Het is al weer zo’n 30 jaar geleden dat John de Bever (nu 61) met de Tilburgse zaalvoetbalclub Bunga Melati grote successen vierde. In 1997 werd hij op het WK voor clubteams zelfs uitgeroepen tot beste speler van het toernooi. Anno 2026 is hij bekend bij een nog breder publiek. Sterker nog: wie kan er nou niet meezingen met ‘Jij krijgt die lach niet van mijn gezicht’: zijn grootste hit? Hoog tijd dus voor een interview met John (en tegenwoordig automatisch ook zijn man Kees). Over zaalvoetbal, het artiestenleven en nog veel meer. De conclusie zullen we alvast verklappen: De Bevers zijn wie ze zijn (lekker gewoon gebleven maar wel in de wetenschap dat ze een bevoorrecht leven leiden. En dat koesteren ze).
Door Ron van Kuijk
In een bijzondere woonwijk net buiten de stad 's-Hertogenbosch wonen John de Bever en Kees Stevens (41) in een prachtig appartement dat uitkijkt op de ‘greens’ van een golfbaan. Bij de ingang van het wooncomplex hangt een naambordje met daarop gewoon de namen van het bekende duo. Eenmaal met de lift boven aangekomen, klinkt direct vrolijk geblaf vanaf de galerij. Daar staat hondje Jacky al enthousiast met een speeltje in de bek klaar om het bezoek te begroeten. Enkele seconden later verschijnt John de Bever (61 inmiddels) zelf in de deuropening. Nog altijd dezelfde verschijning, met die karakteristieke ietwat kromme beentjes en de brede glimlach waar heel Nederland inmiddels vertrouwd mee is geraakt. “Da’s lang geleden, leuk dat ge d’r bent”, zegt hij enthousiast, terwijl hij voorgaat richting de woonkamer. “Kees is nog even druk bezig, maar wij gaan alvast zitten.”
Even later zorgt Kees (natuurlijk) voor koffie met een gevulde koek en worden herinneringen opgehaald aan de gloriedagen van John bij zaalvoetbalclub Bunga Melati in Tilburg, waar de prijzen en kampioenschappen elkaar vanaf midden jaren ’90 in rap tempo opvolgden.
Veel indruk lijkt de imposante erelijst van echtgenoot John op Kees echter nog altijd niet te maken. “Ik ben één keer gaan kijken”, zegt hij lachend. “Maar dat was niet vol te houden. John is zelfs als het nergens om gaat zó enorm fanatiek en ik geef zelf helemaal niks om voetbal, dus daar was de lol snel vanaf.”
Echt de beste
John fronst daarop quasi-verontwaardigd zijn wenkbrauwen en probeert het direct nog één keer: “Ron was er iedere week bij, die weet precies hoe goed ik was. Hij kan jou alles vertellen. Dan zul je erachter komen dat ik écht de beste zaalvoetballer van de wereld was.”
Veel veranderd is De Bever in al die jaren sowieso niet. Nog altijd verschijnt diezelfde fanatieke blik in zijn ogen zodra het gesprek op voetbal komt, iets wat recent in de realitysoap De Bevers opnieuw duidelijk zichtbaar werd. Tijdens een vakantie trof John bij het hotel een badmeester die niet wilde geloven dat hij met een stervoetballer te maken had. Dat liet De Bever niet op zich zitten. De badmeester werd direct uitgedaagd voor een één-tegen-één-wedstrijd op een kaal grasveldje naast het hotel. Wat begon als een geintje liep bijna tot bloedens toe uit de hand met wat duw- en trekwerk en zelfs een worsteling half tussen de struiken, waarna John uiteindelijk als winnaar uit de strijd kwam en de badmeester teleurgesteld afdroop. John lachend en met een knipoog: “Natuurlijk won ik. Johnnie laat zich nog steeds niet piepelen door zo’n jong ventje.”
Siliconenspray
Diezelfde fanatieke instelling kwam ook naar voren tijdens de deelname van John en Kees aan het Te land, ter zee en in de lucht-onderdeel Tobbedansen. Daar raakte John ervan overtuigd dat de Gebroeders Ko vals hadden gespeeld door siliconenspray onder hun vaartuig te spuiten zodat zij sneller van de schans zouden glijden. In de soap leek het een luchtig grapje, maar volgens Kees duurde de discussie met de organisatie uiteindelijk ruim anderhalf uur. “John stapte echt naar de jury om officieel protest aan te tekenen”, vertelt hij lachend. Veel leverde het uiteindelijk niet op, want de Gebroeders Ko wonnen de VIP-editie, terwijl John en Kees genoegen moesten nemen met de originaliteitsprijs. Inmiddels kunnen ze er allebei hard om lachen en is ook met de Gebroeders Ko de vrede al lang weer getekend. “Maar die prijs heb ik nooit ontvangen,” grapt John.
De populariteit van John en (inmiddels ook) Kees de Bever lijkt geen grenzen te kennen. Het leven lacht hen toe. Na zijn succesvolle (zaal)voetbalcarrière rolde John de artiestenwereld in als zanger van het levenslied. Manager Kees werd zijn echtgenoot en daarna werd het succes alleen maar groter. Er zijn maar weinig mensen die bij de monsterhit ‘Jij krijgt die lach niet van mijn gezicht’? stil kunnen blijven zitten, hun reality-serie scoort nog altijd hoge kijkcijfers en na hun komische theatershow komt er nu zelfs een speelfilm.
Onwerkelijk
Voor John voelt het nog altijd onwerkelijk wat hem allemaal is overkomen. “De theatershows zijn een succes, dan komt er nu weer een film aan. Echt fantastisch dat ik dat allemaal mee mag maken. Zingen, voetballen, soap, theaters, Ahoy, een film… dat kun je toch bijna niet verzinnen. Dat is hartstikke leuk.”
Dergelijk groot succes had hij zelf nooit zo zien aankomen. “Ik had natuurlijk wel twee hobby’s: voetballen en zingen. Dan denk je: als je daar je geld mee kunt verdienen, is dat mooi meegenomen. Maar dat er een realityserie komt, dat theaters uitverkopen, Ahoy uitverkocht raakt… nee, dat verwacht je niet. Je moet ook gewoon een beetje geluk hebben. Toen het voetbal minder werd omdat ik ouder werd, ben ik weer meer gaan zingen. En ineens kwam ‘Jij krijgt die lach niet van mijn gezicht’. Dan ben je opeens een bekende artiest. Zo werkt het tegenwoordig gewoon.”
Fanatiek
Zijn fanatisme van vroeger is dus nog altijd springlevend. “Ik wil nog steeds winnen, winnen, winnen. Dat zit gewoon in het beestje. Daarom voetbal ik nog steeds, terwijl ik bijna 62 ben. Dan speel ik tegen jongens van achttien, negentien, twintig jaar en maak ik er gewoon zeven. Dan voel ik nog steeds die drang om te presteren, Zo ben ik.”
Die mentaliteit mist hij soms bij de jongere generatie. “Vroeger was dat anders. Als je toen van een oudere speler verloor, dacht je: dit kan niet, ik moet beter worden. Nu is dat allemaal anders. De mentaliteit is gewoon veranderd. Als tante Truus jarig is, melden ze zelfs af voor een wedstrijd. Dat vind ik niet kunnen. Je kunt ook na de wedstrijd even naar tante Truus.”
Soap
Met inmiddels meerdere seizoenen van hun realitysoap en deelname aan tal van andere programma’s (waaronder bijvoorbeeld Expeditie Robinson) zijn John en Kees uitgegroeid tot vaste gezichten op televisie. Toch benadrukt John dat ze zichzelf blijven. “Wij zien van de soap zelf ook niks van tevoren. Het is gewoon zoals het is. Ik ga me echt niet anders gedragen voor de camera, dat kan niet. We zijn geen acteurs.”
Kees ziet daarin juist de kracht van hun succes. “Wij doen alles zelf: management, boekingen, contracten, social media. John zingt, ik regel de rest. Als het fout gaat, gaat het bij mij fout. We hebben geen tien mensen om ons heen, dus we blijven ook gewoon wie we zijn. En dat zie je terug in die soap.”
Volgens Kees is dat precies de reden waarom het programma aanslaat. “We hadden al drie keer een pilot gemaakt, maar toen kregen we te horen: jullie zijn te gewoon. Ja, dat was het probleem. Totdat we tijdens corona met draaiende camera’s een kerstboom gingen halen, dat werd weer een pilot. John zaagde gewoon de helft eraf zodat die in de auto paste en reed weg. Dat soort dingen, dat zijn wij. En toen ging het ineens lopen.”
Samen bouwen aan succes
Waar John het gezicht is, is Kees de drijvende kracht achter de schermen en inmiddels ook steeds meer ervoor. “Ik ben wel een control-freak, ja,” zegt hij eerlijk. “Met de Ahoy-concerten zat ik bij elke vergadering, ik was present bij elke stekker die erin ging. En nu met die film weer. We investeren zelf, dus het moet goed zijn. De Bevers is gewoon een bedrijf.”
Die aanpak trekt hij overal in door, tot in de kleinste details. “Met fanreizen ben ik maanden bezig. Dan ben ik bijvoorbeeld aan het regelen hoe we leverworst en kaas gekoeld mee krijgen naar een schip. Dat slaat nergens op, maar dat is precies wat mensen verwachten. Die betalen veel geld, moeten daar vaak lang voor sparen en dan moet het ook gewoon perfect zijn.”
Bunga Melati
Als het gesprek op zijn voetbalverleden komt, leeft John zichtbaar op. “Bunga Melati in Tilburg, dat was een geweldige tijd. Elke week zat het vol, het was altijd feest. We speelden onze wedstrijden en daarna ging het gewoon door tot diep in de nacht. Dat was echt mooi.”
Hij ziet wel dat de tijden veranderd zijn. “Vroeger was het niveau hoger, zeker in de zaal. Maar ook de mentaliteit was anders. Wij gingen eerst voetballen en daarna pas feestvieren. Nu bellen ze dus soms af omdat ze een feestje hebben. Dat gebeurde bij ons niet.”
Dat het leven van De Bevers allesbehalve rustig is, blijkt uit het schema van John. “Ik rijd in het weekend heel Nederland door. Dan doe ik soms negen optredens in een weekend, rijd ik 1500 tot 2000 kilometer, vaak alleen met de hond. Dat doe ik al vijftien jaar. Dan ben je wel moe, ja.”
Toch klaagt hij niet. “Het is allemaal leuk om te doen. Maar je hebt wel je rust nodig. Ik ben geen twintig meer, maar ik ben nog goed fit voor mijn leeftijd.”
Zijn nuchterheid blijft daarbij zijn grootste kracht. “Het stelt allemaal niet zoveel voor. Het is zingen en een beetje voetballen. Ik ben geen dokter hè. Mensen moeten het ook niet groter maken dan het is.”
Kees vult aan: “Mensen denken soms dat het ons allemaal vanzelf komt aanwaaien, maar we werken er keihard voor. We zijn altijd vooruit aan het plannen, want ik ben altijd een beetje bang dat het morgen voorbij is. Want dat kan zo maar hè. Dat houdt je scherp.”
Dicht bij de fans
Het contact met het publiek is misschien wel het belangrijkste onderdeel van hun succes. “Als ik ergens sta te zingen, gaat iedereen een half uur uit z’n dak,” zegt John.
Ook de fanreizen zijn voor het duo iets om van te genieten. “Daar komt alles samen,” aldus Kees. “Rijk, arm, homo, hetero, iedereen loopt door elkaar en heeft plezier. Dat is precies waar wij voor staan: gewoon een leuke tijd met elkaar.”
Afscheid van Bentley
Tussen alle drukte en successen door kreeg het duo onlangs ook te maken met een groot persoonlijk verlies. Tijdens een muziekreis in Turkije kwam het bericht dat het slecht ging met hun geliefde Duitse herder Bentley, waarna John en Kees halsoverkop terugvlogen naar Nederland. “Dat zijn berichten die je nooit wil krijgen, zeker niet als je weg bent. We waren net op tijd, maar toen was het ook echt op. Dat is heel moeilijk.”
De beslissing om afscheid te nemen viel hen zwaar. “Je moet een keuze maken voor zo’n beestje, terwijl hij niet kan zeggen wat hij voelt. De dokter zei dat het niet meer ging. Dan weet je dat het beter is, maar het blijft moeilijk.”
Bentley, die ruim twaalf jaar deel uitmaakte van hun leven en ook vaak in de realitysoap te zien was, laat een leegte achter. “We hebben zoveel liefde van hem gekregen. Het was echt een vriend voor het leven.” Thuis is hondje Jacky nu alleen achtergebleven. “Ja, hij is nu alleen, maar hij doet het goed. Hij is vrolijk en went aan de situatie, al is het natuurlijk anders.”
Met beide benen op de grond
Ondanks alles wat ze hebben bereikt, is nuchter blijven het devies. John: “Dat moet ook, anders hou je het niet vol. Mensen die ineens veranderen door succes, dat vind ik raar. Zo ben ik niet opgevoed.”
Kees knikt: “Wij leven gewoon een goed leven samen. Natuurlijk zijn er pieken en dalen, dat hoort erbij. Maar uiteindelijk gaat het erom dat je het samen fijn hebt.”
Speelfilm
Met nieuwe projecten in aantocht, waaronder een speelfilm die deels op Malta wordt opgenomen, blijft het duo vooruitkijken. “Die film wordt echt een feest,” zegt Kees. “Het is geen half werk. We werken met hele goede mensen en het moet gewoon kloppen.”
En John? Die blijft zich verbazen. “Wie kan nou zeggen dat hij zanger is, heeft gevoetbald op het hoogste niveau, in het theater staat, Ahoy heeft gedaan én een film maakt? Dat kan toch bijna niemand. Maar je moet het niet te serieus nemen. Ik doe gewoon mee en vind het allemaal hartstikke leuk.” Kees: “Ons leven samen is toch geweldig? Dat koesteren wij.”
