Voor de Tilburgse kermisexploitant Niek Moonen is de kermis van 2026 een hele bijzondere en emotionele editie. Achter de vrolijkheid van de kermis en de blijdschap rond de realisatie van zijn nieuwe attractie de Jester gaat het nodige verdriet schuil. StadsNieuws sprak met deze doorgewinterde kermisbaas...

Tekst: Gerard Sanberg

Foto’s: Gert-Jan Remmers/Nononsens

Het gesprek met Niek vindt plaats op een stapel pallets achter de unieke adrenaline-attractie Jester, aan de Spoorlaan. Roze Maandag is het - maar die is nog niet begonnen want het is pas 10.00 uur. Waar je ook kijkt, iedereen is bezig met het opblazen van roze ballonnen. Niek: “We hebben gelukkig nog even tijd, Roze Maandag begint immers aan de andere kant dus het duurt even voor ze hier zijn.”

In elk geval, er is nog een hoop werk vóór de Jester kan gaan draaien, legt Niek uit: “Hij gaat vanmiddag open maar hij is helemaal nieuw hè, dus er komt extra controle. Maar ja, al die moeren en bouten, dat zijn er verschrikkelijk veel en die moeten we elke dag controleren. Dat is wel een dikke twee uur werk.” Dat werk doet ie samen met Pieter van Outheusden, een oude vriend van de familie. “Ik ken Niek al van toen 'ie nog zo’n klein manneke was,” vertelt Pieter lachend.

Alom gerespecteerd

Inmiddels is Niek geen ‘klein manneke’ meer maar een alom gerespecteerde kermis-ondernemer. Evenwel, het gaat niet goed met hem, getuige de sondevoeding die hij via een slangetje in zijn neus binnen krijgt. Niek: “Tja, het gaat dus niet zo goed, maar ik bén er nog, op de kermis in Tilburg.”

Die kermis stelt zijn aanwezigheid ook zeer op prijs, blijkt uit het eerbetoon dat op de eerste kermiszaterdag plaatsvond: de gezamenlijke kermisexploitanten hadden samen met kermiswethouder Maarten van Asten een huldiging georganiseerd. Vanwege zijn ondernemerschap en liefde voor de kermis en vooral ook voor zijn doorzettingsvermogen. Een spandoek, een toespraak van de wethouder en veel bloemen die nu nog steeds de Jester sieren.

Splash Duck

De oudste zoon van Niek (die ook Niek heet) exploiteert nu de Jester. Vader Niek zelf staat elders op de kermis, want kanker of geen kanker: het kermisbloed kruipt waar het niet gaan kan: “Mijn vrouw en ik doen de Splash Duck, een attractie voor de allerkleinsten. Niet alles hoeft snel en hard.”Die attractie de Jester is een verhaal apart dat Niek, gezeten op de stapel pallets, graag vertelt: “Hij is indertijd in Duitsland gemaakt en daar heeft ie ook een tijd op kermissen gestaan. Toen is hij verkocht naar Azië, daar heeft ie zeventien jaar lang opgeslagen gestaan. Daar heb ik hem gevonden. Mooi spul, maar verwaarloosd. Ik heb hem gekocht en naar hier gebracht. We zijn lang bezig geweest om hem op te knappen en in elkaar te zetten. 'Refurbished', zeg maar. Als nieuw! Helemaal gestraald en doorgemeten en gelakt, noem maar op. Heel veel werk was dat, maar hij staat er nu. Zo goed als nieuw toch? Meemaken en erbij zijn, zou ik zeggen!”