“Vorig jaar stond ik achter het station met mijn orgel, in die nieuwe straat: de Burgemeester Brokxlaan. Nou, heb ik gezegd, dat moet je me niet meer flikken want dan kom ik niet meer hoor. Dat was niks, wat betreft mensen die langskomen.” `Harrie Marcelis is duidelijk niet te spreken over zijn plek op de Tilburgse kermis vorig jaar (veel liever stond hij bijvoorbeeld op de Besterd), maar dit jaar wordt het niet veel beter want nu is hij gekluisterd aan zijn rolstoel en moet hij thuisblijven.

Door Gerard Sanberg

“We gaan wel naar de kermis hoor“, vervolgt hij verheugd, “Met een stel van De Hazelaar hier. Komende dinsdag is er een busje geregeld. Maar dat is toch anders dan wanneer je er zelf staat, met je orgel.”

De familie Druits

“Jij trekt mensen naar het orgel toe, zei Piet tegen mij. Jij weet hoe dat moet. Dus jij moet het maar overnemen, dat gedoe met het orgel.” Dat was toen de originele orgelman was overleden. Piet, dat was Piet Druits. “Een hele gezellige familie was dat, die van Druits. Echt kermisvolk he? Ik kende Piet al heel lang, zijn vader zat altijd bij het orgel. Maar ja, die ging dood he? Dus toen moesten ze wat en zo kwam het dat Piet mij vroeg.”

“Ach, zo’n orgel, dat trekt de kinderen aan. Ze komen met papa en mama naar de kermis en kijken met grote ogen naar dat orgel. Al die kleuren en die poppen die bewegen en die muziek. Ik deed dan weleens een dansje met ze. Ja, dat trok wel bekijks. Hup, werd er een foto gemaakt en dan wilde papa zijn portemonnee wel trekken. Kassa!”

Reparatie was Piet z’n ding

Harrie speelde niet alleen op het orgel als het in bedrijf was, hij onderhield het ook. In de winter, als het in de stalling stond. “Het was vooral poetsen wat ik deed. Als het stuk was kwam Piet zelf om het te repareren. Ik kon dat ook wel, want ik was monteur, maar ja, dat was toch Piet zijn ding dus dat liet ik aan hem.”

“Ome Jaap, dat was ook een grote naam op de kermis. Die had zo’n prijzentent, tegenover Hotel Riche. Daar sliep hij ook, in Riche. Hij werkte voor Verlaten Kinderen. De helft van zijn opbrengst ging naar Maria Goretti en de andere helft naar Huize Nazareth, het weeshuis. Daar ben ik opgegroeid, in Huize Nazareth. Ik was ook een weeskind.”

Emotioneel momentje

Het contact met de kermismensen is nog niet verloren, blijkt tijdens het gesprek. Harrie: “Ik heb Piet vandaag nog aan de telefoon gehad. Hij belde me op. Dat was wel even emotioneel ja. Dat hij me moest missen deze kermis.” Harrie vond de kermis altijd geweldig, heel gezellig ook. En niet zo duur als nu: “Vijf cent was een attractie, of een dubbeltje. Soms een kwartje. Weinig geld dus, maar ja, je moest het ook met minder doen, toen. Ik poetste fietsen voor een dubbeltje per fiets!”