Als de stad, de dorpen en de ommelanden binnenkort worden overgenomen door de carnavalsvierders, zou je bijna vergeten dat er ook niet-carnavallers zijn – carnavallers, zo werden de carnavalsvierders in de beginjaren ’60 genoemd. Ze zongen: ’t iiiiiiis carnaval en er is maar één jong leven….’ Dit carnavalslied heeft vermoedelijk een Bredase oorsprong. Voordat in Tilburg de carnavalsteugels werden gevierd gingen de Tilburgers graag per trein in Breda en vooral in Den Bosch van de carnavalsgeneugten proeven.

Door Paul Spapens

Stel, de niet-carnavallers willen een uitstapje maken om aan het feestgedruis te ontsnappen, dan hebben we een interessante toeristische tip: Wittem. Toegegeven, ’t is een eindje rijden van Kruikenstad naar het Zuid-Limburgse gehucht nabij Gulpen, volgens de routeplanner 142 kilometer. Het doel van ons uitstapje is het Redemptoristenklooster.

Dat imposante gebouw uit 1739 is niet te missen. Het torentje van de barokke kloosterkapel piekt schilderachtig tussen de heuvels als je aan komt rijden. Mocht je toch twijfelen op het goede adres te zijn: er pal tegenover ligt een giga-parkeerplaats. Die is zo groot om de bussen te stallen waarmee eens de pelgrims massaal naar dit oord kwamen om de heilige Gerardus Majella te vereren. De kerk van de parochie Trouwlaan is naar deze heilige redemptorist genoemd.

Onder de Gerarduspelgrims bevonden zich veel Tilburgers, een gevolg van de invloed die de redemptoristen op de Tilburgse gelovigen hebben gehad. Dat er binnen de ringbanen meer dan duizend Maria-devotietegels langs de voordeuren van woningen zijn ingemetseld, is niet in de laatste plaats te danken aan de noeste inzet bij de verkoop door de redemptoristen. Voor Tilburg zijn deze tegels nu een cultuurschat. Een van die redemptoristen drukte een wel heel groot stempel op Tilburg en hij is het doel van ons uitstapje.

Hafkenscheid

De redemptorist in kwestie is Bernard Hafkenscheid. In 1832 trad de in 1807 in Amsterdam geboren priester toe tot de redemptoristen en was daarmee een van de eerste leden van deze congregatie in Nederland. Hij zou uitgroeien tot een van de bekendste redemptoristen en in de Tilburgse context de meest beruchte. Zijn figuur werd zelfs vereeuwigd in de vorm van koekplanken. Een van 1842 daterende koekplank met de afbeelding van Bernard Hafkenscheid is bewaard gebleven. (koeken)bakkers profiteerden zo van zijn bekendheid. Peerke Donders was ook lid van de redemptoristen.

Deze congregatie was gespecialiseerd in het houden van volksmissies. Dit fenomeen zou je een massale opfrisbeurt van het katholieke geloof kunnen noemen. Preken vormden een belangrijk onderdeel van deze missies en deze vorm van verkondiging s het onderwerp van deze Prent van 11 februari 1983. Met name redemptoristen werden uitgenodigd voor de volksmissies. Zij gaven ook vaak leiding aan het Veertig-uren-gebed, eveneens een vorm van miniretraite. Bernard Hafkenscheid was een beroemdheid in het voorgaan in dat Veertig-uren-gebed. Pastoors vochten er om om hem naar hun kerk te halen. Zo ook de pastoor en zijn kapelaans van de Heiksekerk.

Veertig-uren-gebed

We schrijven 1857, korte tijd voor carnaval dat toen, in tegenstelling tot wat menigeen denkt, in Tilburg door de jeugd flink werd gevierd. Hafkenscheid was een fel tegenstander van carnaval. Tijdens het Veertig-uren-gebed trokken carnavallers langs de Heikesekerk. Hun rumoer was binnen te horen. Met veel misbaar sloot Hafkenscheid de dienst wat in die tijd een zeer diepe indruk maakte op de Tilburgse gelovigen. Er gebeurde nog veel meer, maar het eind van het liedje was dat het openbaar carnaval in Tilburg gedurende een eeuw werd verboden. Deze ban werd pas in februari 1965 gebroken toen de ‘geminte’ met frisse tegenzin een vergunning gaf voor het houden van de eerste openbare carnavalsoptocht. Het begin van een prachtig en ontzettend populair feest.

Bernard Hafkenscheid overleed in 2 september 1865 in Wittem. Hoe belangrijk hij was voor de redemptoristen blijkt wel uit het standbeeld van hem in de tuin achter het klooster. Hij stak bijvoorbeeld drie keer de Oceaan over om in de Verenigde Staten kerken en kloosters te stichten. Na zijn overlijden werd hij bijgezet in de grafkelder die zich onder het klooster bevindt. Op de grafkelder van het koninklijk huis in de Nieuwe Kerk van Delft na, is dit de enige in Nederland die nog in gebruik is. Hier vinden de redemptoristen hun laatste rustplaats. Soms worden van deze graven geruimd om plaats te maken. Maar de stoffelijke resten van Bernard Hafkenscheid rusten er onaangeroerd.

Kappesienen

Helemaal aan het eind van de grafkelder komen we nog een bekende ‘Tilburger’ tegen. Koning Willem II wordt door middel van een plaquette bedankt voor het feit dat hij het privilege van de grafkelder overdroeg aan de redemptoristen nadat zij het klooster van de ‘Kappesienen’ hadden overgenomen. Mocht je de tuin en de grafkelder willen bezoeken, meld je dan ffkes bij de balie.