Jan Verhoeven is nu 82 jaar maar hij weet nog goed hoe het ging, toen hij zestien was: “We waren met negen kinderen thuis, ik was de middelste en het leek me wel wat om erop uit te trekken. Dus ik wilde aanmonsteren, de zee op! Varen!” Dat ging echter zomaar niet want hij was pas zestien en dus was toestemming van de burgemeester nodig. Die kreeg Jan gelukkig en hij heeft dat document nog steeds: “Kostte een gulden!” Het zit keurig opgeborgen in zijn monsterboekje, het hart van zijn verzameling koopvaardijspullen.

Tekst: Gerard Sanberg

Foto’s: Gert-Jan Remmers/Nononsens

Jan woont in een gewoon rijtjeshuis in Tilburg-Noord, maar als je eenmaal binnen bent is er niets gewoons aan. Al jarenlang verzamelt hij herinneringen aan de Nederlandse koopvaardijvaart - waar hij zelf dus een tijdje deel vanuit maakte.

De wereld zien!

Toch heeft hij alles bij elkaar niet zo lang gevaren: “Ik monsterde aan in 1961 en heb gevaren tot 1967, ruim zes jaar. Ik wilde wat van de wereld zien! Nou, ik begon als koksmaatje en ik heb in elk geval heel veel kroegen gezien.” Het was toen heel anders ingericht dan tegenwoordig, weet Jan: “De havens waren altijd vlakbij het stadscentrum. Nu is dat niet meer zo, kijk naar Rotterdam, van de haven naar het stadscentrum is een hele reis. Toen niet. Je stapte van boord en hup, dat was de stad en het vermaak en de kroegen. Daar doken we dus meteen in.”

Overal Nederlanders

Zuid-Amerika, Azië, de Perzische Golf, overal kwam Jan en steeds kocht hij wat leuks voor thuis: “Als ik thuiskwam hoefde ik echt mijn koffers niet uit te pakken want die werden meteen geplunderd door mijn broers en zussen op zoek naar souvenirs! Grote pakken koffie bijvoorbeeld, blikken van 2,5 kilo uit Brazilië. Die moest ik meesmokkelen.” Wat ook opviel: “Overal ter wereld kom je Nederlanders tegen.”

Heerlijk cruisen

Hij kwam na ruim zes jaar varen terug naar Tilburg voor de liefde: “Tja, ik had mijn vrouw ontmoet, Gerry, en ik kon natuurlijk niet maanden weg blijven, dan was ik haar kwijt. Ze was een kasteleinsdochter, haar ouders hadden Café Cornerhouse in de Koestraat. Er hingen dus zat mannen om haar heen.” Ze trouwden en Jan werd landrot, maar in zijn diensttijd pakte hij wel zijn oude beroep weer op: “In Oirschot in de kazerne ging ik bedienen in de officiersmess. Ik heb ook nog lang bij de Beekse Bergen gewerkt, in het safari-restaurant.” Helaas stierf Gerry in 2014. Op het laatst zei ze tegen Jan ‘Nu kun je weer naar zee’. Dat deed hij, niet als bemanning maar als passagier: “Ik ben gaan cruisen. Heerlijk, alles wordt voor je gedaan.”