Op zowat alle zondagen tussen 11-11 en carnaval reis ik af richting Limburg, naar de échte Herenzittingen. In deze provincie zijn daar heel veel verschillende benamingen voor, zoals Maansluujzitting, Kèls-Middeg of Hière-Sitzung. Voor de traditionele Herenzitting aldaar gelden slechts twee regels. Ten eerste: Iedereen is welkom, behalve vrouwen. Althans, de dames mogen wel aanwezig zijn maar dan slechts in de hoedanigheid van vermaak op het podium. En verder is het verplicht dat alle mannen aan het einde van de zitting zo dronken als een oorlogsschip naar huis toe gaan.
De bühne is voor de buutreedners en verder de enige, veilige plek waar de vrouwen hun talenten mogen laten zien. Het gaat dan vaak om ouwelijk geklede, edoch uitstekende zangeressen, óf juist vocalisten die hun onwaarschijnlijk slechte zangkunsten verhullen met niets verhullende doorSHEINende jurkjes. De doorzichtige sexy bodycons maken hun slechte zangkwaliteiten doorzichtig, zeg maar. Het gebeurt ook heel vaak dat er striptease en/of paaldanseressen op het toneel actief zijn. Vaak is dat op de momenten dat de mannen beginnen te roepen ‘Wij willen tieten zien!’. Maar het gebeurt soms ook wel eens als er nog gewoon een buutreedner in de ton staat, waarmee de kerels willen aangeven dat ze die onzinverkoper beu zijn. Dat is me godzijdank nog nooit overkomen.
Vaak weet ik vooraf op ‘onnozele wijze’ in de kleedruimte terecht te komen van deze schaars geklede vrouwen. ‘Andy, kamer 7 is voor jou’, is voor mij al voldoende aanleiding om voor kamer 8 te kiezen. Vaak gok ik goed en tref dan een handvol showdanseressen die niet meer aan hebben dan een veter. Ik kom dan zo vanzelfsprekend mogelijk binnen en zet achteloos mijn koffer op tafel. De ene keer schoppen ze me buiten, de andere keer vinden ze het super. Ligt er aan hoe ze op mijn binnenkomer ‘zozo, het is weer een stringe winter’ reageren. Als ze er om kunnen lachen, dan zit je goed en kun je je ogen goed de kost geven, voor zolang het duurt. Het komt namelijk vaker voor dat de dames alsnog naar een andere kleedruimte gaan zoeken zodra ik mijn shirt uit doe en mijn wintervacht ontsluier.
Het blijft bij kijken uiteraard, maar afgelopen zondag had ik de hoop dat er meer in zat. Een paaldanseres had bij de warming-up een bilspiertje verrekt toen ze haar been rechtop tegen de muur zette. Paniek in de tent. Ik bood knipogend mijn koude handen aan maar daar trapte ze niet in. ‘Ik ga wel een ijszakje halen bij de organisatie’, zei ik en had stiekem toch nog een sprankje hoop om die blessure te mogen verhelpen of in ieder geval van dichtbij mee te maken. Toen ik een minuut later terugkwam in de kleedkamer kwam, hingen er al vijf mannen van de organisatie, quasi bezorgd, over de billen van de jongedame. Eentje ervan was zogenaamd masseur van beroep. En daar stond ik met mijn zak ijs. ‘Die is niet meer nodig’, zei de dienstdoende kneder met een vuurrood hoofd. Waarop ik subtiel reageerde met: ‘Ook niet voor jou zelf misschien?'.
