Een bezoek aan de Loonse en Drunense Duinen is en blijft ook tijdens de zomervakantie een bijzondere ervaring. Een verkenning door deze ‘Brabantse Sahara’ spreekt tot de verbeelding. Het is een van de grootste stuifzandgebieden en zandbakken van West-Europa.
Door Hans van den Eeden
De wind kan op de zandvlakten op veel plekken ongestoord waaien. Het zorgt voor een steeds veranderend landschap. Het is een gebied dat met veel ambitie door Natuurmonumenten wordt beheerd. Het is beschermd natuurgebied, dat op vele manieren 24 uur verkend kan worden. Dit kan per fiets, te voet, per paard. Verder is het een bijzondere plek om hard te lopen en te mountainbiken. Het is ook een grote uitdagende zandbak voor kinderen. Ook zijn er voorzieningen voor rolstoelgebruikers. Het is tevens een gebied waar natuur en historie elkaar de hand rijken.
Wandelroutes
Het Nationaal Park de Loonse en Drunense Duinen kent verschillende wandelroutes. Een voorbeeld is de wandelroute ‘De Zwarte Berg’ in de buurt van Drunen. Deze route van ruim 4 kilometer is een aanrader. Op deze route zie je niet alleen zandheuvels, maar ook veel bos. Wandel over paden die aan weerskanten omsloten worden door hoge begroeide stuifkoppen. Klim eens omhoog, want van bovenaf heb je vaak een verrassend uitzicht. Op sommige stukken op de route zie je zwart zand aan de oppervlakte, vandaar de naam ‘Zwarte Berg’. De route gaat deels over stuifzand en is daarom niet geschikt voor rolstoelgebruikers en wandelwagens. Een aanrader is om bij ‘De Drie Linden’ in Giersbergen te starten. Vandaaruit is de route goed aangegeven. Meteen vanuit de Randwal is het raak. Hier zie je de meest noordelijke randwal van dit natuurgebied. Deze wal was vroeger veel hoger. Door weer en wind, erosie, is de wal in de loop der tijd een stuk lager geworden. Omstreeks de 14e eeuw legden omwonenden de wal aan, die voorkwam dat akkers en weilanden werden bedolven onder het stuifzand.
Zomereiken
Zomereiken en grove dennen, aangeplant om het zand tegen te houden, zaaiden zich uit en zo vormde zich het bos. In de bossen van de Loonse en Drunense Duinen zie en hoor je verschillende spechtensoorten. Soms is ‘gelach’ van de groene specht te horen. Een aanrader is om een van de vele heuveltjes te beklimmen en om je heen te kijken. Hier heeft het stuifzand zich in duizenden jaren opgehoopt. Stap eens af van de route, beklim een van de vele heuveltjes en ontdek wat je hierachter ziet! Soms strekt het bos zich verder uit, dan weer ligt er een open plek met stuifzand verstopt achter een stuifzandkop. Bijzonder is ook de ‘De Kapucijnenroute’. Deze loopt door een fraai, heuvelachtig bos van dennen en loofbomen. Afgewisseld met de woeste stuifzandvlakte van de duinen waar je kunt genieten van fraaie vergezichten. Volg vanaf ‘De Rustende Jager’ het fietspad in de richting van Giersbergen. Volg na ongeveer twintig meter de rode paaltjes het bos in en volg de rode pijlen. Luister en speur tijdens het wandelen ook naar vogels als de boompieper, tjiftjaf, vink en fitis. De duinvlakten bieden onderdak aan reeën en konijnen. ‘s Zomers weerklinkt hier het tsjirpende geluid van de veldkrekel.
Schaapsherders
Let tijdens de wandeling op de heuvels links en rechts van de route. Hieraan kun je zien dat het proces van duinvorming door de wind nog steeds plaatsvindt. Die dynamiek in het stuifzandlandschap is heel belangrijk voor allerlei planten en dieren die er leven. “Wij willen als Natuurmonumenten het stuifzand dan ook levend houden door de wind de ruimte geven. Vrijwilligers en een schaapskudde zorgen ervoor dat boompjes in de heidevelden geen kans krijgen om tot een bos uit te groeien. Een aantal schaapsherders werkt gedreven vanuit de ‘Lachende Ooi’ aan deze ambitie. Want bomen remmen de wind af. Natuurmonumenten zorgt er ook voor, dat de vroeger aangeplante naaldbossen steeds gevarieerder worden. In plaats van eentonig naaldbos, gaan wij voor een bos met naald- en loofbomen van verschillende leeftijden en genoeg dood hout voor allerlei insecten en paddenstoelen. Door voldoende open plekken in het bos te maken, komt er zonlicht op de bodem, zodat daar weer zaden kunnen ontkiemen”, aldus Natuurmonumenten. Die variatie is goed voor de soortenrijkdom van planten en dieren en vooral de biodiversiteit. Vrijwilligers en een schaapskudde zorgen daarom, dat boompjes in de heidevelden geen kans krijgen om tot een bos uit te groeien. Een aantal schaapsherders werkt gedreven vanuit de ‘Lachende Ooi’ aan deze ambitie. Zij vertellen graag over hun werk. Kortom: De Loonse en Drunense Duinen: een aanrader.
Met dank aan RBT De Langstraat en Visit Brabant
