66 jaar is ‘ie nu, maar de kracht straalt nog altijd uit zijn ogen. Met de dubbele nacompetitie-clash tussen Willem en RKC deze week (clubs die hij allebei diende) was Hans Werdekker natuurlijk de ideale kandidaat voor een nieuwe aflevering van de Stadsnieuws-rubriek waarin voormalige Willem II-ers centraal staan: ‘’Leev’ hoezee, hoe ist naa meej?’.

Door Ron van Kuijk

Welnu, met Hans gaat het goed. Hij werkt nu nog als zelfstandig timmerman maar over een half jaartje gaat hij met pensioen. Maar laten we niet vergeten: Werdekker won de Zilveren Schoen in het seizoen dat de Gouden Schoen (prijs voor beste speler van de eredivisie) naar PSV-aanvaller Gerald Vanenburg ging. De Willem II-er was daarmee automatisch de beste verdediger van Nederland.

Werdekker debuteerde op jonge leeftijd bij Haarlem waar hij in het tweede team onder Barry Hughes speelde met onder meer Ruud Gullit, maar brak daar niet door. “Toen dacht ik: dan maar via een omweg,” vertelt hij. “Ik ben teruggegaan naar de amateurs, ben daar sterker geworden, volwassener. Uiteindelijk werd ik zelfs aanvoerder van het Nederlands amateurteam. Dan merk je: het zit er toch in.”

De Visser

Die lange aanloop leidde in 1987 tot een kans bij Willem II, waar hij onder leiding van Piet de Visser zijn doorbraak beleefde. “Dat gesprek met Piet vergeet ik nooit meer,” zegt Werdekker. “Hij was zó enthousiast. Hij zei: ‘We hebben je nodig, je gaat spelen.’ Dat vertrouwen gaf de doorslag.”

Werdeker herinnert zich vooral de mentaliteit van dat team. “We waren eigenlijk veredelde amateurs,” lacht hij. “We verdienden 20.000, 25.000 gulden per jaar. Maar we trainden keihard en hadden vooral heel veel plezier. Humor was alles. Als de sfeer goed is, ga je vanzelf beter spelen. We hadden ook een supergoed elftal met spelers als André Stafleu, Bud Brocken, Fons Mallien, Edwin Godee, Frank van Straalen en John Feskens. Echt: van de huidige Willem II-selectie zou er – op de keeper na – niemand in de basis hebben gestaan. Wij hadden op dat moment enkel spelers die ook zomaar bij een club uit de traditionele top3 hadden kunnen spelen. We werden ook niet voor niets vierde.”

Toen Werdekker in 1987 vanuit de amateurs bij Willem II belandde, betrok hij een huurhuis in Oisterwijk. In die plaats woont hij nu nog steeds. Zijn voorbereiding op dat eerste seizoen was ongekend intens. “Ik werkte gewoon in de bouw,” vertelt hij. “’s Ochtends om half zeven op, werken tot de middag, daarna trainen bij Willem II. En tussendoor ging ik nog zelf rennen in het bos, heuvels op en af. Ik dacht: dit is mijn enige kans, die moet ik pakken. Het gevolg was dat ik conditioneel en qua lichaam alsmaar sterker werd.”

Dat pakte goed uit: hij speelde alle 34 wedstrijden en kreeg daarin opvallend genoeg geen enkele gele kaart. “Nul,” zegt hij trots. “En toch stond ik bekend als een harde verdediger. Maar ik was vooral bezig met goed voetballen: voor de man komen en dan opbouwen. Als ik zie hoe er nu af en toe verdedigd wordt, dan moet ik heel diep zuchten. Simpele dingen zoals aan de verkeerde kant dekken: echt ongekend, Dat moet niet kunnen op dit niveau.”

Ajax

Zijn sterke eerste seizoen in Tilburg leverde hem een transfer naar Ajax op, maar dat werd geen succes. “Het begon geweldig,” blikt hij terug. “Een gesprek met Johan Cruijff, dat was het mooiste moment uit mijn carrière. Hij zag het in me zitten.” Maar al snel vertrok Cruijff en veranderde alles. “Dan kom je in een ander systeem, met een andere trainer die voor andere spelers koos.”

Na een half seizoen keerde hij daarom terug naar Willem II. “Dat was geen straf,” zegt Werdekker. “Ik wilde gewoon voetballen. Plezier hebben.” En dat vond hij opnieuw, in het hechte team van Piet de Visser, vol karakter en humor. “Met jongens als Bud Brocken heb ik tranen gelachen. Soms zat ik in de bespreking en kon ik gewoon niet stoppen met lachen. Dat was misschien niet altijd handig, maar het tekent wel die tijd.”

Op het veld maakte hij met Willem II indruk. Zo herinnert hij zich een wedstrijd tegen PSV, kort nadat de Eindhovenaren de Europa Cup I hadden gewonnen. “We speelden ze helemaal zoek in de eerste helft,” zegt hij. “Uiteindelijk verloren we maar desondanks was het een geweldige wedstrijd.”

RKC

Na zijn jaren bij Willem II volgde nog een periode bij RKC, waar hij opnieuw drie seizoenen speelde. “Ook daar had ik het naar mijn zin,” vertelt hij. “Maar het voetbal veranderde. Het werd zakelijker, minder puur. Dat begon toen al.”

Volgens Werdekker is het verschil met vroeger groot. “Toen kon de pers bijvoorbeeld nog gewoon de kleedkamer inlopen en een bak koffie drinken met spelers of trainers,” zegt hij. “Nu is alles afgeschermd. Het geld heeft veel veranderd. Wij waren liefhebbers, geen miljonairs.”

Na zijn voetbalcarrière maakte hij een opvallende stap naar het American football, als kicker bij de Amsterdam Admirals. “Dat was een groot avontuur,” lacht hij. “We speelden door heel Europa. Duitsland, Barcelona, Engeland. Ik heb er honderd verhalen aan overgehouden.”

Toch vond hij uiteindelijk zijn rust buiten de sport. “Ik heb van alles geprobeerd: handel, zaakwaarnemer, noem maar op,” zegt hij. “Maar het voetbalwereldje werd me te gek. Bedreigingen, gedoe… toen dacht ik: dit is niet wat ik wil.”

Timmeren

Hij koos voor het vak dat hij al kende: timmeren. “Dat doe ik nu al jaren en ik heb er geen seconde spijt van gehad. Ik kan zeven dagen per week werken als ik wil, maar ik kies mijn klussen zelf. Geen zwaar werk meer, geen daken op. Gewoon rustig aan.”

Zijn leven speelt zich inmiddels grotendeels af in Oisterwijk, waar hij ooit terechtkwam via Willem II. “Ik ben hier gekomen toen ik de overstap maakte vanuit Haarlem. En ik ben eigenlijk nooit meer weggegaan. Het is hier top.”

Hij bouwde er zelfs zijn eigen huis. “Alles zelf gedaan,” zegt hij nuchter. “Dat is het mooie als je handig bent. Inmiddels woon ik in een appartement. Ook heel fijn, Nog een half jaartje. Dan ga ik met pensioen. Dan is het mooi geweest.”

Hij spreekt nog regelmatig oud-teamgenoten van Willem II. “We komen eens per maand bij elkaar. Een borrel, herinneringen ophalen. Dat blijft bijzonder.” Aan zijn RKC-tijd hield hij ook een hele goede vriend over: “Danny Muller. Daarmee spreek ik nog regelmatig af in Amsterdam. Met Bud Brocken had ik ook een sterke band. Heel verdrietig dat Bud niet meer onder ons is.”

Willem II heeft streepje voor

De verrichtingen van Willem II en RKC volgt Werdekker met extra interesse: “Het zijn twee mooie clubs. Heel verschillend, maar de overeenkomst in mijn tijd was de onderlinge vriendschapsband. Willem II heeft bij mij echter een streepje voor. Dus ik hoop dat Willem II de volgende ronde bereikt. Dan komt promotie naar de eredivisie weer een stap dichterbij. Want dat is wat je wilt: spelen op het hoogste niveau. Ik heb als speler ook alleen maar eredivisie gespeeld. Dat is ook iets om trots op te zijn.”

Het moderne voetbal volgt hij nog met een half oog. “Het niveau is minder geworden. En de beleving ook. Vroeger speelde je voor het publiek. Aanvallen, strijd, plezier. Dat mis ik nu vaak , al kan ik van een wedstrijd zoals laatst die tussen Paris Saint Germain en Bayern Munchen natuurlijk wel erg genieten.”

Al met al kijkt Werdekker met volle tevredenheid terug. “Ik heb mijn kansen gepakt, op mijn manier. Van de amateurs naar Willem II en Ajax, via omwegen. En daarna een heel ander leven opgebouwd. Uiteindelijk gaat het daarom: dat je er zelf iets van maakt.”