Op vrijdagavond 25 oktober 1963 kwamen de eerste elf Turkse gastarbeiders aan op het station van Tilburg. Een paar dagen later volgde de twaalfde. Onderweg naar Tilburg was hij in Belgrado tijdens het strekken van de benen een glaasje bier gaan drinken. De trein reed weg voor zijn ogen. Ze arriveerden op het nieuwe station in aanbouw. Dat werd in 1965 geopend. Kroepoekdak moest door de creatieve Tilburgse volksmond nog worden bedacht.
Door Paul Spapens
In tegensteling tot wat je zou verwachten gingen de twaalf Turkse mannen niet aan de slag bij een of ander textielbedrijf, maar waren ze naar textielstad Tilburg gehaald door VanKuyk Deuren. Dit bedrijf draaide overuren om de Wederopbouwwoningen in onder meer de nieuwe wijk Het Zand van deuren te voorzien. De krapte op de arbeidsmarkt was enorm. Op het plein voor het station speelde een harmonie.
Tientallen Tilburgers stonden nieuwsgierig te kijken. Vreemdelingen uit zo’n ver land als Turkije, dat kende men in Tilburg nog nauwelijks. Voor veel Tilburgers was Sinterklaas bij wijze van spreken de enige vreemdeling (hoort wie klopt daar kinderen…) met wie ze vertrouwd waren. Dat gold al helemaal de gebruiken en tradities die de gastarbeiders meebrachten. Hadden de enkele Spaanse en Italiaanse gastarbeiders nog een herkenbare cultuur, de Turken waren moslims en die kenden bijvoorbeeld eetgewoonten waar men in Tilburg nog geen kaas van had gegeten.
Gastvrijheid
De ramadan van dit jaar eindigt op 19 maart en het is interessant om daarom een keer stil te staan bij hoe Tilburg kennismaakte met fenomenen als ramadan, iftar en halal voedsel. Er is geen Prent van Cees Robben die een directe verwijzing bevat naar deze gebruiken. Uit historische overwegingen kiezen we voor de Prent die verscheen op 18 oktober 1963, een paar dagen voordat de twaalf Turkse mannen in Tilburg uit de trein stapten. Toevallig heeft deze Prent ‘gastvrijheid’ als onderwerp.
De Tilburgers legden typisch Brabants-Tilburgse gastvrijheid aan de dag bij hun onthaal van de elf mannen die hun beste krachten gingen geven. Met een buske werden ze na de eerste begroeting naar café ‘In den Wijngaard’ op de hoek van de Molenstraat en de Noordbesterdstraat gebracht. De gastarbeiders werden boven dit café ondergebracht. Het was daarmee het eerste Turkenpension van Tilburg. De eerste maaltijd bestond vooral uit rauwkost, voor de meeste Tilburgers toen nog tamelijk onbekend. Het werd smalend knèènevoejer’ genoemd.
Tot ontsteltenis weigerden de mannen iets te gebruiken voordat de ham van tafel was gehaald. ‘Zij zijn mohammedanen’, leerde het Nieuwsblad van het Zuiden in een artikel dat hoogst waarschijnlijk voor de allereerste keer aandacht besteedde aan halal voedse. Halal is een Arabisch woord dat ‘toegestaan’ betekent, het toestaan van alles wat in de islam als goed en rein wordt gezien, zoals groente en fruit. Dat tijdens de eerste maaltijd op 25 oktober 1963 veel rauwkost werd geserveerd laat zien dat men hierover had nagedacht en men er enige kennis van had. Voor de andere eetgewoonten bestond begrip.
Op hun beurt maakten de Turkse manen kennis met de Tilburgse cultuur. Al de volgende dag werden ze door de buren en door mensen uit heel de stad uitgenodigd om op bezoek te komen. Er werd zelfs ruzie gemaakt over wie als eerste een Turk thuis mocht ontvangen. Op bezoek bij de Tilburgers werden ze vergast op een bakske koffie met op het schoteltje 1 (één) kuukske, Een running gag was toen nog dat ‘qkske’ het enige Brabantse woord was (is) dat met een q werd geschreven – één kuukske, terwijl in de Turkse cultuur een hele schaal op tafel wordt gezet en het bijna een belediging is als je niet steeds toetast.
Dit zijn mooie voorbeelden van hoe cultuuruitwisseling plaatsvindt aan de basis en niet door middel van grote woorden in duurbetaalde dikke rapporten. Op deze manier hebben autochtonen en allochtonen in Tilburg elkaar leren kennen. Daar zijn tal van inspirerende voorbeelden van te geven. Maar natuurlijk ging dat niet zonder slag of stoot. We komen daar zeker nog wel eens over te schrijven want het is een hartstikke interessant onderwerp.
Kerktorens
We sluiten nu af met de volgende historische anekdote uit die begintijd. Een boer op de Heikant deed goede zaken met de verkoop van kippen. Een tochtje naar Noord werd door de werkers ervaren als een uitstapje. En hoe dan de weg vanaf d’n Haajkaant terug naar de stad werd gevonden? De twaalf mannen die vanuit Turkije zo’n lange treinreis hadden gemaakt en nauwelijks een woord Nederlands spraken, waren niet voor een gat te vangen: ze oriënteerden zich op de kerktorens…
