Voor veel Tilburgers stond het Pinksterweekend volledig in het teken van feest. De promotie van Willem II naar de Eredivisie zorgde voor uitzinnige taferelen in de stad. Ook oud-international en voormalig Willem II-er Joris Mathijsen (46) genoot mee. Vanuit zijn huis in Tilburg (op vijftien meter van de grens met zijn geboortedorp Goirle) keek hij op maandag op tv naar de huldiging op de Heuvel, terwijl zoon Jens als speler van de Tricolores midden in het feestgedruis stond. Terwijl Tilburg nog immer nageniet van de promotie-euforie, kijkt Mathijsen zelf alweer vooruit. Naar zijn nieuwe uitdaging als technisch directeur van Fortuna Sittard én natuurlijk naar het komende WK Voetbal.

Door Ron van Kuijk

“Voor Tilburg was het natuurlijk een heel mooi Pinksterweekeinde”, lacht Mathijsen als we hem in verband met de deadline voor de WK-special die dit weekend in Stadsnieuws te vinden is de dag na de huldiging van Willem II spreken. “Al zullen sommige mensen ook wel een behoorlijke kater hebben gehad, maar die namen ze denk ik graag op de koop toe.”

Mathijsen maakte in 1998 zijn debuut in het betaald voetbal en kwam achtereenvolgens uit voor Willem II, AZ, Hamburger SV, Málaga en Feyenoord. “Dat Willem II terug is in de Eredivisie vind ik geweldig. Dat hoort gewoon bij de club en bij de stad. En voor mij persoonlijk is het straks natuurlijk ook mooi dat ik met Fortuna weer naar Tilburg mag. Dat is voor mij dan een extra thuiswedstrijd,” aldus Mathijsen die bij Willem II doorbrak als speler en later ook als technisch directeur actief was bij de Tricolores.

Na twee seizoenen ADO Den Haag gaat hij nu dus in die functie aan de slag in Limburg. “Ik heb voor drie jaar getekend en ik werd heel enthousiast van de plannen en de visie van de club. De gesprekken waren goed en hoofdtrainer Danny Buijs zit er ook al een aantal jaar. Ik kijk uit naar onze samenwerking en heb ontzettend veel zin om aan de slag te gaan.”

Oranjekoorts

Toch draait het gesprek in deze periode waarin de Oranjekoorts weer begint te stijgen natuurlijk vooral om Oranje. Want als er iemand is die weet hoe het voelt om op een WK actief te zijn, dan is het Mathijsen wel. De verdediger speelde 84 interlands voor het Nederlands elftal en maakte zowel het WK van 2006 in Duitsland als het WK van 2010 in Zuid-Afrika mee.

Als hij terugkijkt op die periode, is het moeilijk om de hoogtepunten los te zien van de dieptepunten: “Het gekke is dat je er op dat moment zelf eigenlijk nauwelijks van geniet”, vertelt hij. “Je zit zó in die sneltrein van presteren, trainen en toewerken naar wedstrijden, dat je amper tijd hebt om stil te staan bij wat je eigenlijk allemaal meemaakt. Natuurlijk geniet je van het volkslied, van het spelen voor Nederland en van het samenzijn met die groep, maar het gaat allemaal zo snel. Pas jaren later, als mensen je bellen voor interviews of als er weer een WK aankomt, besef je weer wat er allemaal gebeurd is.”

Andorra

Zijn debuut in Oranje staat nog altijd in zijn geheugen gegrift: “Dat was tegen Andorra, maar die wedstrijd werd gespeeld in het Mini Nou Camp van Barcelona. Ik weet nog dat ik voor het eerst bij de selectie zat en meteen mocht invallen. Dat zijn momenten die je nooit meer vergeet.”

Toch is het vooral het WK van 2010 waar zijn gedachten steeds weer naartoe gaan. Een toernooi dat eindigde in de meest pijnlijke nederlaag uit zijn loopbaan: de verloren finale tegen Spanje.

“Dat is het gekke van die finale”, zegt hij. “Het is tegelijkertijd het grootste hoogtepunt én het grootste dieptepunt uit mijn carrière. Als kleine jongen droom je ervan om op een WK te spelen, laat staan een WK-finale. Maar als je hem dan verliest en langs die beker moet lopen zonder hem aan te mogen raken… dat gevoel gaat nooit meer weg.”

Even valt er een stilte. “Dat zit echt diep”, vervolgt hij. “Spelers van Oranje die in ’74 en ’78 één of zelfs twee finales verloren zeggen precies hetzelfde: dat gevoel verdwijnt nooit meer. Je beseft hoe dichtbij je bent geweest. Wereldkampioen worden met Nederland, dat is in mijn ogen het hoogst haalbare in het voetbal.”

De teen van Casillas

Vooral die ene kans blijft achtervolgen: de inzet van Arjen Robben die ternauwernood werd gekeerd door de Spaanse doelman Iker Casillas. “Die beroemde teen van Casillas, daar kunnen we het beter nooit meer over hebben”, zegt Mathijsen met een glimlach. “Maar op dat niveau gaat het dus om de kleinste details. Dat was letterlijk een kleine teen verschil.”

Mathijsen kijkt met vertrouwen naar het komende WK. Hij vindt dat Oranje altijd met maar één doel naar een eindtoernooi moet gaan: en dat is om die beker te winnen! “Ik ben nooit iemand die zegt: we gaan voor een kwartfinale of een halve finale. Nee, je gaat naar een WK om wereldkampioen te worden. Zeker als Nederland zijnde. Als je ziet waar onze spelers spelen en welke kwaliteiten ze hebben, dan moet die ambitie er gewoon zijn. Natuurlijk zijn er landen met misschien nóg bredere selecties, maar Nederland kan van ieder land winnen. Dat heeft dit elftal ook laten zien.”

Volgens Mathijsen zit het verschil op een WK vaak in de details: “Vorm van de dag, een beetje geluk, kleine momenten. Iedere wereldkampioen heeft dat nodig gehad. Maar Nederland hoort gewoon bij de landen die kans maken.”

Zelf beleeft hij het toernooi straks gewoon vanuit Tilburg, samen met zijn gezin. “Ik ga lekker thuis kijken”, vertelt hij. “Ons huis krijgt natuurlijk wel wat oranje details. Dat hoort erbij tijdens een WK. In de poulefase zal ik waarschijnlijk nog niet meteen in een Oranje-shirt voor de televisie zitten, maar als Nederland de knock-outfase haalt, dan wordt die kans wel groter.”

Duimen

En welk shirt trekt hij dan aan? “Ik heb eigenlijk alleen Oranje-shirts van mezelf, met mijn eigen naam erop dus. Die draag ik alleen binnenshuis”, lacht hij. “Ik heb ook geen shirts van andere Oranje-spelers. Dus de keuze wordt dan makkelijk. En dan maar duimen dat Nederland heel ver gaat komen en aan het einde hopelijk de wereldbeker mee naar huis neemt.”