Pakweg een jaar of zestig geleden, als de Tilburgers naar hun werk fietsten, hoorde je ze in het voorbijgaan geregeld deuntjes fluiten. Met name ’s morgens waren de straten vol gefluit. Was dat een uitdrukking van ‘zin in naar het werk te gaan’? Of was het een persoonlijke vorm van vermaak in een tijd toen er nauwelijks vermaak was? Hoor je vrijwel nooit meer. Datzelfde kun je opmerken over vloeken. Natuurlijk, een heel ander onderwerp, maar wat werd er vroeger veel gevloekt. Hoor je ook nog maar weinig. Is dat een gevolg van de ontkerkelijking?
Door Paul Spapens
Een vloek lag vroeger voor op de tong van heel veel mensen. Moest je bij een karwei veel kracht zetten, dan scheen een vloek te helpen, niet voor niets een krachtterm genoemd. En wat er werd gekreten als iets tegen zat? Als je bijvoorbeeld ongenadig je kop stiet? Nou?
Dat overkwam een keer Frater Andreas van den Boer. Hij stootte inderdaad een keer ontiegelijk zijn hoofd. In plaats van het nond… van de gewone ziel, sprak hij slechts zachtjes voor zich uit: ‘Deo gratias…’
Inderdaad niet gewoon, maar frater Andreas was dan ook geen gewoon iemand. Hoe onderscheidend hij was blijkt wel uit het feit dat nog steeds serieuze pogingen worden ondernomen om hem zaligverklaard te krijgen. Tilburg heeft al een zalige in de persoon van Peerke Donders. In 2009 verhief de Kerk Frater Andreas tot ‘eerbiedwaardige dienaar’. Dat is het voorstadium van het zalig statuut. Hoewel hij dus nog geen zaligverklaarde is, heeft hij al wel een patroonschap: Frater Andreas wordt gezien als de ‘Patroon van de gewone mensen’.
Wanlijner
Als er nou iets op de aard der Tilburgers van toepassing is, dan is het wel dat gewone. Doe maar gewoon dan doede al gek zat. Zou het kunnen dat deze wanlijner in Tilburg is bedacht? Hoe jammer is het dan dat de ‘Patroon van de gewone mensen’ Tilburg gaat verlaten. Sinds 1975 rust het stoffelijk overschot van Frater Andreas van den Boer in een serene grafkapel in de kapel van het Generalaat (internationaal hoofdkwartier) van de Fraters aan de Gasthuisring.
De Fraters verlaten binnenkort het Generalaat. De stoffelijke resten van Frater Andreas worden verplaatst naar Vught. De Fraters van Tilburg, gesticht door bisschop Zwijsen in 1844, streken op heel veel plaatsen neer, onder andere in Vught. Daar kochten ze in 1902 aan de Boxtelseweg 58-60 Huize Steenwijk. Het zou de basis worden van een indrukwekkende aanwezigheid van de Fraters in Vught. Een lang verhaal kort: In 1999 begonnen de Fraters hier Kloosterhotel Zin, een ‘Plek voor compassie’, passend bij het gedachtengoed dat de Fraters vanaf het begin hebben uitgedragen. Op het terrein is een grote begraafplaats waar Fraters van elders worden herbegraven. Ook de stoffelijke resten van de Fraters in Tilburg gaan hier naar toe. En dus ook Frater Andreas, voor wie op de begraafplaats een mooie kapel wordt gebouwd.
Eeuwige rust
We gunnen Frater Andreas op deze plek – al is het dan niet in Tilburg - zijn eeuwige rust, want als zijn stoffelijk overschot in de kapel van het Generalaat wordt opgegraven, is dat voor de vijfde keer. Frater Andreas werd in 1841 in Udenhout geboren als boerenzoon van Piet van den Boer en Maria Bergmans. Op 1 november 1860 deed hij zijn professie en was hij officieel Frater. Hij schreef een tiental boeken met titels als ‘Agnes, het bruidje van het Allerheiligste Sacrament’ en ‘Praktische leerwijze in het onderricht in de Catechismus’. Het grootste deel van zijn werkzame leven gaf hij onderwijs, onder meer op de jongensschool van ’t Gurke. Dat inspireerde tot de keuze van deze Prent van 26 september 1969.
De mister op deze Prent had er zo te zien de wind flink onder. Herkenbaar voor schrijver dezes is het jongetje dat voor straf gezeten op zijn knieën voor het bord een stapel boeken torst. O wee als ze op de grond vielen.. Frater Andreas demonstreerde door zijn houding en opstelling zijn hele fratersleven lang gehoorzaamheid en dienstbaarheid. Elk moment van de dag stond hij klaar voor een ander. Eenvoud en soberheid tekenden zijn doen en laten. Men zei van hem: ‘Als we allemaal zo gehoorzaam waren als Fraters Andreas, dan zou één overste genoeg zijn voor duizend monniken.’
Udenhout
Frater Andreas overleed op 3 augustus 1917. Vrijwel meteen na zijn dood ontstond een verering en die is tot op de dag van vandaag gebleven. Moeten we straks om zijn graf te bezoeken naar Vught – een mooi fietstochtje trouwens - , we kunnen ook nog in de buurt terecht. In de schitterende Waterstaatskerk van zijn geboortedorp Udenhout bevinden zich een altaar en een plaquette van Frater Andreas. Als de kerk open is kun je een kèrkse aansteken voor de ‘Patroon van gewone mensen’.
