Stadsnieuws draagt de 'Tilburgse Taol' een warm hart toe. Dat doen we onder meer via de populaire rubrieken van Et Schrèèfatteljee en de Prent van de Week. En nu presenteren we een nieuwe interviewreeks onder de naam 'Schôon meense' (oftewel: 'markante Tilburgse mensen') over hun roots, werk/bezigheden en liefde voor de stad. In de eerste aflevering staat Theo van Iersel (78) centraal; hij nam onlangs afscheid als secretaris van de Stichting Tilburgse Taol. Alle reden dus om hem enkele vragen te stellen. In het Tilburgs natuurlijk! 'Van wie zèède gè der êene?, Waor kunneme oe van kènne?, Waor zèède gè as Tilburger/Krèùkezèèker et mist frêet op? en Wè zodde gè tèènemekaare veraanderen òn Tilburg as gè et zot meuge zègge?'
Door Ron van Kuijk
Voor degenen die het Tilburgs dialect niet of moeilijk kunnen volgen: geen nood! Bij deze de vertaling van de vragen: 'Van wie ben jij er eentje?, Waar kunnen we jou van
kennen?, Waar ben jij als Tilburger het meest trots op? en Wat zou jij meteen veranderen aan Tilburg als jij het voor het zeggen had?'
Theo van Iersel is een rasechte Kruikenzeiker: "Onze pa en ons moeder kwamen allebei uit de Besterd. Onze pa uit de Hoefakkerstraat en ons moeder was een dochter van Bakker Ammann uit de Molenbochtstraat. Zelf ben ik geboren in de Nijverstraat. Ik ben er eentje van de 'beddenplank', zoals ze dat hier zeggen. Dus precies negen maanden na het trouwen geboren.”
Zijn jeugd speelde zich grotendeels af in de Lidwina-buurt en omgeving: "Ik heb daar de Lidwinakerk zien bouwen én zien verdwijnen. Dat hele stuk geschiedenis heb ik meegemaakt.” Na de MULO rolde Theo bij toeval de financiële wereld in. “Ik wilde eigenlijk de wegen- en waterbouw in, maar ik kwam één punt tekort voor algebra. Toen ben ik in de financiële administratie terechtgekomen en daar ben ik mijn hele leven werkzaam in gebleven.” Hij werkte onder meer bij de ABN/AMRO-bank op de Heuvel, het Dekenaat en zorgorganisatie De Wever.
Secretaris
Hoewel Theo zijn hele werkzame leven met cijfers werkte, kennen veel Tilburgers hem juist van taal en cultuur. “Via Paul Spapens ben ik bij de Stichting Tilburgse Taol terechtgekomen. Daarvan ben ik uiteindelijk vijftien jaar secretaris geweest. Ik vind het heerlijk om verhalen te schrijven, zeker in het Tilburgs. Dat is het mooiste wat er is. Onlangs ben ik gestopt met mijn bestuursfunctie, maar ik ben nog wel actief als lid van Et Schrèèfatteljee.”
Theo vindt nu ook weer tijd voor nieuwe bezigheden. Zo zet hij zich samen met zijn vrouw in binnen hun parochie: “We begeleiden een Alphagroep voor senioren. Dan ga je met mensen in gesprek over het geloof en hoe ze in het leven staan. Dat is heel waardevol.”
Knallende motoren
Van Iersel is een zachtaardige man, maar zijn ogen lichten op als hij reageert op de vraag wat hij meteen zou veranderen aan Tilburg als hij het voor het zeggen had: “Ik zou de binnenstad afsluiten voor knallende motoren en auto’s met van die herrie-uitlaten. Dat is echt een verschrikking. Wij wonen aan de Noordhoekring: heerlijk hoor, maar die geluidsoverlast stoort ons enorm. Ze rijden rondjes en maken alleen maar lawaai. Het heeft geen enkele meerwaarde. Gewoon boetes uitdelen, zou ik zeggen."
Ook over het verkeer in bredere zin heeft hij zo zijn zorgen: “Alles gaat steeds sneller. Fatbikes, e-bikes… je hoort ze niet aankomen, dus ze zijn er ineens. Vroeger had je nog tijd om over te steken..."
Hardop lezen
Op de vraag waar hij als Tilburger het meest trots op is, komt een logisch antwoord: "Op de Tilburgse taal natuurlijk. Dat is cultureel erfgoed, en dat moeten we bewaren. Ik zie dagelijks hoe ons dialect mensen verbindt, van jong tot oud. Misschien is het niet meer springlevend, maar het leeft nog wel. Tegen mensen die een tekst in het Tilburgs niet zeggen te begrijpen zeg ik altijd: 'Als je het hardop leest, dan hoor je vanzelf wat er staat.' Ik zal me ook altijd blijven inzetten voor het Tilburgs. Dat dialect hoort bij wie we zijn.”
