testament en dat maakt het tegelijk opmerkelijk dat hij een heilige is want alle andere circa 25.000 heiligen zijn van ná de geboorte van Christus. Volgens dat oeroude verhaal werd Job tot het uiterste op de proef gesteld. Zelfs stond God het toe dat de satan hem te gronde richtte. Hij verloor zijn kinderen, zijn geld en zijn gezondheid. Job werd uiteindelijk openlijk door God gerehabiliteerd.

Promotie

Dit verhaal heeft altijd tot de verbeelding gesproken. Job promoveerde tot een heilige die een grote rol ging spelen in de volksdevotie. Omdat rond zijn feestdag 10 mei bonen werden geplant ontstonden er veel mooie spreuken in relatie tot dit belangrijke gewas. Zoals: Wie bonen wil eten moet Sint Job niet vergeten. Op grond van het Bijbelse verhaal werd gezegd dat iemand zo arm was als Job. Maar in Enschot weet men zich rijk met hem dankzij zijn verering en wat dat de gemeenschap heeft gebracht. Vermoedelijk is die eeuwenoud, maar hard bewijs is daar niet voor.

De geschreven geschiedenis begint in 1860 en ook toen al begaven de Tilburgers zich op of na de tiende mei naar Enschot en zongen ze op de terugweg het tweede couplet van het pelgrimslied:

En dan komen wij weer terug

Op enen ezel, op enen ezel

En dan komen wij weer terug

Op enen ezel ronder rug…