Het gaat niet goed met onze jonge generatie. Ze zijn lui, geven al hun geld uit aan dure vakanties en zijn afhankelijk van hun telefoon. Althans, dat zijn de vooroordelen van de generaties boven hen. Maar wat zeggen jonge mensen zelf over hoe gelukkig ze zijn? Een week lang spraken journalisten van Woeste Grond honderd jonge mensen op hun eigen terrein: de McDonald’s.
Door Woeste Grond
Buiten is het 35 graden. In de McDonald’s in Udenhout zit Tamara (25). Ze is een van de honderd jonge mensen bij wie de journalisten van Woeste Grond deze week mogen aanschuiven. ‘Ons mam zei dat je met de hitte zout moet eten. Toen zei ik: ‘Dan weet ik nog wel een plekje.’’
Ons doel deze week is helder: we willen met onze pop-upredactie De Club van Honderd in één week tijd in totaal honderd jonge mensen spreken. We willen weten hoe ze denken over geluk, over liefde, over vriendschap, over hun eigen identiteit. We strijken neer in drie McDonald's-restaurants in de regio Tilburg. Plekken waar de wereld voortdurend voorbijraast. Scholieren, vakkenvullers, zorgmedewerkers, studenten, gezinnen, nachtbrakers en jonge ondernemers: vroeg of laat loopt iedereen een keer het fastfoodheiligdom binnen.
Mensen met honderden verschillende achtergronden. De komende dagen blijkt hoe uiteenlopend al die verschillende werelden zijn.
Tamara is openhartig. Over wie ze is, over wat haar bezighoudt. Over mannen die zelf niks meer kunnen, over een ex-vriendje dat haar vertrouwen heeft beschaamd en hoe ze daarvoor in therapie is geweest. ‘Ik merk dat mensen die ik ken ook makkelijker met iemand gaan praten wanneer ze horen dat ik therapie gehad heb. Dat ze denken: hm, misschien moet ik dan ook gewoon eens gaan.’
Timmervrouw
Maar ze praat net zo open over hoe ze graag timmervrouw zou willen worden, dat ze zo een klushuis zou willen opknappen als ze er eentje tegenkomt en hoe het stapleven niet meer hetzelfde is sinds de coronacrisis. Tamara is haar eigen leven aan het inkleuren, net als al die andere 99 jonge mensen die we deze week aan de kunststof tafeltjes, tussen de dienbladen met franse frietjes, Big Macs en McFlurry’s, te spreken krijgen. Dit gebeurt er als je honderd keer inzoomt op het leven van één persoon, in plaats van ‘jongeren’ als het zoveelste cijfer uit een rapport te beschouwen.
Maandag 22 juni, 11.35 uur
McDonalds Tilburg-Zuid
Het is maandagochtend. Op bedrijventerrein Katsbogten in het zuiden van Tilburg rijden de vrachtwagens af en aan, naar de pakhuizen van The Sting of Sissy-Boy. Grijze dozen en hoge muren tekenen het landschap hier. De grote gele M van de McDonald’s op het bedrijventerrein pronkt als een bloem boven de grauwe loodsen uit. De zon schijnt er fel op, net als op alles vandaag. Deze McDonald’s in Tilburg-Zuid is de eerste van drie restaurants die we de komende week in de regio bezoeken.
We hebben net op de parkeerplaats van deze McDonald’s de tijdelijke redactie van De Club van Honderd opgeslagen als naast ons een Fiat Topolino-microcar en een fatbike parkeren. Uit het autootje stappen Tibeau (16) en Mats (15) uit Goirle, de fatbike is van hun vriend Kaemoa (14). Zitten gaan ze niet, ze blijven met rechte rug langs het autootje staan, een burgerdoosje op het dak.
Dit is hun vaste McDonald’s, of misschien die in Tilburg-Centrum ook wel een beetje, het is maar net waar in de stad ze zijn. Ze geven doordachte antwoorden, glimlachen om zichzelf, soms lachen ze wat harder, om daarna weer bloedserieus te zijn.
‘Ik heb een prima leven’, zegt Mats als we hem vragen wat geluk voor hem betekent. ‘Ik mag niet klagen. Geluk is voor mij dat je er voor je vrienden en familie bent en dat zij er ook voor jou zijn. Ik maak me soms zorgen over school: als ik een slecht cijfer haal vinden mijn ouders dat niet leuk. Ze willen dat ik goeie punten haal en dat ik ver kom op school. Dat ik een goeie toekomst krijg later.’
‘Wij zijn niet per se heel erg rijk of zo, we hebben gewoon goed. We zitten goed, we hebben er plezier van’, zegt Tibeau.
‘Ja, je bent zestien en je rijdt een auto van 10K’, lacht Kaemoa. Na een korte pauze: ‘Ik vind wel dat alles vroeger beter was.’
Bekertje
‘Daar sluit ik me wel bij aan’, zegt Tibeau. ‘Als ik van mijn ouders hoor hoe zij het vroeger voor elkaar hadden… Er wordt tegenwoordig gewoon heel streng naar dingen gekeken.’ Als er bij Willem II een bekertje op het veld komt wordt de wedstrijd weer stilgelegd. En tijdens carnaval in de binnenstad mogen mensen onder de 18 jaar niet elk plein op. ‘Ze verpesten het gewoon voor de jeugd die wel wil genieten.’
De jongens zijn jong. Ze hebben hun hele leven nog voor zich, maar ze praten alsof ze al lang en breed volwassen zijn. Ze hechten heel erg aan hun relaties. ‘Vrienden en familie zijn gewoon het sterkste wat er is’, zegt Kaemoa. ‘Het is heel fijn als er mensen achter je staan.’ De drie jongemannen zijn zich heel bewust van de impact van alcohol en drugs en praten daar ook open over.
‘Wij zijn vooral heel erg van de wijn, hè?’, zegt Kaemoa. ‘Ik zou best sommelier willen worden later.’
‘Ik vind: als je gaat drinken moet je ook iets goeds drinken’, zegt Mats. ‘Ik heb er ook gesprekken met mijn ouders over. Die vinden dat ik best iets mag drinken, als het maar niet uitloopt op een bezoekje bij de politie of dat je fataal door iemand in elkaar wordt geslagen. Je kunt nooit de schuld geven aan de alcohol.’
‘Ik vind het heel belangrijk dat je op jezelf let en op je vrienden. En dat je weet wat je te wachten staat als je te veel drinkt. Het is niet leuk om over je grenzen heen te gaan’, zegt Mats.
De journalisten van Woeste Grond spraken, met steun van het Tilburgs Mediafonds, nog met veel meer jonge mensen uit de regio, ieder met eigen toekomstdromen, verhalen en angsten. Lees het hele verhaal via woestegrond.org, of scan de QR-code.
