Deze Prent van 24 december 1955 gaat érg ver terug in de tijd. Niet alleen omdat het liefst zeventig jaar is geleden dat deze tekening in Rooms Leven werd gepubliceerd. Het was een van de vroegste Prenten waar Cees Robben beroemd mee zou worden en dat tot op de dag van vandaag. Veel lezers van Stadsnieuws knippen of scheuren de hele pagina uit om die te bewaren, precies zoals het gebeurde toen Cees Robben ze nog deed verschijnen – tot 1986 – en daar veel mensen een plezier mee deed.
Door Paul Spapens
Deze Prent gaat óók ver terug in de tijd vanwege het onderwerp. Alleen de oudere Tilburgers, zeg de zeventigplusser, zullen zich het geschetste tafereel uit de praktijk van hun kindertijd kunnen herinneren. Sint Thomas, staat bovenaan de Prent. Op 21 december staat hij op de heiligenkalender. Op deze datum werd zijn verjaardag gevierd door ouders thuis of onderwijzers op school buiten te sluiten. De ouders of de leerkrachten mochten naar binnen als iets leuks beloofden: thuis iets lekkers, pannenkoeken (struiven) bijvoorbeeld en op school door bijvoorbeeld een middag ijsvrij te geven – ja, ook dat is inderdaad al weer een tijd geleden..
Ongelovige Thomas
In dit ‘Sint Tômmes-vieren’ kwamen een paar zeer oude culturele elementen bij elkaar, zowel christelijk als vóór-christelijk. Sint Thomas werd ‘ongelovige Thomas’ genoemd omdat hij niet wilde geloven dat Christus was verrezen. Iemand die iets niet wilde aannemen werd dan ook een ‘ongelovige Thomas’ genoemd. Ons moeder zei dan: ‘Wè zèdde tòch ‘nen ongelêuvige Tomas’. Vermoedelijk is dit gebruik een gekerstende versie van het Germaanse feest dat gevierd werd op de kortste dag (21 december) van het jaar. Het is fascinerend dat dit gebruik nog actueel was in de jaren ’50.
Maar er speelt mee interessants. ‘Sint Tômmes’ was een omkeringsfeest. Dit mag je letterlijk nemen, de gevestigde orde werd op zijn kop gezet: in dit geval kinderen die volwassenen ffkes vertelden dat zij de baas waren. Vermoedelijk zijn deze omkeringsfeesten geïnspireerd op de Saturnaliën die de Romeinen in deze tijd van het jaar vanaf 17 december gedurende enige dagen vierden. Een opvallend gebruik was dat tijdens dit feest, bedoeld om Saturnus eer te bewijzen, de rollen tussen slaven en hun meesters werden omgekeerd. De slaven werden door hun meesters aan tafel bediend.
Carnaval is het bekendste omkeringsfeest dat een samenleving in staat stelt om tijdelijk te ontsnappen aan sociale normen en verwachtingen. Doordat iedereen verkleedt gaat vervallen status en afkomst en is iedereen voor even gelijk. Een ander omkeringsfeest uit de Tilburgse traditie en dat net als het ‘Sint Tômmes-vieren’ is verdwenen, is Koosje-Koosje. Ook voor levende herinneringen aan dit gebruik moet je aankloppen bij de oudere Tilburgers. Koosje-Koosje heeft het iets langer volgehouden dan Sint Thomas. Dat komt omdat het wel iets leek op de viering van Driekoningen, namelijk door de verkleedpartij die er bij kwam kijken en het zingend langs de deuren trekken en bedelen om snoep.
Koosje-Koosje
Koosje-Koosje is de Tilburgse benaming van Onnozele Kinderen. Er is geen verklaring voor deze naam. Onnozele Kinderen staat op 28 december op de heiligenkalender. Dus wederom eind december, waar zich zoveel andere oeroude feesten concentreren waaronder Kerstmis en iets eerder op de kalender Sint Maarten en Sinterklaas en straks Nieuwjaar en Driekoningen. De legende van Onnozele Kinderen vertelt het verhaal van koning Herodes die vreesde dat het pasgeboren kindje Jezus hem van de troon zou stoten en daarom alle kinderen liet vermoorden. Onnozel staat voor onschuldig.
Op 28 december hielpen hun verzorgers kinderen zich te verkleden met kleding van volwassenen. Daar bestaan aandoenlijke foto’s van. Opnieuw een omkeringsfeest. Het is logisch dat Onnozele Kinderen, net als Driekoning, rond Kerstmis werden gevierd. Het is natuurlijk raar dat de legendarische kindermoord zich eerder voordeed dan de geboorte van Jezus. Maar daar paste het volksgeloof met even groot gemak een mouw aan: na het bezoek van de Driekoningen op 6 januari ging er een jaar voorbij voordat Herodes zijn beruchte bevel gaf tot de moord op de Onnozele Kinderen.
Zich totaal net bewust van deze perikelen zongen de Tilburgse Koosje-Koosjes:
Koosje Koosje is mijn naam
Ik heb 't in mijn broek gedaan
Ik zèèh de helft ervan verloren
en de rest zit vastgevroren
ooh dat voel ik aan mijn hartje
juffrouw geef me toch een kwartje
We hebben gezongen en niks gehad
