Voorspellingen doen moet je aan Nostradamus overlaten. Daarom wagen we ons niet aan de voorspelling of het Driekoningenzingen ooit nog eens terug zal keren in de vorm die door velen is beoefend, een vorm die nu zo goed als verdwenen is. Nog steeds duiken er elk jaar wel een paar plukjes koningskes op, maar deze eeuwenoude traditie heeft zijn langste tijd wel gehad, althans in de vorm van kinderen die verkleed en zingend langs de deuren trekken om snoep of geld te scoren.
Door Paul Spapens
Het blijft een bijzonder fenomeen dat, als ze dat nog doen, ze veelal een bedelliedje zingen dat vermoedelijk in 1745 is ontstaan. En als ze het zingen, is dat vaak ook nog eens deels in het dialect – hoe bijzonder wil je het hebben!?
Driekooninge, Driekooninge
Gif me n’n nuuwen hoed
Mennen aauwe is versleete
Ons moeder mag ’t nie weete
Onze pa die heej ’t gèld
Al op de toonbank neergetèld
Dit oudst bekende Driekoningenbedellied is universeel Brabants en wordt ook aan gene zijde van de meet gezongen – nog steeds, want in tegensteling tot hier is daar de Driekoningentraditie springlevend. Hoe een grens nadrukkelijk ook een culturele grens wordt en dan te bedenken dat Tilburg en Turnhout en ommelanden ooit eens en dezelfde culturele entiteit hadden. Op het ontstaan van zulke verschillen als gevolg van het trekken van de grens komen we nog wel eens een keer te spreken in deze Prent-rubriek.
Protestlied
‘Driekooninge gif me n’n nuuwen hoed’ zou in 1745 zijn ontstaan in Den Bosch als protestlied. Op 29 december van dat jaar werd het verboden om op 6 januari met ‘verlichte machines’ langs de straten van Den Bosch te trekken. Maar dit verbod, waar een boete op stond van drie gulden – toch geen flauwekul – , kreeg de traditie van het Driekoningenzingen er niet onder omdat dit gebruik werd ervaren als een belangrijke uiting van identiteit en eigenheid.
Nu we het toch over dit lied hebben. De laatste regel roept vaak vragen of. Dat vader het geld op de toonbank heeft neergeteld wil zeggen dat hij het heeft opgedronken in ’t café. Zijn kinderen zijn daarom genoodzaakt om te gaan bedelen. Het is dus echt een bedellied, lekker kort omdat je dan meer adressen kon doen.
Juryzingen
Ook in Tilburg ging men er lustig mee door, tot er in de jaren ’30 van de vorige eeuw een beetje de klad in kwam. In die tijd zijn veel tradities verdwenen. De Tilburgse culturele voorhoede van die dagen vond dat vooral de kwaliteit van de Driekoningenliedjes er op achteruitging. Het meest gehoorde liedje was ‘gif me n’n nuuwen hoed’. Men greep het huwelijk van prinses Juliana en prins Bernhard op 7 januari 1937 aan om de folklore op een hoger plan te tillen. Het zingen voor een jury werd geïntroduceerd en daarover gaat deze Prent van 10 januari 1959. Dit juryzingen heeft er voor gezorgd dat de Driekoningentraditie in Tilburg en omgeving zo lang stand heeft kunnen houden.
En dus nu pas zo goed als verdwenen is. Met andere woorden, ook tradities hebben soms een update nodig. Op zondag 11 januari trekt voor de vierde keer de Tilburgse Sterrentocht door de binnenstad. Dit winterevenement wortelt in de traditie van Driekoningen. De organisatie heeft de eeuwenoude waarden van deze traditie er als het ware uitgedistilleerd. Dat zijn solidariteit, samen delen en gelijkwaardigheid. Deze waarden zijn universeel en van alle tijden en dus perfect van toepasding op de huidige Tilburgse samenleving. Iedereen kan zich daar achter scharen. Door mee te lopen in de Tilburgse Sterrentocht laat je zien dat je deze waarden onderschrijft.
