Bij binnenkomst staarde een reusachtig hoofd van textiel mij aan, met ogen zo groot als voetballen. Het was Medusa, een kunstwerk in het museum Van Bommel Van Dam in Venlo. Ik bevond mij midden in een expositie over fabelachtige figuren in de hedendaagse kunst.
In de museumzaal werd ik bekeken door zeemeerminnen en sfinxen. Reuzen en cyclopen dansten over de schilderdoeken. Ik liet mijn ogen over de muren glijden en bleef hangen bij een kunstwerk van keramiek. Op vierentwintig tegels was een geknield, mensachtig wezen te zien met een lange staart en sandalen aan de voeten. Hij had de kop van een wolf en uit zijn rug stak het bebaarde hoofd van een mens.
Het werk was van de Tilburgse Nina van de Ven en gebaseerd op een markante stadsgenoot die leefde aan het begin van de vorige eeuw: Piet Stams. Ik had nog nooit van deze man gehoord, maar hij was vroeger een beroemde straatfiguur. Om in zijn levensonderhoud te voorzien handelde hij in lompen, schoenpoets en jonge geiten.
Piet stond in Tilburg bekend als een grappenmaker, maar ook als een onruststoker. Hij was berucht vanwege zijn betrokkenheid bij vernielingen en diefstallen. Hij smokkelde zout en mishandelde meerdere mensen. Ooit smeet hij een steen door de ruit van de pastorie. Ook had Piet een reputatie als oplichter. Tijdens de kermis ging hij de kroegen langs met een dansende beer aan een ketting. Het beest was niet echt, maar zijn eigen zoon in een pak. Alhoewel hij vooral bekendstond om zijn wilde streken, was Piet ook een held. Op een dag redde hij namelijk een kind van de verdrinkingsdood uit een poel.
Toen Piet Stams ziek werd, had hij geen geld voor een behandeling. Toch was er een dokter die hem hielp en als dank daarvoor liet Piet hem na zijn dood zijn skelet na. Lange tijd stond de Tilburgse raddraaier dus nog fier overeind in de dokterspraktijk aan de Gasthuisring. Het verhaal gaat dat hij wel eens als kerstboom werd gebruikt. Wie Piet vandaag de dag nog wil bezoeken, kan terecht in Museum De Dorpsdokter in Hilvarenbeek.
