Nieuwjaarke zoete
Een varken heeft vier voeten
Vier voeten en een staart
Dat is wel een centje waard…
Door Paul Spapens
Dit bedellieke wordt elk jaar nog gezongen aan gene kant van de meet in de Belgische Kempen – de grote regio rond Turnhout dat zich de ‘hoofdstad van de Kempen’ noemt. Voor zover bekend wordt dat ook nog gedaan in de Noord-Brabantse dorpen Budel en Soerendonk. En misschien op nog wel meer plaatsen. Exact ditzelfde lieke was in de jaren ’70 nog bekend onder oudere Tilburgers. Zij zongen het in hun jeugd als wezenlijk onderdeel van het Nieuwjaarszingen.
Als zoveel andere gebruiken is deze traditie in Tilburg teloorgegaan. In deze Prent-rubriek hebben we daar al meer voorbeelden van gegeven. Altijd met de teneur van ‘wat jammer’. Met dit Nieuwjaarszingen werd op 31 december het jaar afgesloten. Kinderen gingen van deur-tot-deur, precies zoals met het Driekoningenzingen.
De liedjes waren superkort omdat je dan in korte tijd meer deuren kon ‘scoren’. Als bijzonderheid mag worden opgemerkt dat de hierboven beschreven tekst in Tilburg een van de drie coupletjes was. Of de Tilburgse kinderen die allemaal zongen lijkt ons sterk, maar ze kenden ze wel. Op het Tilburgse Nieuwjaarsrepertoire stonden nog een paar van deze bedelliedjes die wat inhoud betreft sterk leken op Vastenavondliedjes.
Is hier alles in de vergetelheid geraakt en ingeruild voor Halloween, een ‘traditie’ die letterlijk te koop is, dat maakt het des te fascinerender dat je alleen maar bij het benzinestation van Van Raak en de Bierschuur de grens over hoeft te steken om het Nieuwjaarszingen nog live mee te kunnen maken. En dan te bedenken dat aan die kant van de grens en aan deze kant eens een en dezelfde cultuur was. Belgen ontlenen een veel groter deel van hun culturele identiteit aan de volkscultuur. Vandaar dat allerhande tradities daar springlevend zijn. Driekoningenzingen bijvoorbeeld wordt in de Bèlse Kempen nog volop beoefend. In sommige gemeenten worden borden langs de weg geplaatst met de waarschuwing ‘let op, Driekoningenzangertjes’. Leuk hè!
Nieuwjaarskoeken
Maar, let op, we stellen het met plezier vast: uitgerekend Tilburg kan bogen op een zeer originele traditie in de ware zin van het woord. Bij verschillende bakkers kun je Nieuwjaarskoeken kopen. Een van deze bakkers, Govert van Nunen, eindigde dit jaar met zijn Nieuwjaarskoek op de derde plaats van de Willy Knippenbergprijs. Dit is een betekenisvolle prijs voor Brabants erfgoed.
We hebben de bakkers in Tilburg en Goirle ze niet gebeld met de vraag ‘verkopen die een bietje?’, maar we nemen aan van wel. Want anders zouden ze er niet hele etalages mee vol leggen. We hebben hier te maken met iets heel Tilburgs eigen en ook nog eens dat heel oud is en met een diepe betekenis. Een Nieuwjaarskoek is een van de vele speciale koeken die ooit bij feesten en speciale gelegenheden werden gebakken. Tilburg kende bijvoorbeeld de kermiskoek – die werd door verlegen jongemannen ingezet om hun oogappel de liefde te verklaren. Denk verder aan Speculaaspoppen, ook ingezet om op vrijersvoeten te gaan. Maar deze is niet specifiek Tilburgs, de Nieuwjaarskoek is dat wel.
Oliebollen
Op dit fenomeen gaan we bij een andere gelegenheid nog wel eens dieper in want er valt meer van te vertellen. Dat doen we dan ook met de oliebollen, nóg zo’n feestgerecht dat tot in de jaren ’50 alléén ter gelegenheid van Nieuwjaar werd gebakken. Worstenbroodjes en zo is pas van latere tijd. In arme Tilburgse gezinnen deelden kinderen samen één oliebol en ze gaven dat ene sterretje (‘sisser’) aan elkaar door. Het vuurwerk toen bestond grotendeels uit rotjes, zevenklappers en gillende keukenmeiden. Een mooie traditie is dat verenigingen op Oudejaarsdag of in de dagen daarvoor oliebolle bakken voor een goed doel of om de clubkas te spekken. Die oliebollen, die willen van harte aanbevelen!
Rest ons deze laatste Prentaflevering van 2025 af te sluiten met een traditionele Brabantse Nieuwjaarswens, in de geest van deze Prent van 31 december 1982:
Zaaleg Noejaor
Veul heil en zegen
En verders al wè wenselijk is…
