Er zijn aardig wat artiesten met een kleurrijke naam. Barry White, Frank Black, David Gray, Pink… En natuurlijk Johnny Purple. Dat is trouwens geen echte naam, maar de artiestennaam van Goirlenaar Bart Melis. De Mill Hill-conciërge vertelt over zijn muzikale helden, de toevallige geboorte van Johnny, het ontstaan van zijn feestelijke liedjes en Spotify-revenuen.
Tekst: Matthijs Lodewijks
Eindredactie: Ron van Kuijk
Het zou zomaar een intro van Jambers kunnen zijn, zeker wanneer je het Vlaamse accent en de lage stem er even bij denkt. ‘Overdag werkt Bart als keurige conciërge op het Mill Hill College. Maar wanneer de avond valt, zet hij de feestzalen in ‘s lands zuidelijke contreien in vuur en vlam met zijn gepassioneerde vertolkingen van Johnny Purple.’ Want dat is wat Bart Melis doet, al dertien jaar.
Tappen en zingen
Bart werkte lange tijd als barkeeper in onder meer de niet meer bestaande discotheek Return in Riel. “Daar begon het zingen. Af en toe pakte ik de microfoon en zong ik een liedje, soms zelfs twee of drie. Dat deed hij ook later bij D’n Brands in Goirle, waar Bart de basis legde voor zijn relatie met toenmalige collega Lisette. Ze zijn al drieëntwintig jaar samen en wonen in het centrum van Goirle.
De geboorte van Johnny Purple
Johnny is ontstaan vanuit de tonpraathobby van Bart. In 2010 had hij een nieuw typetje nodig. Maar wat? “Cees Verhulst gaf me jaren eerder het advies om het dicht bij mezelf te houden. Ik vond zingen leuk, dus ik schreef een buut over een volkszanger. Mijn broer had een paars pak in de kast hangen. Zo ontstond mijn act Johnny Purple, puur toeval dus.”
Een geit in het café
Bart kroop drie tonpraatseizoenen in de huid van Johnny. Ambities om zijn carnavaleske alter ego uit te laten groeien tot zanger, had hij niet meteen. Maar een groepje dames die kind aan huis waren bij café Kerkzicht in Riel zorgden voor het zetje. “Ze wilden met Johnny Purple een carnavalsnummer opnemen voor hun kroegbattle.” Even later was Johnny’s eerste single daar: ‘Een geit in het café’.
Het zou allemaal behoorlijk uit de hand lopen. “Een bekende die goed karikaturen kan tekenen, maakte een Johnny-hoesje. En iemand bood aan een videoclip te schieten. In Kerkzicht natuurlijk.” De hele productie is behoorlijk onder- en overbelicht en er ging aardig wat bier doorheen tijdens de shoot, maar toch: de eerste videoclip van Johnny Purple was er. En er zouden er nog meer volgen.
Van Riel naar Giel
Ook buiten Goirle en Riel werd Johnny opgemerkt. De toenmalige 3FM-dj Giel Beelen besteedde in zijn ochtendshow in 2013 aandacht aan het fenomeen ‘carnavalskrakers’ en organiseerde een verkiezing daaromheen. Barts cafégeit kreeg veel airplay en eindigde uiteindelijk op nummer twee, een plekje boven Lamme Frans. .
Het was allemaal niet heel slecht voor de bekendheid van Johnny Purple. Bart pakt zijn telefoon en toont zijn Spotify-artiestendashboard: “Kijk, ‘Porseleinen pony’ is ruim twee miljoen keer gestreamd. Best wel veel.” Miljonair wordt hij er trouwens niet van. “Ik kan er lekker van uit eten met Lisette, maar dan is het wel ver op.”
Liedjes schrijven
Elk jaar probeert Bart een carnavalsnummer uit te brengen. Daar gaat heel wat denkwerk aan vooraf. “Als ik een goed idee heb of ergens iets leuks zie of hoor, zet ik het in mijn telefoon. Daar blijft ongeveer twee procent van over en dat ga ik uitwerken. Ik vertel de producer wat voor stijl ik zoek. Mijn nieuwe single - ‘Ik hou (heel erg) fan-fare’ - is wat meer uptempo. Als de melodielijn er is, ga ik met de tekst aan de slag. Soms duurt dat dagen, maar een andere keer staat het in twintig minuten op papier.”
