De Koude Oorlog (1948-1991) ligt nog niet zo ver achter ons en met de huidige spanningen in de wereld lijkt de geschiedenis zich te herhalen. Juist daarom is het zo belangrijk om het erfgoed uit die periode voor het publiek toegankelijk te maken, zegt Rutger Noorlander. “Zo’n atoomkelder doet je beseffen hoe belangrijk het is om de vrede te bewaren.”
Door Theo van Etten
Rutger Noorlander (39) is erfgoedonderzoeker en gespecialiseerd in militair erfgoed, waaronder het erfgoed van de Koude Oorlog. Hij doet landelijk onderzoek naar de overblijfselen uit deze periode en bracht onlangs een boek uit over het Koude Oorlog-erfgoed in Alkmaar. Ook in Tilburg zijn nog overblijfselen, al zijn die lang niet altijd herkenbaar en bij velen niet bekend.
Tijdens de Koude Oorlog zijn er door heel Nederland vergaande voorbereidingen getroffen op een nieuwe wereldoorlog. Zo werden er honderden commandoposten, bunkers en schuilplaatsen gebouwd, maar ook nieuwe kazernes, vliegvelden en opslagcomplexen. Er werd rekening gehouden met een aanval door de Sovjet-Unie (de Russen) waarbij mogelijk kernbommen zouden worden gebruikt. Om je tegen de radioactieve neerslag, de zogenaamde ‘fall-out’ te beschermen, moest je in een luchtdichte ruimte schuilen. Vaak werden die ondergebracht onder taluds van viaducten of onder grote overheidsgebouwen.
Schuilen in Tilburg
In Tilburg gold dat bijvoorbeeld voor de parkeerkelder onder het gemeentehuis, waar zesduizend mensen terecht konden. Die kon met een dikke stalen deur hermetisch worden afgesloten. Daarnaast zijn in Tilburg drie openbare schuilplaatsen onder spoorviaducten gerealiseerd, een onder de bioscoop Midi en een onder een winkelpand in de Heuvelstraat. Rutger: “In beginsel moest je thuis een schuilplek inrichten in geval van calamiteiten. Als je onderweg was wanneer het luchtalarm afging, kon je terecht in zo’n openbare schuilplaats.”
Onder het Simon Building van Tilburg University beschikte het ministerie van Landbouw over een atoomkelder met een eigen stroom- en watervoorziening, klimaatsysteem en voedselvoorraad. Daarnaast bevond zich in een ondergrondse bunker op de hoek van de Ringbaan-West en de Dr. Ahausstraat, een kringcommandopost van de Bescherming Bevolking en ook de PTT beschikte over een eigen commandoruimte. Ook particulieren bouwden een eigen atoomschuilkelder. “Dergelijke plekken werden angstvallig geheimgehouden. Men wilde niet dat de hele buurt kwam schuilen.”
Overleven?
Hoe het Koude Oorlog-erfgoed in Tilburg eraan toe is, durft Rutger niet te zeggen. Een uitgebreide inventarisatie heeft nog niet plaatsgevonden. Tijdens zijn speurtochten stuitte hij regelmatig op ware pareltjes. “Die kolossale constructies onder de grond zijn heel herkenbaar als schuilplaats, zeker als het interieur en de apparatuur nog aanwezig zijn. Soms hangen zelfs de kaarten en de lichtbakken er nog. Dan gaat de geschiedenis écht leven. Je vóelt gewoon hoe het zou zijn als je hier noodgedwongen moet verblijven terwijl atoombommen neerkomen op Nederland.”
En dat is niet per sé een positieve ervaring, aldus Rutger. “Het geeft mij een heel gesloten gevoel. Je ziet hoe ver de voorbereidingen op een eventuele allesvernietigende oorlog gingen. Het idee dat je in zo’n kelder zou kunnen overleven, is een intrigerende gedachte. Het is heel confronterend, hoever kan de mensheid gaan om elkaar kapot te maken?”
Om die reden pleit Rutger ervoor om dit erfgoed open te stellen voor het publiek. Dat leidt volgens hem tot meer waardering en het besef hoe belangrijk het is om de vrede te bewaren door met elkaar te blijven praten. “Een beschermde status voor dit Koude Oorlog-erfgoed kan daarbij helpen.”
Op 15 oktober geeft Rutger Noorlander een lezing over dit onderwerp op uitnodiging van Heemkundekring Tilborch.
