‘Mag ik haar even spreken?’ vraagt mijn schoonmoeder aan de telefoon. Ik hoor aan de ernst in haar stem dat er iets aan de hand is. Ik geef mijn telefoon aan mijn vrouw. Het is eerste kerstdag en mijn ouders kunnen elk moment aanbellen voor het kerstdiner.
Aan het gezicht van mijn vrouw zie ik dat het mis is. Als ze heeft opgehangen, zegt ze dat haar vader in het ziekenhuis ligt. Die ochtend was hij samen met mijn schoonmoeder een stukje gaan wandelen, maar hij had zich niet lekker gevoeld. Pijn in zijn arm. Moe. Eigenlijk was hij al wekenlang moe. Hij was omgedraaid en naar huis gegaan. Mijn schoonmoeder was doorgelopen naar een zus van haar.
Toen mijn schoonmoeder weer thuiskwam, stond er tot haar grote schrik een ambulance voor de deur. Mijn schoonvader had zelf 112 gebeld, omdat hij na de wandeling bij thuiskomst geen lucht meer had gekregen. Daarna had hij mijn schoonmoeder willen bellen, maar dat kon niet, omdat hij van de hulpdienst aan de lijn moest blijven. In het ziekenhuis bleek, na een echo, een vernauwde kransslagader van het hart de boosdoener. Gelukkig kon door een snelle ingreep een hartinfarct worden voorkomen.
‘Als ik niet meteen had gebeld, had ik hier nu niet gezeten,’ zegt mijn schoonvader vanuit zijn ziekenhuisbed in Helmond. Hij heeft weer kleur op de wangen. Het is tweede kerstdag en alles is in orde. Hij moet nog wel even blijven ter controle en voor nog een kleine operatieve ingreep. Tweede kerstdag vieren we dus zonder hem, maar toch mét hem, dankzij een kerstwonder.
‘Zo, nu even plassen,’ zegt mijn schoonvader, en kwiek als een vos springt hij uit bed en snelt naar het toilet op de gang. Mijn vrouw en ik kijken elkaar verbaasd aan en moeten dan lachen. Dat komt zo te zien wel goed. Als 2025 mij iets heeft geleerd, is het dat het leven onvoorspelbaar is. Dat wist ik al wel, maar soms word je weer even goed met je neus op dat feit gedrukt.
