Nou, wat Cees Robben op deze Prent van 29 juli 1983 bedenkt klopt niet met de plannen die we vandaag hebben. We gaan namelijk wel degelijk ergens naar toe, naar Berkel om precies te zijn, net als in de Prentenrubriek van Stadsnieuws vorige week. Verwijlden we toen onder meer bij het vroegere gemeentehuis, ooit reden van een vete tussen die van Berkel en die van Enschot, vandaag vervolgen we de weg vanaf het raadhuis naar het vlakbij gelegen winkelcentrum Koningsoord.
Door Paul Spapens
Interessant om eens op de straatnamen van de omliggende nieuwbouwwijken te letten, zoals Brevierstraat, Habijtstraat, Laudenstraat, Mettenstraat en Canonstraat. Al deze op deze plek goed gekozen straatnamen herinneren aan trappistinnenabdij Koningsoord. Maar, wie kent de betekenis nog? Wie weet dat bijvoorbeeld de straatnaam Pandgang verwijst naar een binnenplaats van een klooster. Dit vaststellen is gelijk een pleidooi om straatnaambordjes van een toelichting te voorzien.
Aan de rand van de parkeerplaats achter het winkelcentrum staat een kapelletje en dat is iets wat je hier niet zou verwachten. De meeste van de circa vijfhonderd kapellen in Brabant – het meest voorkomende erfgoed in deze provincie – staan namelijk in de natuur of bij de natuur of op andere mooie plaats. Die locaties zijn goed gekozen omdat ze een primair religieus gevoel oproepen. Neem bijvoorbeeld de Mariakapel – veruit de meeste kapellen in Brabant zijn ter ere van Maria – aan de Schoorstraat in Udenhout. De combinatie van deze kapel, een ontwerp van Jos Bedaux en een van de mooiste van Brabant, en de locatie leiden er als vanzelf toe dat je hier ffkes naar binnen gaat om een kaarsje op te steken.
Hoe anders is dan de situering van de kapel aan de rand van een parkeerplaats – notabene. Dat laat echter onverlet dat het een mooie kapel is met een interessante geschiedenis die, zoals alles in deze omgeving, een relatie heeft met de vroegere abdij Onze Lieve Vrouw van Koningsoord. Het is altijd aardig om er op te wijzen dat dit in 1937 gesticht klooster is gefinancierd met de opbrengst van de bierbrouwerij van de paters-trappisten van de Koningshoeven.
Timmermansoog
Sterker nog, de monniken hebben zelf de stenen gelegd, ‘geuuperd’, de speciekuipen gevuld en met een timmermansoog gekeken. Speciaal voor dit project kocht abt Simon Dubuisson een personenbusje waarmee de paters-bouwvakkers op en neer reisden. Helemaal leuk om te vertellen is, dat toen de trappistinnenabdij klaar was, abt Dubuisson de bierproductie flink terugschroefde omdat de bouw gereed was. Om dit gebouw neer te kunnen zetten was de bierproductie danig verhoogd. De monniken konden zich dan weer meer op het gebed (ora) in plaats van op de arbeid (labora) richten. Buitenaarde tijden waren dat!
Het fraai opgeknapte en goed onderhouden kapelletje wordt in de wandeling Kerkhofkapel genoemd omdat het oorspronkelijk stond aan de rand van de begraafplaats van de zusters. Er staat dan ook geen Mariabeeld in, maar een fors Crucifix, wat voor een kapel dan weer ene bijzonderheid is Toen de trappistinnen in 2009 verhuisden naar hun nieuwe abdij in Oosterbeek zijn de stoffelijke resten van de overleden zusters opgegraven en meegenomen. Op initiatief van enkele inwoners is het plantsoentje waarin de kapel staat en met steun van de gemeente opgeknapt. Bij de kapel staat een rustbankje.
Groene tunnel
Als ge daar op gaat zitten en de auto’s ffkes negeert zie je in de richting van de Proosdijstraat een herinnering aan de abdij die helemaal bijzonder is. Vanaf die afstand ziet het er uit als een groene tunnel, althans vanaf het voorjaar en in de zomer. Het groen is nu bruin omdat het wordt gevormd door het blad van beuken. Dit is een berceau, een zeer zeldzaam groen monument. Al even zeldzaam is dat dit berceau openbaar is. Tilburg kent nog een paar berceaus, onder andere in de gesloten tuin van trappistenabdij Koningshoeven.
Een berceau is een ‘loofgang’, een pad dat wordt gevormd door in een bepaalde vorm gesnoeide bomen of struiken, in dit geval een beukenhaag. Berceaus stammen uit een tijd dat gegoede dames en zo blank mogelijk uit wilden zien, om zich te onderscheiden van de bruinverbrande boeren en werklieden.
De Berkelse berceau, aangelegd tussen 1937 en 1940, is 140 meter lang. Eens liepen de zusters over dit overhuifde pad te brevieren. Nu wordt het gebruikt als een openbaar wandelpad dat leidt van ergens naar nergens. Soms zie je dat honden die worden uitgelaten tegen de beukenstammetjes pissen. Is er dat wel goed voor? Is er wel voldoende besef hoe kwetsbaar dit groene monument is? Gelukkig staat er een infobord bij, net als bij de Kerkhofkapel.
