Ze zijn de schrik inmiddels van vele Brabantse imkers, maar voor de algehele insectenpopulatie is de oprukkende Aziatische hoornaar ook geen goed nieuws. Een flink nest van deze exoot kan zomaar hele insectenvolken de kop kosten. Bijenhouders willen graag samen met burgers optrekken om de Aziatische hoornaar succesvol te kunnen bestrijden. Het beste is het om er dan al vroeg in het seizoen bij te zijn, vertellen de imkers Conny van de Ven uit Oisterwijk en Johan Remmers - tevens bestuurslid van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging (NBV) Midden-Brabant - uit Udenhout.
Door Rens van Ginneken
Trots toont Conny de bijenkasten op haar erf aan de landelijk gelegen Heusdensebaan in Oisterwijk. Op deze zonnige dag is er half maart al aardig wat zoemende activiteit rond de kasten. “Gemiddeld heb ik er zo’n tien staan. Ik doe het nu zes jaar en ben ook lid van bijenhoudersvereniging St. Ambrosius in ons dorp. Ik wilde als kind al bijen houden, maar ik kreeg er pas de tijd voor toen ik 54 was”, lacht ze. “Als je het goed wilt doen, kost het ook tijd. Het is niet zomaar wat kasten neerzetten en er vervolgens de honing afhalen”, zo tempert ze de verwachting. Inmiddels verkoopt ze ook honing aan huis, kwalitatief een héél stuk beter dan het Chinese spul wat de Europese markt overstroomt, vaak flink aangelengd met suikerwater. “Ik zaai ook behoorlijk veel ecologisch verantwoord bloeiend spul in, met voldoende variëteit: daar gedijen de bijen goed bij.”
Imkerij wint aan populariteit
Johan Remmers heeft vijftien kasten in Udenhout staan. “Ik geef ook cursussen en lessen aan schoolklassen bijvoorbeeld.” Johan is naast imker en docent ook bestuurslid bij de afdeling Midden-Brabant van de Nederlandse Bijenhouders Vereniging (NBV). Hij ziet de imkerij nog altijd aan populariteit winnen. “De basiscursus zit elk jaar weer vol: we leiden tientallen enthousiaste imkers op.” Conny knikt. “Het is ook een fantastische bezigheid: mijn bewustzijn van de waarde van onze natuur is zeker toegenomen en ik word ook altijd heerlijk rustig van het bezig zijn met mijn bijen. Ik voel ook echt wel een band met mijn volken en snap steeds beter hun karakter of stemming op dat moment. Ze kunnen bijvoorbeeld heftig reageren op een bepaald parfum, of onweer.” Johan: “Het telen van ‘goede’, zachtaardige koninginnen is essentieel: zij bepalen hoe een bijenvolk zich gedraagt. Een goede koningin kan ervoor zorgen dat er 45 duizend bijen dicht op elkaar in een kast goed samenwerken.”
Razendsnelle verspreiding
Steeds vaker horen de beide imkers dat ook in Brabant hele bijenvolken en veel andere insecten worden ‘uitgemoord’ door Aziatische hoornaars. Conny: “Toch wordt het probleem met deze hoornaars nog lang niet overal serieus genomen, ook niet door gemeentes. Vaak treden dejze alleen op bij acuut gevaar, als er bijvoorbeeld een nest wordt gevonden bij een school of een fietspad. Maar inmiddels zijn er al zoveel – ook hier – dat ze niet meer weg te krijgen zijn. Sterker nog: ze verspreiden zich snel over onze hele provincie. Het is anders dan met Europese hoornaars, die zich niet zo op de bijen richten. In ons ecosysteem zijn er eigenlijk ook amper natuurlijke vijanden voor de Aziatische hoornaar. In Japan trainen ze inmiddels bijenvolken om zich te verweren tegen deze hoornaars bij of in hun kasten. Zover zijn we hier nog lang niet, dus is het zaak om de verspreiding en de groei van de populaties zoveel mogelijk te beperken.”
Van grapefruit naar skippybal
Juist deze periode is belangrijk bij de bestrijding en beperking, aldus Johan. “Daarbij is de hulp van oplettende burgers goud waard. In deze periode namelijk bouwen hoornaar koninginnen een klein nest op geringe hoogte: ze zijn dan nog goed te zien, bijvoorbeeld onder carports of dakgoten.” Hij toont fotovoorbeelden van zo’n nestje, ongeveer zo groot als een flinke grapefruit. “Als we op dat moment nog kunnen ingrijpen, dan voorkom je de geboorte van mogelijk honderden hoornaar koninginnen, die uitvliegen en elders weer nesten maken. Die nesten kunnen vervolgens zo groot worden als een skippybal en hangen vaak zo hoog in bomen dat je ze niet meer ziet. Vaak moet er dan een hoogwerker aan te pas komen bij het opruimen; áls het nest al gevonden wordt.”
Zendertjes en stofzuigers
Als je durft kun je zo’n klein nest zelf in de vriezer zetten, maar vaak wil een lokale imkervereniging graag helpen bij het ruimen. “We hebben ook het materiaal om nesten op te sporen met zendertjes die we aan een hoornaar bevestigen, beschermende pakken en ook een grote stofzuiger en bijbehorende lansen om de nesten veilig te lijf te gaan”, vertelt Johan.
Kijk eens rond het huis en in de tuin!
Connie besluit: “Er zijn imkers die zeggen: we zien hier nog niks, er is dus geen probleem. Maar de kans is groot dat dit slechts een kwestie van tijd is. We hopen dus dat de mensen rond hun huis en in hun tuin eens willen rondkijken: hun hulp is enorm waardevol bij het tijdig ontdekken én opruimen van de nieuwe nesten. Zo voorkomen we in het voorjaar samen dat de problemen met de Aziatische hoornaar in de zomer en het najaar nog groter worden!”
Denkt u een hoornaarsnest te hebben gespot? Neem contact op met uw lokale imkervereniging. Op de site van NBV www.bijenhoudersvereniging.nl/lokale-verenigingen vind je via de zoekbalk ‘uw locatie’ hoe u de plaatselijke bijenhouders kunt benaderen voor hulp en advies.
